3.785
110

Medewerker Een Ander Joods Geluid

Rick Meulensteen is medewerker bij Een Ander Joods Geluid

Wie heeft de moord op 3 Israelische tieners op zijn geweten?

Wat doet het met de Palestijnse bevolking als zij door Israël wederom collectief verantwoordelijk wordt gehouden voor wat enkelen hebben gedaan? 

Op maandag 30 juni vonden Israëlische militairen de lichamen van de drie vermiste Israëlische tieners Gilad Shaar (16), Naftali Frenkel (16) en Eyal Yifrach (19). De jongens werden op 12 juni ontvoerd toen zij op de terugweg naar huis waren van de jesjieve (joodsreligieuze school) waar zij studeerden, in een nederzetting in bezet Palestijns gebied. De koelbloedige manier waarop de jongens, naar alle waarschijnlijkheid al kort na hun ontvoering, zijn doodgeschoten, is choquerend.

Voor deze moorden past geen relativering – alleen afwijzing en veroordeling.

Na de ontvoering van 12 juni wees de Israëlische regering, op gezag van de Shin Bet, de binnenlandse veiligheidsdienst, binnen 24 uur met een beschuldigende vinger naar de islamistisch-nationalistische Hamas-beweging.

Netanyahu riep Mahmoud Abbas, de president van de Palestijnse Autoriteit die daags na de ontvoering deze in stevige termen afwees, onmiddellijk op om de eenheidsregering van zijn Fatah-partij met Hamas te ontbinden. Eind april had Abbas de vorming van deze regering aangekondigd in het kader van een nationale Palestijnse verzoening, tot chagrijn van de Israëlische regering, die de gang van zaken aangreep om formeel een einde te maken aan het vredesoverleg met de Palestijnse Autoriteit (‘wij praten niet met terroristen’, verklaarde Netanyahu). Het politieke leiderschap van Hamas in de Gazastrook prees de ontvoering, en verklaarde dat de ontvoering ten goede moest komen aan de Palestijnse nationale zaak in de vorm van een ‘gevangenenruil’. Hamas ontkende echter, met zoveel woorden, er voor verantwoordelijk te zijn. Voor Netanyahu was het echter zeker: Hamas was de hoofdschuldige. In de twee weken volgend op de ontvoering begon Israël aan een offensief tegen Hamas op de Westelijke Jordaanoever. Honderden Palestijnen, voor het merendeel Hamas-leden, werden opgepakt. Diverse Palestijnen werden gedood bij deze arrestatieacties en bij botsingen met het Israëlische leger.

De Shin Bet gaf twee namen vrij van mannen die volgens hen de daders waren: Marwan Qawasmeh (29) en Amer Abu-Eisha (33). De twee mannen waren sinds de ontvoering spoorloos verdwenen, en zouden lid zijn van Hamas. Een klopjacht begon die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Maar wie zijn deze Qawasmeh en Abu-Eisha? Volgens Israëlische analisten behoren zij tot de Qawasmeh-clan, een grote clan van circa 10.000 Palestijnen in en nabij Hebron. Een deel van hen zou gelieerd zijn aan Hamas. De clan heeft echter een reputatie van ‘onruststokers’ die vaak niet naar het Hamas-leiderschap luisteren, aldus vooraanstaand Israëlisch analist Shlomi Eldar. Eldar stelt dat in het verleden de clan doelbewust, en uit eigen beweging, als ‘spoiler’ optrad, tot ongenoegen van het Hamas-leiderschap. Ten tijde van de Tweede Intifada bliezen zelfmoordmoordenaars van de clan zichzelf tot tweemaal toe op, na het afsluiten van een wapenstilstand tussen Israël en Hamas, in twee bussen in Jeruzalem en Beersheva, waarbij in totaal 39 Israëlische burgers om het leven kwamen. In beide gevallen laaide het geweld daarna weer op. De clan zou daarmee gehandeld hebben tegen de wensen van het Hamas-leiderschap in.

Volgens Eldar wijst alles erop dat dit ook nu weer het geval is, en dat het politieke leiderschap van Hamas niets wist van de plannen van Qawasmeh en Abu-Eisha. Dat verklaart ook waarom Hamas-leider Meshaal op Al Jazeera verklaarde dat hij niet kon zeggen of Hamas betrokken was bij de ontvoering of niet. Het verklaart ook waarom Abbas (nog) geen conclusies verbindt aan het in standhouden van de eenheidsregering, waarvan de president van de Palestijnse Autoriteit eerder meldde dat deze zich houdt aan de voorwaarden zoals overeengekomen met het Midden-Oostenkwartet , waarbij het afzweren van geweld een van deze voorwaarden is. De Qawasmeh-clan zet Hamas op zo’n manier echter wel voor het blok, aldus Eldar: omdat in de regel de politieke tak van Hamas de militante tak van Hamas niet afvalt, zal het lastig zijn voor het leiderschap om afstand te nemen van de moorden. Iets wat door de Israëlische regering zal worden aangegrepen om de eenheidsregering verder in diskrediet te brengen.

Maar misschien is het niet nodig de analyse zo ver te voeren.

De Israëlische journaliste Sheera Frenkel meldde namelijk op de dag dat de lichamen van de drie jongens gevonden werden dat er bij de Israëlische veiligheidsdiensten geen overeenstemming was over de vraag of de Qawasmeh-clan nog gelieerd is aan Hamas. Ondanks het feit dat Netanyahu als reactie op de moorden, en later tijdens de begrafenis van de jongens, herhaalde dat Hamas ‘verantwoordelijk is’ en de groep zou ‘boeten’, zou de clan zich recentelijk gedistantieerd hebben van de beweging. Volgens bronnen binnen de veiligheidsdiensten zou de ontvoering en de moord van de jongens vooral uit opportunisme zijn voortgekomen. Ook in Hebron zelf zouden inwoners eraan twijfelen of de Qawasmeh-clan nog banden onderhoudt met Hamas – een clan die overigens, aldus Frenkel, voor het grootste deel niet gelieerd is aan wat voor politieke beweging dan ook, en waarvan een klein deel juist weer gelieerd is aan de Fatah-beweging van Abbas.

Al met al is het dus bepaald te vroeg om te concluderen dat Hamas (formeel) bij de ontvoering betrokken was, en of het politieke leiderschap van Hamas ervan op de hoogte dan wel de opdrachtgever was (wat overigens niet wegneemt dat het verwelkomen van de ontvoering van de drie jongens door leiders van de groep verwerpelijk is). Dat dit Netanyahu er niet van weerhoudt om honderden Hamas-leden op te pakken, Abbas op te roepen het besluit tot de vorming van een Palestijnse eenheidsregering terug te draaien en de internationale gemeenschap vraagt die niet te erkennen, zegt helaas iets over de prioriteiten van de Israëlische regering. Deze lijken er primair op gericht te zijn een Palestijnse eenheidsregering koste wat kost in diskrediet te brengen, terwijl deze inter-Palestijnse verzoening juist de kans op vrede en een tweestatenoplossing dichterbij kan brengen.

Gelukkig zijn er ook in Israël zelf politici en opiniemakers die de verschrikkelijk moord op deze tieners niet aangrijpen om er een politiek slaatje uit te slaan. Zahava Gal-On, leider van de linkse Meretz-partij, pleitte voor het straffen van de daders, maar niet van hen die de ontvoering afwijzen of er niets mee te maken hebben – zoals Abbas en de Palestijnse burgerbevolking. En Israëlische, Palestijnse en internationale mensenrechtenorganisaties – van B’Tselem tot Human Rights Watch en Amnesty International – riepen de Israëlische regering op de Palestijnse bevolking niet collectief te straffen als reactie op de moord – een collectief straffen waar overigens al meteen sprake van was tijdens de zoektocht naar de jongens. Niet alleen is dit collectief straffen uit internationaalrechtelijk en moreel opzicht niet te verantwoorden, maar het is ook uitermate contraproductief. Immers, wat doet het met de Palestijnse bevolking als zij door Israël, als bezettende macht, wederom collectief verantwoordelijk wordt gehouden voor wat enkelen hebben gedaan? De Palestijnse vertegenwoordiger in Nederland verwoordde het in een interview in Trouw op 3 juli als volgt: ‘Israël drijft ons in de armen van Hamas’. 

Het is een constatering die deze Israëlische regering ter harte zou moeten nemen.

Rick Meulensteen is beleidsmedewerker bij Een Ander Joods Geluid (@EAJGnieuws)

Geef een reactie

Laatste reacties (110)