1.138
21

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Wie beschermt ons eigenlijk tegen de inlichtingendiensten?

Transparantie als rookgordijn in het Haagse Big Brother huis

De onthullingen van Snowden hebben eindelijk ook in Nederland politieke consequenties gekregen. Maar waar in landen als Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Brazilië, en de Verenigde Staten, een diepgravende discussie op gang is gekomen over de ongekende, nieuwe mogelijkheden die overheden hebben ontwikkeld om burgers in de gaten te houden en de gevaren van de surveillancestaat die de laatste jaren is opgetuigd, is in Nederland de discussie gereduceerd tot de vraag of minister Plasterk de afgelopen maanden de volksvertegenwoordigers wel voldoende heeft ingelicht, dan wel of de fractieleiders in de zogenoemde ‘commissie stiekem’ wel goed hebben zitten opletten toen daar begin december de ware aard van de in Snowden documenten onthulde Nederlandse tap van 1,8 miljoen telefoongesprekken vertrouwelijk werd toegelicht.

Alles wordt persoonlijk gemaakt in de Nederlandse politiek. Politiek gereduceerd tot soap — de stijgers en dalers in het Haagse Big Brother huis. Waar het niet meer over gaat is de legitimiteit van het opstofzuigeren van al die communicatiedata. Dat heeft de laatste 10 jaar groteske vormen aangenomen.

Vóór 9-11 waren de inlichtendiensten in het Westen in een staat van verval. Met het einde van de Koude Oorlog was er voor hen geen duidelijke bestaansreden meer. Bovendien hadden de geheime diensten, terugblikkend, in de Koude Oorlog niet echt een glanzende track record opgebouwd voor betrouwbare informatievoorziening. Ze waren juist vaak een bron geweest van misverstanden en dwaalsporen. Met de aanslag op de Twin Towers keerden echter de kansen voor de ‘stillen’ van de westerse diensten. Onder president George W.Bush werden hun bevoegdheden opgerekt en speelden geld, of mensenrechten, niet langer een rol. Ook buiten de Verenigde Staten kregen de inlichtingendiensten meer mogelijkheden en grotere budgetten.

Tegelijkertijd bood de opkomst van nieuwe informatie en communicatietechnologie — internet, mobiele telefonie, sociale media, smartphones — de mogelijkheid om gegevens te verzamelen op een industriële schaal. De vraag die de Snowden onthullingen opwerpen is of deze samenloop van omstandigheden niet een monster heeft gebaard, een surveillancestaat die niets meer ontgaat en die in toenemende mate de vrijheid en persoonlijke levenssfeer van alle burgers bedreigt.

Wereldkampioen afluisteren
Nu maakt men zich in Nederland niet snel druk over de manier waarop de overheid rondneust in onze privézaken. De Nederlandse staat is al sinds jaar en dag wereldkampioen telefoons aftappen, — één op de duizend Nederlanders wordt afgeluisterd volgens een recent rapport van het WODC, — maar er is geen mens die zich daar erg druk over lijkt te maken. Nederlanders hebben relatief veel vertrouwen in de overheid en onze inlichtingendiensten lijken te worden geleid door dienders met een hoog Bromsnor-gehalte — eerder kolderiek dan kwaadaardig. 

Toch zijn er ook voor Nederland allerlei vragen die gesteld zouden kunnen worden. Kennelijk was het niet onmiddellijk duidelijk voor de bewindslieden waar die gegevens van 1,8 miljoen telefoongesprekken betrekking op hadden. Wat zegt dat over het toezicht op de geheime gegevensverzamelaars van de inlichtingendiensten? Veel politici leken opgelucht toen bleek dat de gegevens over 1,8 miljoen telefoongesprekken niet door de Amerikaanse NSA, maar door de Nederlandse inlichtingendienst zelf waren verzameld. Het waren niet de ontketende Amerikanen met hun waterboarding en secret renditions die de gegevens hadden afgetapt, was de gedachte, maar onze eigen mensen. Het was allemaal gebeurd in de context van de internationale samenwerking om terrorisme te bestrijden. Niets aan de hand. 

Maar is met al die Snowden-onthullingen niet juist duidelijk geworden dat het begrip terrorismebestrijding een van de meest rekbare is in het lexicon van hedendaagse politici? Het is een begrip waar kennelijk ook het bespieden van bevriende naties, kritische maatschappelijke organisaties en ordinaire bedrijfsspionage onder kunnen vallen. Samenwerking met bondgenoten is mooi, maar laat Nederland zich zo niet voor het karretje van de V.S. spannen? 

Terrorismebestrijding
Dat er instructies komen uit Washington voor de bondgenoten om klokkenluiders en internetactivisten te dwarsbomen werd een aantal dagen terug weer bevestigd op The Intercept, de nieuwswebsite waar Glenn Greenwald en Laura Poitras hun onthullingen uit de Snowden files naartoe hebben verhuisd. Uit de documenten van Snowden is duidelijk geworden dat er een gerichte campagne is gevoerd tegen Julian Assange en WikiLeaks. Met gebruik van de antiterrorisme bevoegdheden werd er naar hartenlust getapt en afgeluisterd. Er was druk om het ondersteunende netwerk om WikiLeaks te ondergraven. Bondgenoten werden aangemoedigd om rechtszaken te beginnen tegen Assange. Bezoekers aan de WikiLeaks website werden getraceerd en geregistreerd. Allemaal activiteiten die alleen onder een héél brede opvatting van terrorismebestrijding gecategoriseerd kunnen worden. 

Eenzelfde internationale campagne lijkt ook Edward Snowden ten deel te vallen. Er wordt al maanden gediscussieerd over de misstanden die zijn onthullingen hebben blootgelegd, maar niemand wil hem helpen. Hij is opgejaagd wild, genoodzaakt om de gastvrijheid te accepteren van Poetin’s Rusland. Het Europese parlement is een breedvoerig onderzoek gestart naar de misstanden die Snowden heeft blootgelegd, maar er is geen Europese natie die zijn vrijheid wil garanderen. Volgens de Europarlementariërs die het onderzoek organiseren is er enorme druk uitgeoefend om de aanwezigheid van Snowden te belemmeren. Hij zal moeten getuigen via een satelietverbinding vanuit Rusland.

Persvrijheid
In Nederland hadden wij een aantal jaren geleden nog de mond vol over persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Politici stonden op om te vechten voor het recht van de seculiere meerderheid om een kleine, gemarginaliseerde minderheid uit te maken voor geitenneukers en haatbaarden. Nu is het aanmerkelijk stiller. Niemand wil de VS voor het hoofd stoten. Toch zijn persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting in eerste instantie bedoeld als afweerrecht tegen de staat. Burgers en nieuwsorganisaties moeten meningen kunnen debiteren die het gezag onwelgevallig zijn en geheime informatie kunnen openbaren als dat in het algemeen belang is. Het zou mooi zijn als Nederlandse politici hun enthousiasme voor de vrijheid van meningsuiting en van de pers zouden hervinden. Was er niet een huis voor klokkenluiders in aanbouw?       

Geef een reactie

Laatste reacties (21)