560
17

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Wetsvoorstel 31 571: Het verval van democratische rituelen

Het is nu bij velen niet bekend hoe de wet tegen onverdoofd slachten eruit komt te zien, en hoe de wet zich verhoudt tot de vorige versie

Gisteren is dan het geamendeerde Voorstel van wet van het lid Thieme tot wijziging van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren in verband met het invoeren van een verplichte voorafgaande bedwelming bij ritueel slachten, zoals het officieel heet, aangenomen door de Tweede Kamer.

Of er nu daadwerkelijk minder dieren onverdoofd geslacht gaan worden valt te bezien. De Eerste Kamer moet zich er nog over buigen, en die hebben veel redenen om de wet af te wijzen. Als ze dat niet doen, heeft altijd de Regering nog een eigen verantwoordelijkheid, en kunnen zij hun goedkeuring aan de wet onthouden.

Maar zelfs als de wet ondertekend wordt, is de mogelijkheid dat dieren onverdoofd ritueel geslacht kunnen blijven worden. In de laatste dagen voor de stemming is door D66, GroenLinks, VVD en de PvdA (Bart Tromp zei me dat ik mijn lidmaatschap niet op moest zeggen, omdat er altijd een betere reden voor komt. Daar moeten ze nu wel erg goed hun best voor doen) in het diepste geheim gewerkt aan een gewijzigd amendement. Hierdoor is niet alleen de wetsvoorstel 31 571 aanmerkelijk gewijzigd, maar ook het amendement waar uitgebreid over gediscussieerd is tijdens de behandeling in de kamer.

Er was geen Kamermeerderheid die dit in het geheim voorbereide amendement wilde bespreken. Ook de reactie van het Kabinet, een paar uur voor de stemming, wilde een kamermeerderheid niet bespreken. Niet alleen onfatsoenlijk en in tegenspraak met de politieke mores tot nu toe, maar ook onzorgvuldig. Het is nu bij velen niet bekend hoe de wet eruit komt te zien, en hoe de wet zich verhoudt tot de vorige versie.

In ieder geval drie verbeteringen zijn relevant. Ze hebben allebei te maken met de gronden waarop vrijstelling verleend kan worden om alsnog dieren ritueel (en dus zonder aparte verdoving) te slachten. Ten eerste is er geen sprake meer van omgekeerde bewijslast: de geloofsgemeenschappen hoeven niet meer te bewijzen dat hun methoden beter zijn. Ten tweede gaat het om het aannemelijk maken dat dierenwelzijn net zo “goed” geregeld is, en niet, zoals in de vorige versie, dat er sprake is van minder dierenleed. Leed is immers, net als “geluk” of “liefde” of “verdriet” niet te meten. Al helemaal niet bij dieren. Ten derde wordt daarbij naar het hele proces gekeken: niet alleen naar de slachtmethoden zelf. Ik denk dat nu al het hele proces van de rituele, individuele slacht minstens net zo diervriendelijk is als de industriele, en heb er alle vertrouwen in dat het Ministerie, dat een AMvB moet gaan maken om dit allemaal te regelen, dit ook zal inzien. De wet die met het amendement-Van Velhoven gewijzigd is, leidt dus niet automatisch tot meer dierenwelzijn.

Opmerkelijk genoeg was er een ander amendement, dat daar wel voor had kunnen zorgen. Henk-Jan Ormel (CDA) heeft samen met zijn collega’s van SGP en CU een amendement geschreven waar een aantal harde voorwaarden in stond, waaronder rituele slacht kon plaatsvinden. Zo stond er een voorstel voor het aantal seconden dat moet liggen tussen de halssnede en het verlies van bewustzijn, maar ik ben er van overtuigd dat als de andere partijen hierover de dialoog waren aangegaan met het CDA en de geloofsgemeenschappen, er verdere voorwaarden voor verbeterd dierenwelzijn in hadden kunnen komen te staan. Een wet die met het amendement-Ormel aangenomen zou zijn, zou tot verbetering van dierenwelzijn geleid hebben.

De onwil van de SP, GL, D66, VVD, PvdA, PVV en D66 om met Ormel tot een vergelijk te komen en de onwil om over het amendement in het openbaar te spreken en ongetwijfeld tot dezelfde conclusie te komen is alleen te verklaren vanuit het grootste verschil tussen de twee amendementen: het wetsvoorstel, en het amendement Van Veldhoven gaan ervan uit dat rituele slacht verboden is tenzij aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan: het amendement-Ormel zou rituele slacht toestaan mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Een klein verschil, met enorme gevolgen. Het huidige wetsvoorstel passeert immers de vrijheid van godsdienst ten bate van dierenwelzijn, terwijl het wetsvoorstel-Ormel de godsdienstvrijheid intact zou hebben gelaten, terwijl daarbinnen concrete en aanwijsbare verbeteringen van dierenwelzijn gerealiseerd zouden worden. 

Na inwerkingtreding van de wet is godsdienstvrijheid in Nederland, in ieder geval wat dit onderdeel betreft, dus voorwaardelijk en afhankelijk van een AmvB.

Maar er zijn nog drie aspecten ten aanzien van de discussie wie ik niet onbenoemd wil laten:

Ten eerste: Hoewel de geloofsgemeenschappen telkens hebben aangeboden om tot dialoog te komen, is de discussie in de kamer gebleven, en hebben maar weinig kamerleden de stap genomen om direct met de verantwoordelijken te spreken. De geloofsgemeenschappen hebben aangeboden te kijken naar veranderingen bij het slachtproces die het dierenwelzijn zouden bevorderen, maar het grootste gedeelte van de Kamer praat liever over de geloofsgemeenschappen dan met hen.

Ten tweede: er spreken nogal wat vooroordelen uit de behandeling van de geloofsgemeenschappen. Het feit dat alle stappen in het rituele slachtproces buitengewoon zorgvuldig uitgevoerd moeten worden en juist ten dienste staan van dierenwelzijn, wordt vaak terzijde geschoven als bevooroordeelde prietpraat, terwijl mensen die zich erin verdiepen meestal juist onder de indruk raken van hoe er bij de rituele slacht met dieren omgegaan wordt, zeker als dat vergeleken wordt met de industriele slacht. Helaas nemen maar weinig mensen de stap om zich erin te verdiepen, en gaan velen liever uit van bestaande vooroordelen, zowel ten opzichte van de rituele slacht (“ritueel dus slecht”) als van de industriele (“verdoofd dus goed”).

Ten derde: veel deelnemers aan de discussie hebben een onwrikbaar vertrouwen in het voortuitgangsdenken. Alles wat “nieuwer” is, is vast ook “beter”. Een “moderne” slachtmethode (de “verdoving” die uitgevonden is om industriele slacht mogelijk te maken) is dan ook vast beter dan een “antieke” methode die al eeuwen wordt toegepast. Dat geloof deel ik niet zonder meer. Met betrekking tot de haring kan ik dat beamen, maar met betrekking tot het politieke proces is dat in ieder geval niet zo.

Dit artikel is overgenomen van het weblog Baruch Blogt

Geef een reactie

Laatste reacties (17)