501
15

live bij De Gids FM op Radio 1

Wel of geen ceremonieel koningschap?

Als Nederlanders hun monarchie willen behouden, zullen zij de Oranjes ook hun privileges moeten gunnen

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil nieuwe spelregels maken voor het functioneren van de monarchie. Die zullen het onbehagen over het erfelijk koningschap echter niet wegnemen, schrijft Daniele Hooghiemstra, koningshuisdeskundige en freelance-journaliste voor NRC Handelsblad. Ze gaat er in DeGids.fm live op Radio 1 over in debat met SP-Kamerlid Ronald van Raak.

Kijk en/of luister donderdag 28 april om circa 11:45 uur live via DeGids.Fm naar het debat

Dat de Koning eigenlijk een gewoon mens is, was een eeuw geleden een goed bewaard geheim. Maar inmiddels weet iedereen het. Koningen hebben óók huwelijksproblemen en familieruzies en zijn niet nobeler dan anderen.

Het was niet God die hen hun positie gaf, maar politiek vernuft, doorzettingsvermogen of moed van voorouders, in combinatie met historisch toeval. Democratisering en individualisering, voortgestuwd door moderne media, hebben het gezag van autoriteiten en daarmee dat van de Koning, aangetast. Kon Juliana zestig jaar geleden nog koketteren met de mededeling dat zij eigenlijk maar ‘gewoon’ was, inmiddels is de gewoonheid van de Koninklijke familie een serieuze bedreiging geworden voor de bijzondere status die zij geniet.

Want als de familie zo gewoon is, waarom heeft zij dan al die privileges? Als gevolg hiervan doen zich allerlei problemen voor: de ene keer gaat het over geld (de begroting van het Koninklijk Huis, de belastingroutes, de vliegkosten), de andere keer over privéproblemen( Margarita, Mabel) en dan weer over een vakantiehuis op een verkeerde plek. Maar de bron voor alle wrevel is steeds die ene vraag, die Juliana ooit zelf stelde toen zij de troon besteeg, maar die nu als een boemerang terug komt: wie zijn de Oranjes, dat zij dit doen mogen?

Als gevolg van het sluimerende onbehagen over de legitimiteit van het Koninklijke gezag hebben ministers en Kamerleden veel werk aan het Koninklijk Huis, want zij dragen er de politieke verantwoordelijkheid voor. En dus wordt naar manieren gezocht om het archaïsche eilandje een modern gezicht te geven, er  een ‘partner’ van te maken die in het moderne staatsbestel voor iedereen acceptabel is.

Juridische procedures  en vijandig getwitter van de zijde van de aanstaande Koning, doen voor de toekomst het ergste vrezen. En dus, concluderen Kamerleden, moet er iets gebeuren. Iedere (schijn van) machtsuitoefening door de Koning moet een halt worden toe geroepen.

Een Kamermeerderheid lijkt nu te ontstaan voor het plan om het wekelijkse gesprek tussen Koning en minister-president af te schaffen. Daarmee zal de maatschappelijke wrevel echter niet verdwijnen, misschien zelfs groter worden. Algemeen wordt namelijk aangenomen dat als Koning en premier contact hebben, het wel de Koning zal zijn die de premier beinvloedt. Maar zou niet eerder het omgekeerde het geval  zijn? Gezien de politieke verhoudingen in Nederland, waar de Tweede Kamer toch de baas is, ligt dat voor de hand. De premier kan in het wekelijkse gesprek de Koning confronteren met de politieke werkelijkheid. ‘Dat  vakantiehuis lijkt mij niet verstandig’,  ‘een dergelijke fiscale route zal niet geaccepteerd worden’, ‘die kosten zult u toch prive moeten betalen’ etc.

Om een Koning in een moderne democratie goed te laten functioneren, moet de premier op de hoogte zijn van, en vat houden op, zijn doen en laten. Het nut van het wekelijkse gesprek hangt af van de houding van de deelnemers. Zit er een premier die zich de oren laat wassen en een Koning die zijn zin doordrijft, dan bewijst het gesprek de democratie geen dienst. Maar zit er een premier die niet bang is en een Koning die (mede daardoor) zijn boekje niet te buiten gaat, is het gesprek nuttig en in de toekomst, met de grote bewegingsruimte die Willem-Alexander voor zichzelf lijkt op te eisen, zelfs hard nodig.

Een meerderheid van de Kamer heeft ook moeite met de rol van de Koning bij de kabinetsformatie, al wordt de invloed van de Koning niet werkelijk gevoeld. Tijdens de laatste formatie, toen veel kritiek was op de Koninklijke ‘bemoeienis’, werd opnieuw bewezen dat het toch de Kamermeerderheid is, die bepaalt. De Kamer bij de formatie het voortouw geven, zou aan de uitslag dus niets veranderen.

De Koning ‘uit de regering halen’, zoals Wilders wil, lijkt een kloeke daad, maar lost niets op. De bron van zijn onvrede is namelijk niet de concrete invloed van Beatrix op de politiek, maar het feit dat zij dankzij haar geboorte met haar paleizen en lakeien door de Nederlandse staat op de been gehouden wordt. De Koning uit de regering halen, verandert daar niets aan, net zomin als het ‘ceremoniele Koningschap’. Dat zou van de Koning een losgeslagen entiteit maken, wiens luxe leven alleen maar meer ergernis zal wekken en het maatschappelijke evenwicht eerder zal verstoren dan bevorderen.

Het feit dat het erfelijke koningschap principieel botst met moderne opvattingen over verantwoording, is in het huidige politieke debat over het koningshuis de ‘elephant in the room’: het  vraagstuk dat iedereen ziet, maar angstvallig met rust laat.

Geen enkele partij – zelfs Wilders niet – durft te zeggen dat de monarchie moet worden afgeschaft omdat het principe uit de tijd is. Want Nederlanders, zo blijkt steeds weer uit enquetes, houden van hun monarchie. En dus wordt geprobeerd om met aanpassingen aan de groeiende  wrevel tegemoet te komen, zonder dat het koningschap zelf in het geding komt. Maar als Nederlanders hun monarchie willen behouden, zullen zij de Oranjes ook hun privileges moeten gunnen. En zullen zij gevoelens van ressentiment over die ene familie die alles in de schoot geworpen lijkt te krijgen, die maar met de vingers hoeft te knippen om iets gedaan te krijgen en altijd achter de schermen opereert, moeten inslikken.

Wie enthousiast ‘oh’ en ‘ah’ roept als de gouden koets voorbij komt, moet daarna niet klagen over geheimzinnigheid of dure kleren. Net als een huwelijk is de monarchie een totaalpakket. Met de glamour, de nostalgie en het saamhorigheidsgevoel dat de Oranjes bieden, tekenen we ook voor de hofcultuur die zij om zich heen verspreiden.

De premier moet een ingewikkeld spel spelen om de familie enerzijds te beschermen en anderzijds aan haar invloed het hoofd te bieden. Dat vergt veel tijd en energie, maar geen aanpassing van het systeem, want dat biedt al alle democratische waarborgen die je wensen kunt.

Als Kamerleden de samenwerking tussen Koning en politiek desondanks niet vertrouwen, rest maar een conclusie: dat wij met het erfelijke koningschap niet meer uit de voeten kunnen.  Dan zullen Koninginnedag, Gouden Koets en kersttoespraak vaarwel gezegd moeten worden. Alles wat tussen dát en de voortzetting van het huidige systeem wordt ondernomen, is in stoere taal vermomde onmacht. 

Geef een reactie

Laatste reacties (15)