2.459
43

Sociaal Raadsman

Peter Nieuwhof (1949) studeerde rechten in Utrecht en Groningen. Was in de 70-er en 80-er jaren beleidsmedewerker Studiefinanciering, ontwierp onder meer het sf-plan Van Kemenade. Publiceerde over individualisering van inkomens. Was actief in de Groninger PvdA op het gebied van openbaar vervoer en ruimtelijke ordening. Werkte ook in het bedrijfsleven, onder meer als docent, en als zelfstandige. Per 2015 gepensioneerd als sociaal raadsman, thans werkzaam als adviseur. Onafhankelijk denker, altijd op zoek naar werkbare bottom-up oplossingen.

Werkenden worden gepaaid met belastingprivilege ten koste van niet-werkenden

Politici zwichten voor abnormale 'knuffel en bedot' van Rutte

Er loopt een rechte lijn van Rutte’s ‘1000 euro voor de ‘hardwerkende Nederlander’ naar de vijf miljard lastenverlichting die het kabinet nu wil voor de werkenden. Destijds vond iedereen de 1000 euro maar een doorzichtige verkiezingstruc. Des te kwalijker is het daarom dat veel politici de lastenverlichting voor alleen werkenden nu omarmen. Kennelijk zwichten zij toch voor het abnormale ‘knuffel en bedot’ van Rutte en verzaken zij liever aan het doodgewone democratische principe van ‘samen uit samen thuis’. Dit voor een populistische schotel linzen voor hun werkende kiezers. Deze hoogmoed van playing the system doet denken aan die van bankiers vóór de crisis. Politiek op zijn slechtst: de ene helft van je kiezers uitspelen tegen de meebetalende andere helft. Dat is het tegendeel van de boel bij elkaar houden. Te meer omdat de vijf miljard niet aan hervorming wordt besteed.

Economisering tart principe rechtsstaat
Stel, uw sportvereniging heeft extra geld nodig. Het bestuur stelt voor dat de leden ieder € 200 bijdragen. Behalve de werkenden. Die betalen € 150 volgens het voorstel. Huh, zult u zeggen, dat zal de ledenvergadering niet accepteren. Laat staan wanneer het een contributievoorstel zou zijn. Toch is dat precies wat het kabinet doet als het de huidige arbeidskorting in stand houdt, en de komende jaren nog verhoogt: tweedeling. Zie de grafiek: modaal met uitkering betaalt ongeveer anderhalf keer zoveel belasting als modaal met werk. Dit beeld alleen zou al voldoende reden moeten zijn om orde op zaken te stellen en het in een arbeidskorting verstopte belastingprivilege van werkenden af te blazen. Want iemand met een uitkering, ook AOW, hoeft niet ‘in Fortuyn’ te zijn om zich zo ‘verweesd’ te voelen, noch PVV-aanhanger om ‘verongelijkt’ te zijn – dat is immers letterlijk het geval. Waar is toch het moreel besef, het elementair fatsoen, bij praktisch allen in politiek, bestuur en belangengroepen (van VVD en D66 tot FNV, van PvdA tot DNB) die elkaar napraten met de mantra dat ‘de lasten op arbeid’ door meer arbeidskorting omlaag moeten? Alsof de burger een ‘lastdier’ is, een object, een Pavlovhondje dat de juiste prikkels toegediend moet krijgen. In plaats van een mondig subject, een meebepaler en samenbetaler, aan wie verantwoording dient te worden afgelegd voor de aangezegde benadeling – vergelijk de genoemde sportvereniging.

Kennelijk behoeft art. 1 Grondwet nog uitleg
Het gaat hier om het sociaal contract dat onze rechtsstaat is, verankerd in artikel 1 van de grondwet (gelijke gevallen gelijk behandelen en ongelijke gevallen ongelijk). Hadden we toetsing aan de grondwet, dan was aan de hoge arbeidskorting allang een halt toegeroepen. Het korte antwoord op de vraag waarom een belastingprivilege voor werkenden niet kan, is dan ook: het is niet eerlijk. Wat een ‘soft’ standpunt zult u zeggen. Maar er is geen hardere en meer functionele reden dan wederzijds vertrouwen (samen uit, samen thuis), gebaseerd op welbegrepen eigenbelang. Wie de arbeidskorting hoog laat zijn, is in wezen, langs een omweg, structureel bezig om de uitkeringen te verlagen en mensen in de problemen te brengen. Degene die werkloos wordt, bijvoorbeeld, maakt dan feitelijk een grotere smak dan van 100% (via 75% de eerste twee maanden) naar 70%. De normen voor hypotheekverstrekking zouden dan bijvoorbeeld hierop aangepast moeten worden – of een groter bedrag voor schuldhulp zou moeten worden uitgetrokken. En zo voort. In het algemeen: veel mensen zullen hun levensstandaard nog verder achterop zien raken bij de algemene, die wordt gezet door loontrekkenden, met name tweeverdieners. En dit zonder dat de discussie op die manier wordt gevoerd. Het zou democratisch hygiënisch zijn als het voorstel zou luiden dat de ‘gewone’ (lagere) belastingdruk zou gelden voor de hoofdmoot, de werkenden, en de hogere druk voor de rest. Dat zou duidelijk maken dat met het voorstel sprake is van de omgekeerde wereld: mensen met een uitkering (veelal minimum, of 70% van eerder loon) wordt gevraagd mee te betalen aan het uit de wind houden van werkenden en tweeverdieners. Terwijl van hen tegelijk meer wordt gevraagd in het kader van de ‘participatiesamenleving’.

Demonteren ‘armoedeval’ helpt pas echt
Laat de wetgever, in plaats van deze gekkigheid, de realiteit van de draagkracht volgen. De samenleving smacht naar gewone, neutrale, betrouwbare en begrijpelijke regels, niet naar structurele ontregeling en ontwrichting door beleidsmakers die het fiscale systeem gebruiken om met tax on steroids niet-fiscale effecten na te jagen — slechts problemen verplaatsend. Het is niet de taak van onze fiscus om werken aantrekkelijk te maken. Hij moet zich bij zijn leest houden door niet meer te heffen dan nodig en redelijk (in verhouding) is. Waar dat niet het geval blijkt, moet hij dat repareren. En natuurlijk moet hij dus voorkomen dat meer bruto inkomen netto nauwelijks een vooruitgang of zelfs een achteruitgang oplevert zoals dat nu met de ‘armoedeval’ het geval is. Dat probleem is groot en zit hem vooral in de toeslagen. Maar liever dan structureel te verbeteren, verjubelt het kabinet de vijf miljard. Daarmee zijn we nog net zo ver als met de 1000 euro van Rutte in 2012— zoals ik toen schreef.

Werkgelegenheidsargument (n.v.t.) is ook niet gestaafd
En o ja, dat werkgelegenheidsargument dat democratisch al niet kan, is ook nog zo lek als een mandje: 1. als de arbeidskosten voor de werkgever (het bruto) werkelijk omlaag zouden gaan, zou de ‘hardwerkende Nederlander’ het netto belastingvoordeel even hard weer kwijt zijn; maar het kabinet belooft dat voordeel wel, dus geen lagere arbeidskosten 2. de zogenaamd 50.000 banen voor vijf miljard zouden dus € 100.000 per arbeidsplaats kosten 3. het CPB redeneert dat met wat meer netto vooral de vrouwen van verdienende partners eerder geneigd zijn meer te werken en dat dit aanbod zijn eigen vraag schept; de genoemde € 100.000 per baan zijn voor stimuleer-netto, niet voor banen op zich; de uitkeringen betalen hier dus voor de tweeverdieners — hoe krom wil je het hebben 4. dan waren er nog politici die het over een goede bestedingsimpuls hadden; dat geldt voor iedere bestedingsimpuls. Kortom, de eerste die het werkgelegenheidsargument kan staven, moet nog opstaan.  

Geef een reactie

Laatste reacties (43)