1.992
61

Fractievoorzitter GroenLinks

Jolande Sap is op 16 december 2010 door de Tweede Kamerfractie unaniem gekozen tot de fractievoorzitter van GroenLinks. Sap (Venlo, 1963) is sinds september 2008 Kamerlid voor GroenLinks. De afgelopen twee jaar was zij de woordvoerder Financiën, zorg en pensioenen. Sinds de verkiezingen in 2010 was Sap tevens vice-fractievoorzitter.

Weg met de politiek van branie zonder brein

Toen ik 2,5 jaar geleden de politiek inging, had ik net mijn wetenschappelijke ambities afgestoft

Als deskundige op het terrein van langer doorwerken en vergrijzing, kreeg ik de kans om een bijzonder lectoraat te bekleden. Ik droomde van een mooie kruisbestuiving tussen mijn politieke en mijn wetenschappelijke werk. En fantaseerde er zelfs over dat mijn proefschrift na ruim 20 jaar misschien toch nog af zou komen.

De eerste ontnuchtering kwam snel. Ik herinner me het debat over het belastingplan 2009 waarin de positie van oudere werknemers een prominente plaats innam. Gewapend met feiten en analyses opende ik daar de discussie over de doorwerkbonus. Vrijwel niemand bleek geïnteresseerd in die feiten en analyses. Erger nog, vrijwel niemand bleek geïnteresseerd in mijn idealen om de abominabele baankansen van oudere werklozen te verbeteren. Het enige wat bleek te tellen, was dat de balans tussen de ouderenbelasting van Bos en de doorwerkbonus van Balkenende behouden moest blijven; politiek met een hele kleine p.

Een klein jaar verder besloot ik in goed overleg om het lectoraat stop te zetten. Niet dat de materie me niet meer boeide. Integendeel, ik had een aantal mooie analyses en artikelen gemaakt die absoluut naar meer smaakten. Maar ze kwamen mijn politieke werk nauwelijks ten goede. Kruisbestuiving bleek een illusie. Mijn professie als politicus bleek mijn goede naam als deskundige bovendien danig in de weg te zitten. Een betreurenswaardige constatering die de politiek grotendeels aan zichzelf te wijten heeft.

Oud-president  Clinton stelde een tijd geleden, toen hem werd gevraagd wat hij vond van Sarah Palin en de Tea Party, dat er eigenlijk sprake was van de komst van “fact-free politics”. Je zou dat ook de politiek van branie zonder brein kunnen noemen. De politiek van n=1, de politiek van de observatie van de enkele waarnemer die zich niets gelegen laat liggen aan de feiten. Het doet denken aan de stijl van Martin Bosma die in zijn laatste column beweert dat het over en uit moet zijn met beleid ter bestrijding van de klimaatverandering, want deze winter is het immers koud. Het is het type redenering dat als eerste ontmaskerd wordt als drogredenering als je een inleidend boekje in de logica openslaat.

Fact-free politics heeft ook Nederland steeds meer in zijn greep. Het kabinet verspilt zijn daadkracht aan schijnoplossingen als een symbolische aanscherping van de gezinsmigratie, een boerkaverbod en 130 km per uur. Terwijl alle deskundigen het erover eens zijn dat we echte problemen hebben. Problemen die alles te maken hebben met het feit dat tal van markten door slechte regulering volledig op slot zitten: de arbeidsmarkt, de woningmarkt, de energiemarkt, de mobiliteitsmarkt…. zo ongeveer elke markt die het dagelijks leven van mensen bepaalt. En als het kabinet zo doorgaat, als politici niet meer de wil hebben om de grote uitdagingen van hun tijd aan te pakken, dan gaat ook de politieke markt steeds meer vastlopen.

Ik wil in de traditie staan van die politici die passie voor hun politieke idealen combineren  met scherpe analyses van de middelen en instrumenten om die idealen te realiseren. Feiten zijn daarbij onmisbaar. Dat dit geen gemakkelijke opstelling is in het huidige politieke klimaat, blijkt wel uit de opmaat naar het debat volgende week over het kabinetsvoorstel voor een nieuwe missie naar Afghanistan. De inkt van het voorstel was nog niet droog of de eerste fractievoorzitters slingerden hun standpunt al de wereld in.

Politieke idealen zijn te belangrijk om aan de wilgen te hangen. Ook al komen mijn idealen niet overeen met die van dit kabinet, toch wil ik altijd de ruimte houden om serieus te verkennen of hun voorstellen misschien kunnen bijdragen aan mijn idealen. Naïef? Misschien. Ambitieus? Zeker. Maar ik ben er ten diepste van overtuigd dat een politicus die niet meer wil weten, meer verliest dan de feiten. Hij verliest zijn geloofwaardigheid en daarmee uiteindelijk zijn idealen.”

Dit stuk staat ook in NRC Handelsblad.

Geef een reactie

Laatste reacties (61)