Laatste update 20:02
1.679
8

Theatermaker

Teunkie van der Sluijs is theatermaker. Hij is artistiek leider van Studio Dubbelagent, voormalig stafregisseur bij het National Theatre in Londen en werkte als regisseur voor onder meer Het Zuidelijk Toneel, Orange Tree Theatre en werkte mee aan de voorstelling ANNE. Teunkie maakt voorstellingen waarin kleine persoonlijke verhalen en grote politieke gebeurtenissen gekoppeld worden.

Weg met het ‘zwarte’ toneel

Aan het frame zwarte kunst kleeft de aanname dat daar per definitie een zwart publiek op afkomt

Schermafbeelding 2016-09-25 om 19.48.41“Kijk naar me. Nee, kìjk naar me! Ik wil zoveel.” In het toneelstuk A Raisin in the Sun doet personage Walter Younger een hartgrondig pleidooi voor de waarde en waardigheid van black life – een oproep die door moet klinken in het Nederland van 2016 waar het witte meerderheidsperspectief vrijwel unaniem de cultuurbastions domineert. Dat vergt een mentaliteitsverandering van witte Nederlanders, mijzelf incluis; achter de schermen bij A Raisin in the Sun blijken exclusiviteit, onbegrip en onmacht overheersend in een cultuur- en mediasector die voorop zou moeten lopen in het bepleiten van inclusiviteit en diversiteit.

Met A Raisin in the Sun schreef auteur Lorraine Hansberry in 1959 een drama over familiebanden die buigen in een onderdrukkende samenleving, en over de vrees voor ‘de ander’ die tussen ons in komt wonen.[1] Het plot draait om een arm zwart arbeidersgezin dat verhuist naar een tot dan toe exclusief witte buurt. Destijds was het het eerste toneelstuk van een zwarte vrouwelijke schrijver op Broadway, en het eerste stuk dat zwarte acteurs niet degradeerde tot bijrollen van bediendes en slaven binnen verhalen vanuit de white gaze. Het duurde meer dan een halve eeuw voordat A Raisin in the Sun in Nederland te zien was – met een creatief team van zwarte, witte, Noord-Afrikaanse en Turkse theatermakers en in de hoofdrol Mandela Wee Wee als Walter Younger, die bij De Wereld Draait Door toelichtte[2] dat het idee dat witheid regeert onhoudbaar is. Dat is geen aanklacht, maar een aanmoediging: zíe de zwarte verhalen. Zie de niet-witte vertellers. Zie ze als gelijkwaardige gesprekspartner die de witte canon met z’n Shakespeares en Tsjechows niet uitdaagt, maar aanvult.

Onlangs prees[3] Joop.nl Massih Hutak, die bij De Nieuws BV de diversiteit van Nederland bezong middels het succes van de muziekformatie Broederliefde. Ze staan recordverbrekend lang op nummer 1, en brengen en zwart en wit samen bij hun Lowlandsoptreden. Blijkbaar geven muziekpodia beter weer hoe Nederland niet meer by default wit is dan theaterpodia, die desalniettemin overeind worden gehouden met subsidiegeld van een gemeenschap die òp die podia niet gelijkwaardig vertegenwoordigd is.

Dezelfde Nieuws BV confronteerde mij een week later met een label dat A Raisin in the Sun steevast krijgt: dit is zwart toneel.[4] Het is een begrijpelijke, maar verouderde framing. Een label op grond van etniciteit impliceert namelijk dat wat nu in de schouwburgen domineert, bestempeld moet worden als wit toneel. En dat gebeurt niet – dan heet het gewoon toneel. De schouwburgen staan bol van wittemensenzorgen, bekeken door wittemensenogen, voor wittemensenhorden. Dat is prima, maar laten we afstappen van het idee dat dàt de norm moet zijn, of, erger nog, kleurloos is. Hoe vanzelfsprekend we dit vinden (en met ‘we’ bedoel ik cultuur-, media- en opiniemakers en publiek waar ik zelf ook toe behoor) toont aan hoe vernauwd onze blik nog is.

Aan het frame zwarte kunst kleeft bovendien de aanname dat daar per definitie een zwart publiek op afkomt. Dat leidt niet tot menging maar tot scheiding. Schouwburgdirecteuren, cultuurcritici, en beleidsmakers tot aan minister Jet Bussemaker toe omarmen A Raisin in the Sun als voorbeeld van ondernemerschap dat aansluit op diversifiëring van het publiek, èn dat breed gedragen is door de markt (de voorstelling is mede bekostigd middels een voor het theater unieke crowdfundingsactie). In het meest cynische geval leidt dit tot het geloof dat zo’n voorstelling met zwarte acteurs vanzelf z’n eigen zwarte publiek meebrengt, en theaters daarmee een diversiteitsdoelstelling kunnen afvinken zonder rekenschap te hoeven geven over de doorgaans Ondraagelijke Witheid van hun Bestaan.

Het is opmerkelijk dat Nederland hierin nog achterloopt op het politiek conservatievere Amerika. Daar zijn de kaarten niet aan te slepen voor de Broadwayvoorstelling Hamilton, een rapmusical over de gelijknamige founding father waarin zwart, wit en Latijns-Amerikaans een podium delen. In het sociaal conservatievere Engeland wordt zonder veel poespas een zwarte actrice gecast als Hermelien Griffel in de theaterbewerking van Harry Potter, of speelt een zwarte acteur bij het National Theatre de rol van Elckerlyc, het personage wat voor ieder mens moet kunnen staan. In beide landen is mainstream geworden wat de Nederlandse kunstsector en media nog weg zouden zetten als doelgroeptheater.

Kleur moet je niet willen ontkennen. Het hoort bij een diverse samenleving. Het moet alleen niet het onderscheidende element zijn. Ik kan niet ontkennen dat ik een witte regisseur ben. Ik kan geen sympathie veinzen met de zwarte personages in het stuk, noch meevoelen met de realiteit van vooroordelen, kansenverkleining en labeling van zwarte acteurs. Had ik de regie van de productie geweigerd ten gunste van een zwarte regisseur, dan had ik daarmee exclusiviteit geïmpliceerd – dat bepaald repertoire alleen door regisseurs van een bepaalde kleur moet worden geënsceneerd. Noch sympathie, noch zelfwegcijfering passen. Enkel empathie past, de kwetsbaar-makende keuze je open te stellen voor ‘de ander.’ Het is vergelijkbaar met wat Black Life Matters vraagt van witte medestanders: een luisterende openheid. Luisteren, niet om zelf te kunnen antwoorden, maar luisteren opdat gehoord wordt. Een podium geven, zonder meteen jouw perspectief of oplossing aan te dragen. Wellicht kunnen cultuurproducenten, critici en beleidsmakers zo de connectie verbeteren met het publiek dat hun bekostigt.

In A Raisin in the Sun vraagt Walter Younger geen antwoord. Hij wil gezien worden. Hij doet geen aanklacht, maar een aansporing: zie mij; neem mijn aspiraties serieus. Maar ook: zie mij, niet alleen het label zwart: “De toekomst, die bungelt daar. Aan de rand van mijn dagen. Het kan ook anders. Dat weet ik.”

[1] Trailer A Raisin in the Sun

[2] Fragment Mandela Wee Wee, Akwasi en Esther Duysker bij De Wereld Draait Door n.a.v. de ‘witte’ Oscars en A Raisin in the Sun

[3] Artikel Joop.nl over Massih Hutak

[4] Teunkie van der Sluijs en Samora Bergtop in De Nieuws BV

 

Geef een reactie

Laatste reacties (8)