1.296
15

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Wie is er bang voor de (on)gelijkheid?

De neoliberale bolide was eigenlijk een total loss, maar bij gebrek aan een alternatief hebben de politieke leiders hem weer op de weg getrokken 

Zelfs na de kredietcrisis en de deconfiture van het marktfundamentalisme, blijft ongelijkheid als politiek thema een vies begrip waaraan politici met ambitie, zowel links als rechts van het midden, zich liever niet branden. Voor een groot deel van de 20ste eeuw was sociaal-economische ongelijkheid een sleutelbegrip in het democratische debat — de spreiding van macht, inkomen en kennis weet u nog. Maar aan het eind van de 20ste eeuw kwam de klad in dat ideaal. Als de overheid actief probeerde sociaal-economische ongelijkheid recht te trekken, dan smoorde ze economische groei en oogste ze maatschappelijke misère. “Labour isn’t working” was de slogan op een beroemde affiche uit 1979 boven een foto van een lange rij werkelozen voor het arbeidsbureau. (De affiche was van Saatchi&Saatchi en Margaret Thatcher won er de verkiezingen mee.) Het idee dat goedbedoeld overheidsingrijpen uiteindelijk alleen maar leidt tot economische malaise zit inmiddels in het hoofd gebrand van de generaties die na de jaren zeventig opgroeiden. Maar houdt die gelijkstelling van sociaal-economische gelijkheid met economische stagnatie nog wel stand?

Wie de krant leest, komt de laatste weken overal de naam Thomas Piketty tegen, de Franse econoom die met zijn boek Capital  in the 21st Century — de hoofdknik naar Marx is bewust — een fundamenteel ander perspectief biedt op de huidige economische toestand. Het trefwoord daarin is ongelijkheid. Piketty betoogt dat als maatschappelijke ongelijkheid te groot wordt, de rijkdom van de top wortel schiet en dynastiek wordt. Dit leidt vervolgens weer tot scheve machtsverhoudingen, economische stagnatie, en groeiende ongelijkheid — 19e eeuwse toestanden kortom. Een probleem dat ook het ogenschijnlijk egalitaire Nederland treft. ‘De rijken worden rijker’, kopte de Volkskrant vorig weekeinde. Onze inkomens mogen dan redelijk egalitair zijn, de verschillen in vermogen tussen Nederlandse burgers behoren tot de hoogste in de wereld en worden nog steeds groter.

Total Loss
Met zijn boek heeft Piketty ons een grote dienst bewezen. De kredietcrisis die het economische fundament van het Westen op zijn grondvesten deed schudden is inmiddels zo’n 6 jaar oud. Toch is er nog nauwelijks het besef doorgedrongen dat er misschien toch iets fundamenteel mis is met de geaccepteerde economische wijsheid van meer marktwerking, deregulering, en privatisering. De afgelopen jaren heeft het beleid in Nederland en Europa vooral in het teken gestaan van de restauratie, van het oplappen van het economische model dat in 2008 zo dramatisch uit de bocht vloog. De neoliberale bolide was eigenlijk een total loss, maar bij gebrek aan een alternatief hebben de politieke leiders hem weer op de weg getrokken. We rijden weer een beetje en de politici beloven plechtig dat we straks heus weer keihard naar een glanzende toekomst zullen scheuren, — “prosperity is just around the corner” — maar iedereen ziet dat de wagen aan alle kanten hapert.

Ad Melkert heeft dan ook gelijk als hij kernachtig stelt dat de crisis van rechts kwam en de oplossing van links moet komen. Deregulering en doorgeschoten vermarkting hebben de wereldeconomie in de afgrond gestort en dat vraagt om hernieuwd en effectief overheidstoezicht en een activistische overheid die werkgelegenheid stimuleert en economische bedrijvigheid aanjaagt. Maar zijn PvdA laat het wat dat betreft afweten. Ze hebben naast de VVD plaatsgenomen aan het altaar van de vrije markt en aanbidden gebroederlijk de louterende daden van de onzichtbare hand. Ze hebben door de kredietcrisis niet hun vertrouwen verloren in de zegeningen van het vrije spel van economische krachten, maar zijn juist gesterkt in hun geloof. De goden van de vrije markt hebben ons gestraft voor onze losbandigheid is nu het verhaal. We moeten boete doen voor onze voorbije overdaad, de broekriem aanhalen, de tering naar de nering zetten, snijden, bezuinigen, saneren. Voor Rutte en consorten komt de crisis juist van links en het antwoord van rechts.

Het effect van dat beleid wordt langzaam duidelijk. De mensen met vermogen, en vooral de allerrijksten, doen het prima en zijn nauwelijks door de crisis getroffen. Het vermogen van de puissant rijken wordt minder belast dan inkomen uit arbeid en de spaarcentjes van gewone burgers. De mensen die vooral inkomen met arbeid genereren, hebben betrekkelijk weinig van de economische boomjaren geprofiteerd en dragen nu de kosten van de crisis. Er is een schokkend gebrek aan aandacht voor het probleem van werkeloosheid en een schokkend gebrek aan urgentie om daar wat aan te doen. Anders dan falende banken moet de markt dat maar oplossen.

Tunnel
Paul Krugman gaf maandag echter een treffend voorbeeld van hoe de markt volstrekt verkeerde prioriteiten stelt. In New York is de bouw van een nieuwe treintunnel onder de Hudson, een van de grootste infrastructurele projecten in de V.S., afgeblazen. Deze nieuwe tunnel moest de overbelasting van de huidige tunnels naar Manhattan verlichten. Daar hadden miljoenen burgers van geprofiteerd. De argumenten tegen de tunnel waren de gangbare van overheidsverspilling en inefficiëntie. (Argumenten die de VVD ook altijd aanvoert. Herinnert u zich nog de windmolens die op subsidie draaien? Nu de verhoudingen met Rusland bekoelen waren die windmolens misschien toch niet zo’n gek idee.)

Waarvoor echter wel honderden miljoenen beschikbaar zijn in de V.S. is een tunnel dwars door het Alleghenygebergte. Deze tunnel is bijna voltooid, maar niet bedoeld voor gewone stervelingen. Het is een tunnel voor een glasvezelkabel waarmee de beurs van Chicago met die van New York verbonden kan worden. Dat levert een snelheidsvoordeel op van drie milliseconden, een voordeel waarmee beurshandelaren weer honderden miljoenen kunnen verdienen. Leuk voor die handelaren, maar volstrekt nutteloos voor de maatschappij als geheel.

De wereld kan heel goed zonder zo’n tunnel en de mensen die hem bouwen zouden hun talenten veel beter voor iets anders kunnen inzetten. Dit heeft alles te maken met de gegroeide ongelijkheid. De investeringen volgen het kapitaal van de weinigen. Misschien zou er meer aandacht zijn voor de tunnels waar gewone burgers van profiteren, als zij qua inkomen, kennis en macht meer gewicht in de schaal legden.

Geef een reactie

Laatste reacties (15)