1.077
58

Student en GroenLinks-lid

Frank Hemmes is 24 jaar en studeert momenteel Science & Security aan King's College in Londen. Hiervoor behaalde hij zijn bachelor Natuur- en Sterrenkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en een master Environment and Resource Management aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Frank is lid van GroenLinks, maar verkondigt desalniettemin zijn eigen mening. Ook is hij lid van blogcollectief Vrij-Zinnig.

Wie biedt de VVD wat intellectuele ontwikkelingshulp?

Blijkbaar is de boodschap van Occupy volledig aan de achter hun vergulde poorten verscholen liberalen voorbij gegaan

Een interessante bijkomstigheid van verkiezingen die na het zomerreces plaatsvinden, is dat het de gelegenheid schept de traditionele komkommertijd wat te doorspekken met gedurfde campagneretoriek. Door recentelijk in de Volkskrant te pleiten voor het de facto afschaffen van ontwikkelingssamenwerking neemt de VVD hier alvast een voorschot op.

Helaas voor de VVD wekken auteurs Blok en De Caluwé de indruk dat de partij zelf wel wat intellectuele ontwikkelingshulp kan gebruiken. De povere argumentatie en goedkope retoriek waar het stuk in grossiert is de zelfverklaarde erfgenamen van Thorbecke onwaardig.

Verrassend was het betoog natuurlijk niet. Het ophouden van een schijn van naastenliefde was niet langer nodig nu de partij niet langer in een verstandshuwelijk met het CDA zit opgesloten. En dus staat het Blok vrij te verklaren dat het bijstaan van de allerarmsten ter wereld, in tegenstelling tot het subsidiëren van de Nederlandse defensie-industrie, staatsingrijpen in de koopwoningmarkt of het afkondigen van kledingvoorschriften, geen kerntaak van de Nederlandse overheid is. De kern van het stuk is dan ook dat de overheid in ontwikkelingslanden vooral het Nederlandse belang mag dienen, wat in de lezing van de VVD waarschijnlijk samenvalt met de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. Als tegemoetkoming aan de bezorgde burger biedt de VVD dan wel een fiscale regeling voor hulp waar zij zelf klaarblijkelijk niet in gelooft.

Gespeend van enige onderbouwing postuleren Blok en De Caluwé immers simpelweg dat ontwikkelingshulp niet werkt. Het blijft onduidelijk of de auteurs recentelijk zelf in ontwikkelingslanden zijn geweest om hier persoonlijk poolshoogte te nemen, maar het algemeen uitgesproken vermoeden is dat dit niet het geval is. De auteurs zijn ‘niet overtuigd’ van de resultaten van ontwikkelingshulp, waarschijnlijk omdat er nog steeds ziekte, armoede en oorlogsgeweld te over is in de wereld. Het gebrek aan overtuiging wijst echter vooral op een volslagen irreëel verwachtingspatroon aan de zijde van beide auteurs. Of verwachtten ze dat het jaarlijkse zakcentje vanuit het Westen in Afrika eeuwenlange koloniale overheersing en uitbuiting, alsmede de achterlating van landen in volledige territoriale, etnische, economische en bestuurlijke ontreddering in een paar decennia teniet had kunnen doen? De gevolgtrekking van de auteurs dat het verminderen van de ontwikkelingshulp de geijkte oplossing is, is even absurd als stellen het verlagen van de bijstand de geijkte manier is om de groeiende vraag bij voedselbanken in Nederland tegen te gaan.

Daarbij is de implicatie dat hedendaagse ontwikkelingshulp dezelfde is als die anno 1960 natuurlijk ver bezijden de waarheid. Net als ander overheidsbeleid heeft ook ontwikkelingssamenwerking de afgelopen decennia een ontwikkeling doorgemaakt, waarbij is geleerd van eerdere fouten. Fouten waarbij de VVD indertijd, toen het ging om het in stand houden van bedenkelijke doch anticommunistische regimes, hoogstwaarschijnlijk veel minder bezwaren had.

Meest verwonderlijke is echter hoe de auteurs zijdelings het belang van een internationale rechtsorde volledig afschrijven. Dat de VVD moeite heeft met het nakomen van internationale afspraken zagen we ook al met de wanvertoning omtrent de Hedwigepolder onder Rutte I. Met de typische zandbaklogica van een vierjarige stellen Blok en De Caluwé nu dat ons land zich niet aan internationale afspraken hoeft te houden, omdat andere landen dat ook niet doen. Het roept de vraag op op welke morele grond de VVD zich nu gaat beroepen als andere landen zich ook selectief aan de door haar zo gekoesterde internationale handelsregels gaan onttrekken. De selectieve houding van de VVD is in het stuk ook zichtbaar waar de auteurs voorstellen de Nederlandse bijdrage aan internationale en multilaterale organisaties te schrappen. De ideologische motivatie schemert hier maar al te duidelijk door. De Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), een orgaan dat nota bene een Nobelprijs heeft ontvangen, wordt onverwijld door de VVD op de korrel genomen. Maar vanzelfsprekend blijven de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) buiten schot. Blijkbaar is de boodschap van Occupy volledig aan de achter hun vergulde poorten verscholen liberalen voorbij gegaan, en zetten zij de ouderwetse klassenstrijd tegen Arbeid onverwijld op internationaal niveau voort.

Volgens de VVD zijn niet zorg, onderwijs en een democratische rechtsorde de pijlers onder een gezonde samenleving, maar is dat het bedrijfsleven. Hoe lokale bedrijvigheid zich moet ontwikkelen in landen die worden geteisterd door ziektes, honger, uitbuiting door oneerlijke mededinging en ongeletterheid, maakt de VVD niet duidelijk. Maar wellicht acht de VVD de ontwikkeling van gezonde en geletterde samenlevingen niet in het ‘nationale’ belang. Bij ontwikkelingshulp ‘oude stijl’ waren dat immers ook alleen maar obstakels voor de succesvolle inzet van de lokale bevolking voor het Nederlandse bedrijfsleven. VOC-mentaliteit noemt men dat.
Dit stuk verscheen eerder op Vrij-Zinnig.nl en de weblog van Frank Hemmes

Geef een reactie

Laatste reacties (58)