10.126
54

Universitair docent en onderzoeker

Dr. Karim Bettache is gepromoveerd in de cross-culturele psychologie en werkt als universitair docent en onderzoeker.
Hij houdt zich voornamelijk bezig met zaken als moraliteit en racisme.
Zijn doel: een inclusieve samenleving.

Wat niet-westerse allochtonen kunnen leren van Chinese minderheden

Racisme bestrijd je niet door te appelleren aan het moreel kompas van je landgenoten. Nee, racisme bestrijd je door een economische vuist te maken

Chinese minderheden
cc-foto: World Bank Photo Collection

In deze bizarre tijden gekenmerkt door de herleving van rassenleer en de pathetische discussie over de vraag of IQ gerelateerd is aan het gehalte melaninecellen in je huid, is het van belang dat allochtone Nederlanders zich serieus gaan afvragen hoe ze hun positie kunnen verbeteren in een land waarin een significant deel van de meerderheidsgroep steeds duidelijker aangeeft dat ze weinig met hen opheeft. In vrijwel ieder westers land bekleden gekleurde mensen sociaal lagere posities en ondervinden ze systematische discriminatie. We spreken hier dus over iets structureels dat tot op de dag van vandaag niet is veranderd, en ook niet zal veranderen vanuit een meerderheidsgroep voor wie het weinig relevant is dat jouw positie, relatief tot hen, verbetert.

Toch heb ik bewijs gezien dat het kan. Al is het schaars, het bestaat: een etnische minderheidsgroep die het voor elkaar heeft gekregen om in verscheidene landen een hogere sociaaleconomische positie te bekleden dan de meerderheidsgroep. Oók in westerse landen.

Chinezen
Nu ik een decennium nader dat ik buiten Nederland woon is mij opgevallen dat Chinese minderheidsgroepen het, over de hele wereld, economisch uitermate goed doen in vergelijking tot andere groepen. Afro-Amerikanen bijvoorbeeld zijn tot op de dag van vandaag niet aan hun benarde positie ontsnapt terwijl Amerikaanse Chinezen, die voor het overgrote deel minder lang aanwezig zijn in de Verenigde Staten, onderhand de witte meerderheidsgroep hebben voorbijgestreefd waar het gaan om sociaaleconomische klasse.

Goede voorbeelden zijn ook Indonesië, of nog beter Maleisië. De Chinese minderheid maakt ongeveer 20% uit van de Maleisische bevolking. Ze heeft vrijwel geen politieke macht, toch staat ze er economisch het sterkst voor. Wat opvalt is dat Chinese Maleisiërs weinig werken in de ambtenarij of publieke sector.

Maleisische Chinezen zien zich aan de andere kant sterk gerepresenteerd binnen de private sector, waar ze minder afhankelijk zijn van de meerderheidsgroep, maar toch goed geld kunnen verdienen: het bankwezen, handel, onroerend goed, de wetenschap (private universiteiten), horeca, en ziekenhuizen (wederom, de private varianten). Ze zijn minder aanwezig binnen overheidsbanen die beheerst worden door de politieke klasse (de etnisch Maleisische meerderheidsgroep) en daarnaast overheerst worden door een aanwezigheid van werknemers die voornamelijk leden van de etnische meerderheidsgroep zijn.

En dat is te begrijpen. Chinese Maleisiërs weigeren over het algemeen te werken op plekken waar ze afhankelijk zijn van mensen die liever hun eigen groep zien doorgroeien en Chinezen niet boven zich willen hebben. Met andere woorden, plekken waar ze stelselmatig gediscrimineerd worden en niet door kunnen groeien.

Ook in Nederland is de doorgroei van allochtonen op veel werkplekken die beheerst worden door de meerderheidsgroep een groot probleem. Als je bijvoorbeeld nagaat dat in 2009 binnen het politieapparaat de allereerste (!) allochtone korpschef werd geïnstalleerd, terwijl het vol zit met allochtone officieren, zie je dat we een hele lange weg te gaan hebben. Inderdaad, dit in een land met een (niet-westers) allochtone bevolking van pakweg 12%.

Turken, Marokkanen, Surinamers en Molukkers, zijn sterk vertegenwoordigd in (sommige delen van) de politiek, ambtenarij en publieke sector. Toch doet ook in ons land de Chinese minderheidsgroep het economisch beter dan vrijwel alle andere minderheidsgroepen. U moet zich afvragen hoe dit kan.

Economische onafhankelijkheid
Inderdaad, hierom: (1) Economische onafhankelijkheid. Het minder afhankelijk zijn van een groep die weinig baat heeft bij jouw emancipatie zorgt ervoor dat je economisch kunt groeien. Uitgezonderd de Chinese minderheid, is dit een van de kernproblemen van alle niet-westerse allochtone Nederlanders: ze doen het ontzettend goed aan universiteiten, ze zijn politiek actief en daarnaast volop aanwezig binnen de ambtenarij. Toch kunnen ze maar moeilijk emanciperen in ons land.  Sterker, Turken en Marokkanen krijgen stank voor dank voor alle zware arbeid die zij en hun voorouders voor ons land hebben verricht.

Na vijftig jaar moeten we ons echt gaan afvragen waarom dit zo is. Uit het voorgaande wordt duidelijk dat de emancipatie van bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders, juist door hun sterke aanwezigheid binnen voorgenoemde sectoren in Nederland, sterk afhankelijk is van de meerderheidsgroep. Dit betekent derhalve óók dat het belangrijk is wat de meerderheidsgroep van hen denkt en zo zijn de Marokkaanse Nederlanders, dag in dag uit, continu aan het strijden tegen discriminatie en racisme. Tot aan moedeloosheid toe.

Wonend in Maleisië viel mij op dat het voor de meeste Chinezen weinig uitmaakt wat de Maleisiërs van hen denken. Terwijl de politiek hen vaak wegzet als ‘honden’ die mogen vertrekken (onsmakelijke retoriek die te vergelijken is met Nederlands extreemrechtse retoriek jegens niet-westerse allochtonen), zie je geen antiracismebewegingen ontpoppen die de dialoog willen aangaan met de ongenadelijke racist. Integendeel, de Maleisische meerderheidsgroep is voor de Chinese minderheid totaal niet van belang. Hun sociaaleconomische status (en levensgeluk) is niet afhankelijk van de meerderheidsgroep en derhalve is die groep een irrelevantie.

Echter houd ik hier geen pleidooi voor een scheiding der groepen, oftewel segregatie. Ik denk dat de representatie van allochtonen in voorgenoemde publieke sectoren in Nederland goed is. Maar daarnaast is het investeren in economische onafhankelijkheid een net zo belangrijke taak.

Collectivisme
Naast economische onafhankelijkheid is er een andere reden dat Chinese minderheden zo succesvol zijn: (2) collectivisme, of verbondenheid. Veel van hen die een bedrijf opstarten of op zoek zijn naar werknemers zorgen ervoor dat ze een plekje vrijhouden voor familie, vrienden, vrienden van vrienden, et cetera. Zolang deze potentiële partners maar onderdeel uitmaken van de ‘in-groep’ (lees: Chinees zijn). Net als dat er systematisch gediscrimineerd wordt door de meerderheidsgroep (in Nederland gaat bijvoorbeeld zo’n 94% van alle sollicitaties met uitheemse naam de prullenbak in), zo beschermt de Chinese minderheidsgroep in Maleisië zich door de eigen groep derhalve meer kansen te geven. Nu kunt u zeggen, vuur met vuur bestrijden is niet wijs. Maar toch valt er wat voor te zeggen aangezien er na tientallen jaren van discriminatie op de arbeidsmarkt niet veel is veranderd in ons land. Ondanks loze beloftes van partijen als GroenLinks of de PvdA.

Het effect van dit soort in-groep bescherming of collectivisme, is dat de vergaarde rijkdom overgedragen wordt van generatie op generatie. Dit is dus ook een van de verklaringen waarom de Chinese minderheidsgroep in Amerika, in tegenstelling tot Afro-Amerikanen, de witte meerderheidsgroep sociaaleconomisch heeft voorbijgestreefd. De zwarte minderheidsgroep heeft nooit economische onafhankelijkheid nagestreefd (of kunnen nastreven) en derhalve heeft ze nooit rijkdom over kunnen dragen aan volgende generaties. ‘Black business’ is iets dat veel wordt besproken maar tot op heden zeldzaam is. Afro-Amerikanen doen het erg goed in de ambtenarij, sport en media (Hollywood), plekken waar ze afhankelijk zijn van managers en rijke bonzen uit de meerderheidsgroep. Het resultaat? Een continu frustrerende maar ook pijnlijke strijd voor gelijke rechten en een menswaardig bestaan. Inderdaad, omdat ze economisch weinig onafhankelijk zijn.

De taak voor niet-westerse allochtonen
Toch blijf ik het goed vinden dat allochtone Nederlanders zich politiek organiseren en aanwezig zijn binnen alle sectoren van onze samenleving. Dit moet gebeuren in een democratie waarbinnen 12% van de bevolking een niet-westerse allochtoon is en dus een stem moet krijgen en waarin alle groepen (wit, bruin en zwart) harmonieus met elkaar zullen moeten samenleven. Zelf organiseren is van cruciaal belang omdat een meerderheidsgroep die zich weinig met jou identificeert zich nooit voor de volle honderd procent voor je zal inzetten.

Het idee dat veel mensen van de meerderheidsgroep zich niet met je identificeren is confronterend, daar ben ik mij al te goed van bewust, we zien namelijk graag dat de ander empathisch is en moreel begaan is met onze benarde situatie, maar helaas, voor de meeste mensen wordt dit niet persoonlijk gevoeld. Je ziet het keer op keer met onze zogenaamd linkse partijen. Ze drukken ons op het hart dat ze er voor iedere Nederlander zijn, maar als ‘t puntje bij paaltje komt werken ze kritische allochtonen eruit, of weigeren ze mee te lopen in demonstraties tegen racisme. Daar kun je kwaad om worden, maar je kunt er ook lering uit trekken.

Wil jij als achtergestelde en gediscrimineerde Nederlander wat bereiken, dan zal je je dus (A) zelf moeten organiseren. Nieuwe politieke partijen zoals BIJ1, NIDA, of DENK zijn hier goede voorbeelden van. Daarnaast moet je streven voor (B) meer economische onafhankelijkheid (doe aan startups, horeca, onroerend goed, etc.) om zo minder afhankelijk te zijn van een groep die jouw maatschappelijke positie anderzijds volledig in handen heeft. En (C) zal je als multiculturele Nederlander, van welke groep dan ook, solidair moeten zijn met elkaar: collectivisme. Inderdaad, je moet net als de meerderheidsgroep elkaar kansen geven, bijvoorbeeld als er iemand bij je solliciteert. Versplintering daarentegen de-emancipeert en functioneert om minderheidsgroepen onder de duim te houden.

Racisme bestrijd je niet door te appelleren aan het moreel kompas van je landgenoten. Enkel een selecte, doch fijne, groep mensen is op deze manier te overtuigen. Nee, racisme bestrijd je door de economische macht te vergaren om een sociale vuist te kunnen maken.

Geef een reactie

Laatste reacties (54)