Laatste update 10 januari 2016, 18:58
3.774
7

Weg met de roddel en achterklap in de Tweede Kamer!

Zijlstra, Samsom, Pechtold, Buma, Klaver en alle andere fractievoorzitters in ons parlement: blijf niet zitten maar treed alsjeblieft op.

Met de kandidatuur van Khadija Arib, met expliciete steun van de PvdA-fractie, voor het Kamervoorzitterschap openbaart zich tegelijkertijd iets vanuit ons parlement dat nou niet bepaald fris te noemen is. Van Geert Wilders weten wij dat hij haar kandidatuur zal gaan inzetten om de weerzin tegen een multi-etnische en multiculturele samenleving te voorzien van een nieuwe lading. Dus na zijn ‘minder, minder, minder’ uitspraken spreekt hij Khadija Arib aan op haar Marokkaanse achtergrond. Met een volstrekte veronachtzaming van het feit dat binnen de Marokkaanse wetgeving een van oorsprong Marokkaanse onderdaan geen afstand kan doen van zijn nationaliteit, beticht hij die Nederlanders met een Marokkaanse achtergrond ervan niet loyaal te zijn.

Zo ook Khadija Arib. Maar het is een treurlied dat wij inmiddels kennen en als niet te vermijden over ons heen laten komen. Het zij zo. Dat het parlement zich echter laat aanleunen dat één van haar leden de eigen Kamer een nep-parlement noemt heeft iets treurig. Maar á la, ook dat past misschien in een strategie waarin stilzitten en zwijgen lijken te behoren tot de nieuwe mores in de hedendaagse politiek. Tactisch zwijgen en negeren noem ik dat dan maar. Echter, wanneer de tot nog toe oorverdovende stilte van onze parlementaire voorhoede op het moment dat één van de kandidaten voor het Kamervoorzitterschap tot ‘nep-kandidaat’ bestempeld wordt, krijgt dit zwijgen iets laf. Waar is wat wij in de samenleving ‘sociale controle’ noemen? Gewoon elkaar aanspreken op gedragingen die onze gemeenschappelijke omgangsvormen jegens elkaar overschrijden. Respect mag blijkbaar wel eenzijdig opgeëist worden, maar behoeft niet te worden gegeven. Dat wel doen heet wederkerigheid. Waar is die wederkerigheid in ons parlement eigenlijk gebleven? Als het vrije woord in het parlement vooral bestaat uit een onbeperkt recht van kwetsen dan is het niet verwonderlijk wanneer ook het respect voor datzelfde parlement in de samenleving erodeert. En erger nog; je moet dan ook niet gek opkijken dat dit ook de norm wordt voor de omgangsvormen in de samenleving zelf.

Maar de grenzen worden helemaal overschreden wanneer collega-Kamerleden hun eigen collega’s, soms zelfs fractiegenoten, die de moed hebben zich kandidaat te stellen voor het Kamervoorzitterschap anoniem gaan beschimpen. Dat overkomt nu zowel Khadija Arib als Madeleine van Toorenburg. In de verschillende achtergrondverhalen zien wij tot nog toe weinig aandacht voor de inhoudelijk ambities van beide kandidaten. Wel storten verschillende politieke verslaggevers zich met enige gulzigheid in hun voorbeschouwingen op de roddel en achterklap. En ja, het is waar, er zijn Kamerleden die daar graag aan meedoen en niet schromen om de beide kandidaten anoniem in diskrediet te brengen. Dat nou heeft iets heel miezerig. En dat gevoel wordt nog eens groter wanneer niemand van de fractievoorzitters daar iets over zegt. Daarmee verzaken zij hun politieke plicht.

Politiek is ook elkaar bij de les houden, ja, heel soms elkaar corrigeren. En zeker wanneer er sprake is van achterbakse roddel en achterklap. Een keiharde veroordeling van deze anoniem klikkende Kamerleden over personen is dan ook op zijn plaats. Het is treurig, maar waar deze correctie tot nog toe achterwege is gebleven voel ik, hoezeer ik het met hem oneens ben, meer waardering voor Geert Wilders. Hij kiest tenminste de openbaarheid voor zijn opvattingen. En juist die openbaarheid maakt dat wij er met elkaar over kunnen spreken, dat wij een tegengeluid kunnen vormen. Maar zij die slechts de twijfelachtige moed hebben anoniem te spreken over personen die zich kwetsbaar opstellen, die breken pas echt het respect voor een democratisch gekozen volksvertegenwoordiger, en dus dat van de Tweede Kamer, af.

Kom op, fractievoorzitters, stel die anonimiteit aan de kaak. Laat deze ‘gekozen helden’ niet wegkomen met het beschimpen van de eigen collega’s die niet alleen moed tonen door kwetsbaar te zijn maar ultiem willen gaan voor een beter functioneren van de Kamer zelf en daarmee een echte bijdrage leveren aan onze democratie rechtsstaat.

Dit artikel verscheen eerder op de website van Adri Duivesteijn

Geef een reactie

Laatste reacties (7)