1.002
19

Voorzitter ROOD, jong in de SP

Leon Botter (1985) is voorzitter van ROOD, jong in de SP. Sinds 2006 is hij lid van de partij en haar jongerenorganisatie. In 2007 leidde hij anderhalf jaar de lokale ROOD-groep in Groningen. In Groningen voerde hij met de SP-jongeren o.a. succesvol actie tegen huisjesmelkers, voor het oplossen van de woningnood en tegen topsalarissen van universiteitsbestuurders. Vanaf 2008 is Botter algemeen bestuurlid van de landelijke vereniging en sinds het najaar van 2009 voorzitter. Hij studeerde neuropsychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen (afgestudeerd in 2007) en werkt tegenwoordig als psycholoog in een GGZ-instelling voor verslaving en psychiatrie in Rotterdam.

Wie betaalt bepaalt. Ook in het onderwijs

Drie bezwaren tegen de vermarkting van het hoger onderwijs

Met Rutte I heeft Nederland weer een kabinet dat de geldkraan voor het hoger onderwijs een flink stuk dichter draait. Maar het geld moet toch ergens vandaan komen. Halbe Zijlstra heeft dit keer geen lumineus idee voor een loterij om de staatsverantwoordelijkheid af te kopen, maar kijkt met een wenkend oog naar het bedrijfsleven. Is dat geld wel zo gratis als het lijkt of is deze goedkoop uiteindelijk duurkoop?

Een voorbeeld: de TU Eindhoven stelt binnenkort beurzen beschikbaar die betaald worden door het bedrijfsleven. Op deze manier kunnen studenten een dure opleiding volgen, wat zonder hulp van bedrijven niet mogelijk zou zijn. Zeker niet in rechtse tijden van bezuinigingen op hoger onderwijs. Wat daar mis mee is? Drie bezwaren tegen de vermarkting van het hoger onderwijs.

1. ‘Wie betaalt, bepaalt’ is een oud, Hollands gezegde en actueler dan ooit.

Door bedrijven te laten investeren in universitair onderwijs, maar ook wetenschappelijk onderzoek, wordt de keuze voor wat als nuttig wordt ervaren ook door het bedrijfsleven gemaakt. Zo zal er eerder geïnvesteerd worden in winstgevend onderzoek dan in onderzoek met een maatschappelijk belang. Een belang dat misschien langere tijd veel geld kost, maar zich ook op langere termijn uitbetaalt voor de samenleving als geheel. Een sociaal-maatschappelijke studie zal het vaak afleggen tegen een geologische studie naar nieuwe technieken voor het vinden van oliebronnen. Een Shell springt graag in het gat dat de overheid open laat, maar wie wil er investeren in fundamenteel onderzoek naar de tekortkomingen van wetenschappelijke meetmethoden? Samengevat, de academische onafhankelijkheid komt in het gedrang.

2. Wanneer een door het bedrijfsleven betaald onderzoek is afgerond, maakt zij ook als eerste aanspraak op de vergaarde kennis.

Indien een onderzoek van grote waarde is, zullen er snel octrooiaanvragen in worden gediend. De kennis wordt daarmee geprivatiseerd. Het zal niet meer ten goede komen aan de samenleving als geheel, maar enkel aan de hoogste bieder. Als een groot farmaceutisch bedrijf besluit om medicinale toepassingen nog niet breed in te zetten, maar eerst jarenlang uit te melken op een kleine maar rijke markt, kunnen er onnodige slachtoffers vallen. Wanneer bedrijven opleidingen gaan sponseren kan men dezelfde dynamiek verwachten. Door middel van contracten zullen de bedrijven zorgen dat hun investeringen zich uitbetalen in kennis en werkkrachten.

3. Hoe betrouwbaar is het onderwijs en onderzoek als het bedrijfsleven de geldschieter is?

We weten al langer dat bedrijven selectief zijn in het interpreteren van de resultaten, ook wel cherry picking genoemd. Informatie die de verwachtingen van de producent ten goede komt zal voor het voetlicht worden gebracht, terwijl kritische resultaten worden genegeerd. Nu al zijn er uiterst dubieuze relaties tussen het academisch onderwijs en het bedrijfsleven. De Nutricia Research Foundation financiert een leerstoel aan de Erasmus Universiteit om onderzoek te doen naar de effecten van voeding op de ontwikkeling van baby’s. De bijzonder hoogleraar is tevens directeur van de afdeling Infant Nutrition van Nutricia. Door de rechtstreekse invloed van dit grote bedrijf op het onderwijs kan de onafhankelijkheid van de wetenschap niet meer gewaarborgd worden. “Wij van WC-eend adviseren WC-eend”, wordt steeds meer het geloofwaardigheidniveau van de academische wereld.

Kortom, de grotere invloed van het bedrijfsleven op het hoger onderwijs en de wetenschap zal de vooruitgang sterk sturen in een richting die op korte termijn winstgevend is. Onderzoek en onderwijs met een maatschappelijke waarde zonder verwachtingen van hoge korte termijnwinsten verdwijnen naar de marge. De vergaarde kennis komt vervolgens in handen van een kleine groep mensen in plaats van de gehele samenleving. Tot overmaat van ramp is zal de betrouwbaarheid van die kennis steeds verder dalen.

Door te bezuinigen op onderwijs en onderzoek, zal deze ontwikkeling verder toenemen. Een grotere invloed vanuit het bedrijfsleven wordt erdoor gelegitimeerd. Die kant willen wij niet op. Als bedrijven graag in onderwijs willen investeren is dat prima, maar dan wel via de belasting. Voor donaties aan onderzoek kan de regering een onafhankelijk fonds oprichten, waar bedrijven geld in kunnen storten. De regering zou pal moeten staan voor onafhankelijk onderwijs en onderzoek in plaats van universiteiten afhankelijk te maken van de grillen van de markt. 

Geef een reactie

Laatste reacties (19)