5.637
55

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Weglopen van de wegloper

GroenLinks moet oppassen dat ze niet voor lange tijd aan de zijlijn blijft. Als het stigma van wegloper aan Klaver blijft kleven, waarom zouden groene kiezers dan niet overstappen

Weglopen
Foto: ANP | Sander Koning

Het was afgelopen maand weer een grote kiezersstroom: kiezers die van de PVV overstapten naar FvD. Onderzoeken wijzen uit dat een fors deel van de FvD-kiezers van 20 maart op de PVV stemde bij de Tweede Kamerverkiezingen twee jaar terug. Dat deel is gegroeid van 22% in november 2017 via 25% in oktober 2018 tot 31% afgelopen maand. Dus steeds meer FvD-kiezers komen van de PVV.

Achteraf is het gemakkelijk om over het hoofd te zien hoe bijzonder de uitstroom uit de PVV is. Jarenlang braken tegenstanders zich het hoofd over hoe de PVV te bestrijden. Tevergeefs: PVV-leider Geert Wilders domineerde media en politiek en zijn kiezers leken hondstrouw. Twee jaar lang was hij wellicht ‘s lands machtigste man en in 2012 blies hij in zijn eentje zelfs een heel kabinet op.

Wat bracht die grote stroom van kiezers dan op gang? Kiezers van PVV en FvD lijken sterk op elkaar en zijn vooral tegen immigratie, net als beide partijen zelf. Dat partijen ideologisch dichtbij elkaar staan maakt kiezersverschuivingen waarschijnlijker dan als ze veraf staan. Maar dit verklaart nog niet of ze ooit plaatsvinden – en zo ja, wanneer precies. Waarom bleven die kiezers de PVV niet trouw?

Komt dit door de geïsoleerde positie van de PVV? In 2014 was CDA-leider Sybrand Buma stellig: met Wilders samenwerken, “dat doe ik niet nog een keer.” En in 2017 zei VVD-leider Mark Rutte dat de kans op regeren met de PVV “nul” was. Hiermee was de buitensluiting van Wilders compleet. Maar voor een effect op kiesgedrag is louter isoleren niet voldoende. Er moet ook worden geïmiteerd.

Dat een partij is buitengesloten hoeft haar geen kiezers te kosten. In België bijvoorbeeld heeft Vlaams Belang jarenlang zeges aaneengeregen ondanks een cordon sanitaire. Pas toen een andere partij haar kernboodschap ging kopiëren liepen kiezers en masse over. Iets soortgelijks lijkt Wilders te overkomen: kiezers zien dat hij niets gedaan krijgt. Misschien krijgt FvD wel zaken voor elkaar.

Voor zulke effecten van isoleren en imiteren vond ik empirisch bewijs in 15 landen, sinds 1944. FvD-leider Thierry Baudet lijkt de juiste keuze hierin te maken. Net als LPF-leider Pim Fortuyn in 2002 stuurt hij nu aan op samenwerking. Fortuyn smeedde direct na de gemeenteraadsverkiezingen een college in Rotterdam; Baudet had op 21 maart al een gesprek over collegevorming in Zuid-Holland.

Ook onderstreept Baudet nu telkens zijn bereidheid tot het sluiten van compromissen. Alles om te voorkomen dat hij in eenzelfde geïsoleerde positie komt als Wilders – voor zover dat nog mogelijk is. FvD probeert dus het scenario van imitatie en isolatie af te wenden. Maar een andere partij, GroenLinks, doet dat niet. Dit terwijl die partij duidelijk geïmiteerd wordt en er ook isolatie dreigt.

Het eerste, imitatie, vindt nu al plaats: zie de plotselinge nadruk op ‘groen’ bij CU, D66 en PvdA. En voor het tweede, isolatie, is GroenLinks kwetsbaar om drie redenen. Ten eerste: in de Senaat heeft het kabinet allerlei alternatieven voor GroenLinks om een meerderheid te halen. Ten tweede is GroenLinks-leider Jesse Klaver in 2017 tot tweemaal toe plots weggelopen van onderhandelingen.

Ook op dit punt dringt de vergelijking met Wilders in 2012 zich op – zij het in mildere vorm. Tijdens debatten verweet D66-leider Rob Jetten Klaver dat hij wegliep in 2017 en dat hij bij internationale samenwerking niet thuis gaf. Ten derde speelt GroenLinks hoog spel. Klaver legde eisen op tafel over het dichthouden van Vliegveld Lelystad en over het snellere verlagen van de energierekening.

Zijn toon was hoogdravend: “Na 20 maart zijn we nodig voor een meerderheid” en “We gaan Rutte aan zijn belofte houden.” GroenLinks-coryfee Paul Rosenmöller voegde hier nog eens aan toe: “Het kabinet heeft ons nodig als ze de klimaatmaatregelen waar willen maken.” Allemaal niet erg uitnodigend. Daarbij komt nog de geringe ervaring van de partij met besturen op landelijk niveau.

GroenLinks moet oppassen dat ze niet voor lange tijd aan de zijlijn blijft. Als het stigma van wegloper aan Klaver blijft kleven, waarom zouden groene kiezers dan niet overstappen naar een concurrent die wel meedoet? Hoog tijd dat Klaver en Rosenmöller beseffen dat het kabinet niet alleen GroenLinks nodig heeft, maar GroenLinks ook het kabinet. Anders zijn haar kiezers zo weer weg.

Daar kan Wilders over meepraten.

Geef een reactie

Laatste reacties (55)