2.552
41

Conservator Serpentine Gallery

Hans Ulrich Obrist studeerde politieke economie. Hij werkt als conservator van de Serpentine Gallery in Londen en is coauteur (met Rem Koolhaas) van ‘Project Japan: Metabolism Talks’. Daarnaast is hij redacteur van ‘Do it: The Compendium’.

Weg met het idee van onbeperkte en eeuwigdurende groei

Het drieste concept van onbeperkte groei is een erfenis vanuit het middeleeuwse jargon van de alchemie, de queeste naar een manier om van lood goud te maken

Jaarlijks stelt John Brockman, oprichter van het vermaarde discussieplatform Edge.org, één vraag aan een selectie van de meest interessante wetenschappers, auteurs en kunstenaars ter wereld. Dit keer vroeg hij: ‘Welk wetenschappelijk idee is rijp voor de prullenmand?’ De 175 antwoorden werden gebundeld in Wetenschappelijk onkruid en op Joop lees je er de komende weken alvast een aantal van.

Tijdens mijn studie politieke economie aan het einde van de jaren tachtig werd ik enorm geïnspireerd door Hans Christoph Binswanger, die baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van de ecologie en de economie. Binswanger, inmiddels in de tachtig, wordt nu herontdekt door jongere kunstenaars en activisten (onder anderen Tino Sehgal), die vaak zeggen dat ze door hem zijn beïnvloed.

De wijsheid in Binswangers werk schuilt hierin dat hij al vroeg inzag dat eindeloze groei zowel voor de mens als voor onze planeet niet vol te houden is. Hij betoogt dat de huidige focus in de economie over het algemeen te veel op arbeid en productiviteit ligt, en te weinig op natuurlijke en intellectuele hulpbronnen. Het is niet realistisch altijd maar te blijven rekenen op eindeloze groei – zoals de crisis die na elke cyclische haussemarkt optreedt ons zou moeten leren.


Het was Binswangers doelstelling de overeenkomsten en verschillen tussen esthetische en economische waarden te onderzoeken door analyse van de historische relatie tussen economie en alchemie. Dat onderzoek maakte hij even interessant als het (aanvankelijk) bizar klonk. In zijn boek Money and Magic uit 1985 liet hij zien dat het drieste concept van onbeperkte groei een erfenis was vanuit het middeleeuwse jargon van de alchemie, de queeste naar een manier om van lood goud te maken.


Faust
Binswanger richt zich bij zijn onderzoek onder meer op Goethe, vooral in diens rol bij de ontwikkeling van de sociale economie in zijn hoedanigheid van minister van Financiën aan het hof van Weimar. In Goethes Faust denkt de gelijknamige hoofdpersoon in termen van oneindige vooruitgang, terwijl Mephisto het destructieve van zo’n idee inziet. Aan het begin van het tweede deel van het stuk adviseert Mephistofeles de heerser van een rijk dat door de verkwistende regeringsuitgaven financieel ten onder dreigt te gaan.

Hij spoort hem met klem aan om promesses uit te geven teneinde de schuldproblemen op te lossen. Binswanger was als kind al gefascineerd door de Faust-legende, en tijdens zijn studie ontdekte hij dat Goethes introductie van papiergeld in het stuk geïnspireerd was door het verhaal van de Schotse econoom John Law, die in 1716 als eerste een, in Frankrijk gevestigde, privébank oprichtte die papiergeld in omloop bracht. Frappant is dat de hertog van Orléans na Laws innovatie al zijn alchemisten de laan uit stuurde, omdat hij besefte dat de onmiddellijke beschikbaarheid van papiergeld veel effectiever was dan elke poging om van lood goud te maken.

Binswanger legde ook een ongebruikelijk verband tussen geld en kunst. Kunst, betoogt hij, is op verbeelding gebaseerd en heeft economische waarde. Evenzo legt de productie van geld door een bank in de
 vorm van promesses of muntgeld een link met de verbeelding, want
het idee erachter is dat er iets wordt gecreëerd wat nog niet bestaat. Tegelijkertijd bedenkt een bedrijf dat het een bepaald product wil produceren. Voor de productie ervan heeft het geld nodig, dus sluit het een lening af bij een bank. Als het product wordt verkocht, krijgt het ‘denkbeeldige’ geld dat in eerste instantie werd gecreëerd, een tegenwaarde in werkelijke producten.

De markt
In de klassieke economische theorie kan dit proces eindeloos doorgaan. Binswanger erkent in Money and Magic dat deze eindeloze groei een schijnbaar magische aantrekkingskracht uitoefent. Hij presenteert een visie op de problemen van een onstuitbare kapitalistische groei. Hij moedigt ons aan vraagtekens te zetten bij de heersende theoretische trend in de economie en in te zien hoeveel die afwijkt van de echte economie. Maar in plaats van de markt in zijn totaal af te wijzen, suggereert hij manieren om de vraag te beheersen. De markt hoeft dus niet helemaal te verdwijnen of vervangen te worden, maar kan worden gezien als een mechanisme dat voor menselijke doeleinden kan worden gemanipuleerd in plaats van dat we ons eraan overleveren.

Binswangers ideeën kunnen ook op de volgende manier uitgelegd worden: de schaarste aan materiële goederen en hulpbronnen is een fundamenteel probleem dat al vrijwel de hele geschiedenis van de mensheid bestaat. Daarom zijn we steeds efficiënter gaan produceren en hebben we rituelen geschapen waardoor we het belang van materieel bezit in onze cultuur als een kostbaar goed zijn gaan zien. Nog geen eeuw geleden maakte de mensheid door zijn roofzuchtige industrie een ontwikkeling door die de wereld heeft veranderd. Wij leven momenteel in een wereld waarin niet de schaarste aan goederen, maar juist overproductie een van onze fundamenteelste problemen is geworden. Toch dicteert onze economie om elk jaar meer te produceren. Daartegenover hebben we culturele conventies nodig om in staat te zijn de overvloed in de hand te houden, zodat onze rituelen opnieuw gericht zijn op het immateriële, op kwaliteit in plaats van kwantiteit. Daar is een verschuiving in onze waarden voor nodig: niet meer blijven produceren, maar kiezen uit dat wat er al is. 

 Dit stuk is afkomstig uit de bundel Wetenschappelijk onkruid.

Geef een reactie

Laatste reacties (41)