5.210
148

Columnist

Kevin Levie (1986) schrijft over politiek en technologie. Hij is actief binnen links van links en was eerder o.a. voorzitter van de SP Rotterdam. Hij woont in Amsterdam en werkt als ZZP'er in de ICT.

Welke voorzitter de SP ook krijgt: het gaat erom hoe we een linkse meerderheid krijgen

De inhoudelijke reflectie is belangrijker dan welke poppetjes we op het congres kunnen kiezen

Deze week was er veel aandacht voor de twee kandidaat-voorzitters van de SP: Sharon Gesthuizen en Ron Meyer. Dat er op het komende congres iets te kiezen valt is heel goed, en enige vernieuwing en verjonging in het partijbestuur van de SP is zeer gewenst.
Maar belangrijker nog dan wie voorzitter wordt is de komende maanden de discussie over de inhoud: hoe zorgen we dat de SP écht doorbreekt en dat linkse ideeën meer voet aan de grond krijgen in dit land?

Op 28 november houdt de SP weer een landelijk partijcongres. Dat is hoog tijd, en er is alle reden om tussen nu en november een brede discussie te voeren hoe we er als partij voor staan en wat onze strategie en tactiek voor de komende jaren moet zijn. De SP heeft de basis op orde en een trouwe achterban, maar tot een echte doorbraak is het de afgelopen jaren niet gekomen. Onze positie in de peilingen is stabiel, maar ons ledental blijft dalen (een unicum voor de SP) en een linkse meerderheid in het parlement lijkt steeds verder weg.

Grootste partij op links
De SP is weliswaar de grootste partij op links geworden bij de laatste verkiezingen, maar is dat met slechts 11,6 procent van de stemmen. De positie van links als geheel is op dit moment deplorabel: een stemmenpercentage van 30 procent voor PvdA, GroenLinks, SP en PvdD in totaal betekent dat een linkse meerderheid en regering op dit moment volstrekt niet aan de orde is. Ondanks een zware economische crisis en een historisch impopulair kabinet dat een snoeihard rechts beleid voert, is het ons blijkbaar nog onvoldoende gelukt mensen het vertrouwen te geven dat een links alternatief mogelijk is.

Dat linkse alternatief moeten we dus beter neerzetten en beter uitwerken. We moeten oppassen in de beeldvorming niet te blijven hangen in een streven van het behoud van bestaande sociale voorzieningen, of het vertragen van de afbraak daarvan. We moeten meer vooruit kijken, een toegankelijk groter verhaal neerzetten dat mensen inspireert en uitdaagt na te denken voorbij de maatschappij zoals die nu is. Een verhaal bijvoorbeeld over hoe mensen daadwerkelijk zeggenschap krijgen over hun woonomgeving, hun werk en de economie. Dat betekent ook dat we meer de aansluiting moeten vinden bij het publieke debat binnen links, dat zich nu voor een groot deel buiten de SP afspeelt, en bondgenoten moeten vinden om zo’n alternatief gezamenlijk uit te dragen. Zoals Merijn Oudenampsen en Dylan van Rijsbergen onlangs schreven in een zeer lezenswaardig artikel: ‘Wat ontbreekt op links is heel basaal: een breed gedragen politiek project dat niet enkel een pragmatisch programma is voor het beheer van het bestaande (…) noch een defensief pleidooi voor behoud van verworvenheden uit het verleden.’

‘Waarom willen we eigenlijk besturen’
Binnen de SP is de afgelopen jaren veel nadruk gelegd op ‘we gaan meebesturen en laten zien dat we klaar zijn om te regeren’. Het is goed om af te rekenen met het vooroordeel dat de SP een tegenpartij is die alleen aan de zijlijn staat. Dat is inmiddels gelukt, althans voor iedereen die bereid is dat te zien. Daarmee wordt wel de vraag steeds relevanter: waaróm willen we eigenlijk besturen? Heeft het daadwerkelijk een positief effect op de mogelijkheid tot structurele verandering in Nederland als we meedoen in een coalitie met verder rechtse partijen, zoals nu in bijvoorbeeld Zuid-Holland en Amsterdam gebeurt?

Richten we ons niet te veel alleen nog op “direct haalbare (…) idealen” waardoor het onderscheid tussen SP en PvdA steeds kleiner dreigt te worden, zoals Erik Meijer donderdag in de Volkskrant schrijft? Zouden we op landelijk niveau ook in een coalitie met rechtse partijen stappen in de hoop kleine verbeteringen binnen te halen – of kunnen we alleen regeren over links en als die regering wordt gesteund door een brede maatschappelijke beweging?

‘Van de straat zijn’
1Vandaag probeerde woensdag het verschil tussen de kandidaten neer te zetten als “van het pluche of van de straat”. Dat is volstrekte onzin: beide kandidaten hebben een even activistische inslag. Onder het kader van de SP leeft een breed gedeeld gevoel dat de SP nog veel meer in het offensief moet, meer moet durven, meer op straat moet zijn op meer plekken in het land, sterkere en grotere campagnes moet opzetten. Ik verwacht dat beide kandidaten dat gevoel delen en daaraan willen werken. Maar “van de straat zijn” an sich zegt nog niet zo veel over wát je dan op straat doet en rond welke onderwerpen je probeert mensen te organiseren. Onze eigen acties en campagnes kunnen nog een stuk groter en gedurfder, maar ook onze band met andere linkse maatschappelijke krachten kan beter.

De afgelopen jaren is de relatie met bijvoorbeeld de vakbonden sterk verbeterd en worden regelmatig samen dingen ondernomen. Maar we zouden nog veel meer samen mogen optrekken met bijvoorbeeld milieuorganisaties en de klimaatbeweging, met de opkomende antiracismebeweging, en op het thema van internationale solidariteit in en buiten Europa. Dat zou ook nieuwe groepen kiezers, met name jongeren, ertoe kunnen bewegen zich bij ons aan te sluiten.

Waarmaken
De discussie richting het SP-congres zou wat mij betreft in ieder geval moeten gaan over hoe we onze positie van ‘leider op links’ waarmaken en de ruimte voor links in Nederland vergroten; hoe we bewaken dat we een socialistische partij blijven die streeft naar fundamentele verandering en niet slechts op de winkel past; hoe we in woord en daad een links alternatief gaan neerzetten waar mensen in kunnen geloven; hoe we het verzet beter gaan organiseren; en hoe de partijorganisatie moet veranderen om dat voor elkaar te krijgen. Als we als partij verder dobberen zonder dat voldoende te bespreken, dan bestaat de kans dat er geleidelijk ruimte ontstaat voor een nieuwe partij links van de SP.

Die inhoudelijke reflectie is wat mij betreft belangrijker dan welke poppetjes we op het congres kunnen kiezen, vind ik net als bijvoorbeeld congrescommissielid Patrick Zoomermeijer. Ik verwacht niet dat zich tussen de kandidaten Ron en Sharon de komende tijd enorme meningsverschillen over de toekomst van de partij zullen ontvouwen – al ben ik wel benieuwd wat hun ideeën zijn over bovenstaande analyse. Maar misschien is de belangrijkste kwaliteit die een nieuwe voorzitter moet hebben, wel vooral het inzicht dat de discussie over onderwerpen als deze gevoerd moet worden, en de bereidheid die de komende jaren open en samen met de leden te (blijven) voeren. Dan kunnen we samen met al die duizenden actieve SP’ers en honderdduizenden sympathisanten plannen maken om te zorgen dat de wereld nog veel van de SP en haar ideeën gaat merken.

Geef een reactie

Laatste reacties (148)