2.540
9

Journalist

Marie-Claire van den Berg is journalist. Ze schrijft voor uiteenlopende publicaties van Volkskrant magazine tot Viva. Najaar 2011 publiceerde ze het boek 'Groen Doen, verslag van een zoektocht naar klimaatvriendelijk leven'. Voor het tv-programma Kassa verzorgde ze de rubriek over groene producten. Sinds april heeft ze iedere zaterdag een column in De Telegraaf.
Haar eigen website is http://groendoen.nu/

Wie groen wil zijn, moet pijn lijden

Hoe meer je je verdiept in wat milieuvervuilend is, hoe meer milieuvervuiling je tegenkomt. Ik kan me goed voorstellen dat veel mensen daardoor op een gegeven moment hun groene voornemens overboord gooien.

Ik vergelijk het wel eens met mijn werkkamer. Als ik die regelmatig opruim, loopt alles op rolletjes. Maar als ik alles maandenlang laat liggen, wordt de bende zo groot dat ik geen zin meer heb om eraan te beginnen. En neemt het ‘het heeft toch geen zin meer’ gevoel de overhand.

Cosmetica is zo’n voorbeeld waar de moed me van in de schoenen zakt. Je zou denken dat dat geen kwaad kan, we smeren ons er immers massaal mee in. Maar helaas zitten die ook vaak vol milieuverontreinigende rotzooi. Met haarverf op nummer één. Daar zitten allemaal chemicaliën in die we (nadat ze een uur lekker op onze kwetsbare hoofdhuid hebben gebroeid) door de gootsteen spoelen zonder erbij na te denken. Ik doe daar trouwens hard aan mee, want mijn bruine haren worden grijs en dat wil ik niet.

Maar gelukkig, ook daarvoor zijn milieuvriendelijke alternatieven. Daarom beland ik op een druilerige middag in de Amsterdamse groene kapsalon van Dianne te Mebel, die alleen maar met honderd procent natuurlijke verf werkt. Van die mengseltjes van planten, wortels, vruchten en kruiden. Ze zitten in op elkaar gestapelde tupperware bakken met handgeschreven etiketten in een stellingkast. Het lijkt meer op een kruidenkast uit een restaurantkeuken dan op een kapperskast met haarverf. Maar Dianne’s kapsalon is op wel meer punten ‘anders’. Aan de muur hangen geen gelikte modeposters van opgedofte modellen, maar zelfgemaakte schilderijen van koeien en eenden. De ietwat theatrale Dianne wilde vroeger namelijk veearts worden en die liefde voor dieren heeft ze allesbehalve losgelaten.

Ze stelt me voor aan haar kapper: Jozef uit Betlehem (echt!). Jozef is een Palestijn van tegen de vijftig die met behoud van uitkering bij haar werkt. Een onvoorstelbaar vriendelijke en bescheiden man die me verse muntthee aanbiedt en met een sterk riekend papje aan mijn haar begint. Op de canapé spinnen twee Britse kortharen en aan de muur hangen foto’s van Marijke Helwegen, één van Dianne’s vaste klanten. Ik weet niet of ik daar blij mee moet zijn. Terwijl Jozef mijn haren verft en over zijn roerige verleden vertelt, hoor ik Dianne overleggen met een vrouw over een documentaire die ze samen gaan maken. Die gaat over boer Bert en zijn koeienrusthuis in Friesland. Dianne zag hem op tv en wist het meteen: “Deze man en zijn koeien móet ik leren kennen.”

Het is een vervreemdende situatie. Normaal kom ik bij de kapper niet verder dan ‘en, ga je nog op vakantie?’ Maar hier hebben we het over de Zesdaagse Oorlog en wereldvrede, over koeien die een goede oude dag verdienen en over Dianne’s strijd tegen winkels als De Tuinen die verantwoorde organische haarverf in het assortiment hebben, maar volgens haar gewoon chemische rommel verkopen: “De klanten worden gewoon om de tuinen geleid. Snap je hem? Om. De. Tuinen!” En ondertussen trekt de gedroogde koffie, thee, hop en goudsbloem dieper in mijn haar.

Het voelt alsof ik middenin een aflevering van de verwarrende serie Lost ben beland. Niets klopt. Als dit het soort mensen is dat de wereld moet gaan redden, weet ik niet of ik er helemaal gerust op ben.

Na een uur wast Jozef de verf uit mijn haar (met sojashampoo). De grijze plukken zijn iets minder grijs, maar allerminst verdwenen. Dianne spreekt me bemoedigend toe dat grijs haar juist mooi is en dat ik het moet respecteren. Dat het bij mij hoort. En dat ik niet alleen het milieu spaar, maar ook mijn haar.

Eenmaal thuis, voor de spiegel in het felle licht van mijn badkamer, doe ik mijn best respect te tonen voor mijn net iets minder grijze haren. Maar het valt me zwaar. Als ik op dit niveau wil proberen het milieu te sparen, moet ik echt gaan inleveren. Wordt het mijn ijdelheid of het milieu? Ik voel een sterk ‘het heeft toch geen zin’ gevoel opkomen. Diep van binnen weet ik al wat het antwoord zal worden, maar echt gelukkig word ik er niet van.

Heel kort sluit ik mijn ogen en denk aan die vriendelijke glimlach van Jozef. Dan loop ik naar mijn werkkamer. Het is tijd om op te ruimen.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)