Laatste update 12:07
119.412
60

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Wereldwijde verschillen in verspreiding van corona wijzen naar oplossing

Ik vond wetenschappelijke verklaringen waarbij vastgesteld werd dat in ieder geval het griepvirus zich bij hogere luchtvochtigheid veel minder snel kon verspreiden

Mededeling van de Joop-redactie: onafhankelijk van de interessante bevindingen van Maurice de Hond is het van het grootste belang dat de actuele officiële adviezen van de overheid opgevolgd worden. Die vind je hier. Ongeacht de weersomstandigheden geldt vooralsnog: blijf zoveel mogelijk thuis.

cc-foto: Chris Zuniga

Ik ben opgeleid als sociaal geograaf met als bijvak statistiek.  Dan bestudeer je onder andere de verschillen tussen gebieden en probeer je vast te stellen waarom die verschillen er zijn.

Al vanaf eind januari volg ik (dankzij internet en Twitter) de ontwikkelingen rondom het coronavirus op de voet. Vrij snel vielen mij bepaalde geografische patronen op. De plekken waar het virus na Wuhan tot een uitbarsting kwam, hadden in de weken ervoor vergelijkbare weersomstandigheden.

Begin maart werd dit ook geconstateerd door Amerikaanse onderzoekers. In hun rapport stelden zij dat het virus zich blijkbaar snel verspreidde in gebieden met een temperatuur tussen 4 en 11 graden en een specifieke luchtvochtigheid tussen 3 en 6 gram water per kilogram lucht. (Dat is iets anders dan de relatieve luchtvochtigheid, die we normaal bij het weer zien. Maar kan wel berekend worden op basis ervan).

Sindsdien ben ik gaan zoeken naar de mogelijke wetenschappelijke verklaringen voor dat patroon en ik heb voor vele regio’s (zoals in Italië en de Amerikaanse Staten) de ontwikkelingen gevolgd van het aantal dodelijke slachtoffers en het weer.

Ik vond wetenschappelijke verklaringen waarbij vastgesteld werd dat in ieder geval het griepvirus zich bij hogere luchtvochtigheid veel minder snel kon verspreiden. Ook zou het kunnen zijn dat het omhulsel van het virus – de zogenaamde lipid envelope – kapot gaat door water (zoals dat ook gebeurt als je je handen wast met zeep). De vraag was of dat dan ook met dit nieuwe virus het geval zou zijn.

Recentelijk ontving ik een video, waarin werd getoond dat naast grotere druppels die je uitscheidt bij niezen, hoesten en praten, je ook zogenaamde micro-droplets uitscheidt die lang in een kamer of in andere ruimtes kunnen blijven zweven. Dat zou onder andere ook betekenen dat een afstand van 1,5 meter niet voldoende zou zijn om gevrijwaard te kunnen worden van besmetting.

Bij het bestuderen van de verschillen in de groei van het aantal doden tussen de Italiaanse regio’s is er een verbluffende samenhang tussen het weer en de ontwikkeling van het aantal doden (per aantal inwoners). Zelfs als je ermee rekening houdt dat de verspreiding in Napels en Rome later begonnen is dan in Lombardije, dan zie je nog dat in Lombardije 20 keer zoveel doden zijn gevallen dan in Rome en Napels, waar de luchtvochtigheid duidelijk hoger was in de laatste 2 maanden.

Dat komt ook overeen met de wereldwijde ontwikkelingen. In warme en vochtige landen zien we ook wel mensen met het virus (doorgaans binnengebracht door mensen afkomstig uit de brandhaarden elders in de wereld), maar de verspreiding gaat daar veel en veel langzamer dan waar het aanzienlijk minder vochtig is. Ook in heel koude gebieden verspreidt de virus zich veel langzamer.

In de 9 Amerikaanse Staten waar de uitbraak het grootst is (met meer dan 90 miljoen mensen) is het dodental 15 keer hoger dan in de 13 Amerikaanse Staten (met 150 miljoen mensen) met hogere temperaturen en een hogere luchtvochtigheid. In New York State is het aantal doden op dit moment circa 20 keer zo hoog als in Californië of Florida. Terwijl de eerste COVID-19 gevallen in al die staten zo ongeveer gelijk werden vastgesteld.

8 van de 9 staten met de meeste dodelijke slachtoffers hadden hetzelfde weer als Lombardije (en Madrid, en Teheran en Wuhan in januari). Alleen Louisiana had beduidend warmer weer. Maar daar lijkt Mardi Gras op 25 februari met 1,4 miljoen bezoekers, qua besmettingen een soort Nederlands carnaval tot de derde macht te zijn geweest.

De 13 Amerikaanse staten met relatief weinig doden hadden de afgelopen twee maanden weer met een specifieke vochtigheidsgraad die (beduidend) hoger lag dan die grens van 6 g/kg.

Ik heb de afgelopen dagen diverse blogs geschreven waarin ik deze bevindingen in kaart breng en verklaar en aandraag, welke gevolgen dat zou moeten hebben ten aanzien van de maatregelen die de overheid ons oplegt. Die kan je hier vinden.

Het beleid is er (terecht) op gericht om de verspreidingssnelheid van het virus naar beneden te brengen. Tijdens een “gewone” influenza besmet iedere persoon gemiddeld 1,3 anderen. In Wuhan is vastgesteld, dat iedere met COVID-19 besmette persoon het virus overdroeg op gemiddeld 2,2 andere personen.

Maar de uiteindelijke kernvraag is natuurlijk wanneer de oplossing schadelijker wordt dan het probleem. Hoe ver en hoe lang kunnen we een groot deel van het normale leven op aarde stoppen, zonder dat de schade aan de economie en de samenleving veel groter wordt dan de directe schade van COVID-19 aan de volksgezondheid?

Wat is er nog precies over als we rond eind april, wereldwijd weer uit onze specifieke vormen van lockdown komen? Welke klap hebben de economie en de werkgelegenheid dan gekregen? En hoe snel starten we weer op? En in welke mate is ons leven dan anders? Zullen we ons gedrag niet ingrijpend veranderd hebben met een disruptieve impact op allerlei bedrijven en de economie?

En wat, als het nog een maand of langer duurt? Hoe groot is die schade dan? En zullen mensen wereldwijd, die toch al weinig hadden en nu ook nog hun inkomsten hebben zien wegvallen, rustig blijven zitten totdat ze weer naar buiten mogen? Leert de geschiedenis niet dat dit optimale condities zijn voor onrust, plunderingen en opstand? En hoe groot wordt die schade dan vervolgens?

Welke scenario je ook bedenkt, er moet een moment komen dat we de maatregelen gaan afbouwen. En het lijkt onaannemelijk dat we ons kunnen veroorloven te wachten tot het moment dat de laatste COVID-19 drager genezen is.

Juist daarom is onderzoek naar de relatie tussen hogere luchtvochtigheid en een veel langzamere spreiding van het virus van vitaal belang. Want daarmee kan op een veel slimmere wijze omgegaan worden met zowel de lockdown in Nederland als de exit-strategie. Ik heb daar een blog over geschreven dat ik je echt aanraad te lezen.

Vanaf zondag kent Nederland een weerbeeld waarin het virus zich blijkbaar langzamer verspreidt. De rest van april hebben we ook meer kans op mooie dagen. Dat zouden dan dagen kunnen zijn waarop mensen zich wat meer zouden mogen gaan veroorloven, want door het weer zal de verspreiding van het virus beduidend minder snel gaan dan in de afgelopen twee weken van vrij koud weer en een lage luchtvochtigheid.

Natuurlijk ook dan met beperkingen als persoonlijke hygiëne, afstand bewaren en eventueel mondbescherming, zou dat zowel op sociaal-, als op economisch vlak een positief effect hebben. (Mondbescherming trouwens niet om zelf niet besmet te worden, maar om het risico te verminderen dat jij anderen besmet, omdat je wellicht al besmettelijk bent, zonder het te beseffen. In diverse landen, zoals Tsjechië gebeurt dat al).

We moeten ons overigens realiseren dat de effecten van gevoerd beleid altijd 2 weken op zich laten wachten. Met andere woorden: het aantal zieken en doden van vandaag komen door het beleid (en het weer) van circa 2 weken geleden.

Hoewel in New York het weer ook aan het verbeteren is, zal men op basis van het vooralsnog steeds groter aantal doden die daar nu dagelijks worden gemeld, zeker nog geen maatregelen durven te verzachten. Het zou me zelfs niet verbazen dat daardoor op andere plekken in de VS en de wereld, juist extra maatregelen worden afgekondigd. Zo is het op basis van de luchtvochtigheid onbegrijpelijk dat in India en Zuid-Afrika een lockdown is ingesteld. Daar zal zeker het middel vele malen erger blijken te zijn dan de kwaal.

Onderzoek om vast te stellen wat nu precies die grens is (6 g/kg of niet) en hoe het precies werkt, is eenvoudig uit te voeren. Hoe sneller de resultaten van dit onderzoek binnen zijn, hoe sneller we, een slimmere manier vinden om het virus te bestrijden, zonder het kind met het badwater weg te gooien. Een dergelijk onderzoek kost bovendien ook maar weinig tijd.

Vanzelfsprekend is de hoop dat er snel een vaccin en/of een geneesmiddel zal zijn. Want anders is de kans groot dat het virus ergens in het najaar/winter weer terugkomt. Maar dan zouden we, op basis van onze grotere kennis over de omstandigheden waaronder de virus zich verspreidt, een veel intelligentere manier kunnen vinden (bijvoorbeeld met de hulp van GPS-technologie huisarrest bandjes zoals in Zuid-Korea en het dragen van mondbescherming) om te voorkomen dat we anderen kunnen aansteken.

Terwijl het weer de laatste weken niet echt gunstig was, is men er in Zuid-Korea door het gebruik van innovatieve technologie in geslaagd om het aantal nieuwe gevallen per dag naar onder de 100 te halen en het aantal doden nog steeds een factor 15 kleiner dan Nederland.

Wil je meer lezen over de onderbouwing, de bevindingen en welke conclusies ik trek over de juiste aanpak en de slimmere manier van een lockdown, lees dan dit blog.

Geef een reactie

Laatste reacties (60)