5.023
65

Duoraadslid; hoofd fractiebureau DENK Amsterdam

Weg met koloniale standbeelden, maar Gandhi is géén Coen

De realiteit laat zien dat zelfs de groten der Aarde zoals Mahatma Gandhi niet ongevoelig zijn voor racisme, maar leert ons tegelijkertijd dat we altijd kunnen veranderen voor het goede

In de huidige ‘beeldenstorm’ tegen koloniale verheerlijking, moet Mahatma Gandhi het ook ontgelden. Er worden ook oproepen gedaan om zijn standbeeld te verwijderen. Staat Gandhi dan op gelijke voet met koloniale massamoordenaars als Jan Pieterszoon Coen die het bloed van tienduizenden aan zijn handen heeft? Wel volgens tegenstanders van Gandhi’s standbeeld. Hij was namelijk 1) een anti-zwart racist en 2) hij verdedigde het kolonialisme. Laten we die twee punten nader bekijken.

Het klopt dat Gandhi zwarte mensen als minderwaardig zag, maar dat was alleen zo in zijn jongere jaren. Gandhi, geboren in 1869, was 23 jaar toen hij in 1893 aankwam in Zuid-Afrika (en daar bleef tot 1914). Hij liet zich in die tijd zeer negatief, denigrerend en dehumaniserend uit tegenover zwarte Afrikanen. Zo gebruikte hij in 1894 het racistische scheldwoord “kaffer” toen hij het had over zijn zwarte medeburgers. Al snel kantelde echter zijn mening over zwarte Afrikanen. In 1913 schreef Gandhi over de erbarmelijke omstandigheden waarin zij gedwongen werden om te werken het volgende:

“In cocoa plantations, Negro workers are subjected to such inhuman treatment that if we witnessed it with our own eyes we would have no desire to drink cocoa. Volumes have been written on the tortures inflicted in these plantations,”

Toen hij een jaar later vertrok uit Zuid-Afrika, bleef hij opkomen voor de rechten van de zwarte Afrikanen. Hij schreef bijvoorbeeld in 1926 zeer lovend over de Zulu’s en uitte felle kritiek op het lynchen van Afro-Amerikanen. Dat bleef zo tot zijn dood. Kortom, Gandhi had zijn oude, koloniale ideeën over rassen en kleur afgeworpen en werd een voorstander van de gelijkheid van alle mensen (zie hier voor een uitgebreidere bespreking hiervan).

Die groei maakte Gandhi ook mee bij hoe hij dacht over het kolonialisme. Vanaf zijn aankomst in Zuid-Afrika tot op z’n minst 1905 zijn er duidelijke statements van Gandhi te vinden waarin hij pleitte vóór raciale hiërarchie (een samenleving georganiseerd door witte dominantie, met de zwarte Afrikanen onderaan en de Indiërs tussenin). Tegen 1908 was een verandering waar te nemen. Gandhi begon zich uit te spreken tégen raciale hiërarchie: Indiase en zwarte Afrikanen moeten op gelijke voet geplaatst worden met hun Europese medeburgers. Tijdens een debat in Johannesburg datzelfde jaar met als onderwerp ”zijn Aziaten en Afrikanen een bedreiging voor het Britse rijk?” zei Gandhi dat de Britten nergens zouden zijn zonder de arbeid van zowel de Indiërs als de zwarte Afrikanen. Gandhi benadrukte verder dat:

“the mission of the English race, even when there are subject races, to raise them to equality with themselves, to give them absolutely free institutions and make them absolutely free men”

Het moge duidelijk zijn dat ook met betrekking tot het kolonialisme Gandhi zijn oude denkbeelden achterliet. Sterker nog, hij begon te pleiten voor internationale bondgenootschappen tussen de Indiërs en Afrikanen. Toen in 1946 een delegatie van Indiase Zuid-Afrikanen op bezoek kwam bij Gandhi, gaf hij hen expliciet de opdracht om een gesegregeerde vorm van politiek af te wijzen. Hij riep hen op om samen te werken met de Zulu’s en Bantoes; ook zou de slogan niet meer “Azië voor de Aziaten” of “Afrikanen voor de Afrikanen” moeten zijn, maar de eenheid van alle onderdrukte volkeren. Daarom stond Gandhi in contact met pan-Afrikaanse grootheden als Kwame Nkrumah, W.E.B. DuBois en Marcus Garvey. Bovendien inspireerde Gandhi dekoloniale verzetshelden als Nelson Mandela en Martin Luther King.

Hoe kunnen we dan gelet op bovenstaande ontwikkelingen Gandhi gelijk stellen aan koloniale massamoordenaars als Coen en consorten?

Laat me voorop stellen: ik vind de discussie an sich heel goed. Het brengt zijn verborgen gebreken aan het licht en men moet weten dat Gandhi absoluut géén heilige was. Sterker, Afrofobie was niet zijn enige minpunt: er zijn aantijgingen van pedofilie en dat hij een voorstander bleef van het verwerpelijke kastensysteem. Dat zijn zaken die we niet onder de tapijt mogen vegen, ook al was hij een belangrijke figuur in de dekolonisatie. Maar het lijkt erop alsof er twee smaken zijn: of Gandhi was een heilige of hij was een racist. De kracht van Gandhi zit mijns inziens in het vertellen van zijn echte verhaal, namelijk: de ontwikkeling van Afrofoob naar dekoloniale bruggenbouwer. Dat verhaal zal ongetwijfeld herkenbaar zijn voor velen, want ook wij worden vanaf onze geboorte blootgesteld aan dezelfde racistische denkbeelden over zwarte mensen en óók wij moeten verzet plegen tegen deze verwerpelijke ideeën.

De realiteit laat zien dat zelfs de groten der Aarde zoals Mahatma Gandhi niet ongevoelig zijn voor racisme, maar leert ons tegelijkertijd dat we altijd kunnen veranderen voor het goede. Die stip aan de horizon kan ons inspireren en helpen om geduld op te brengen in de strijd tegen het racisme. Maar als activisten Gandhi op hetzelfde hoopje gooien als koloniale massamoordenaars zoals Jan Pieterszoon Coen, dan vrees ik dat deze belangrijke lessen naar de achtergrond verdwijnen terwijl wij dat juist nu in de huidige opstand tegen het racisme heel goed kunnen gebruiken.

Geef een reactie

Laatste reacties (65)