1.785
31

C.E.O. Cordaid

Simone Filippini is sinds oktober 2013 algemeen directeur van Cordaid. Hiervoor werkte zij als Consul-Generaal voor het zuidoosten van de VS, met het kantoor in Miami, en als Nederlandse ambassadeur in Macedonië.

Wie leiderschap toont neemt angst weg

Over het gebrek aan leiderschap van Rutte, de EU en de hele wereld terwijl de vluchtelingencrisis maar doorgaat

Is het sentiment van de angst kenmerkend geworden voor Nederland? Je zou het haast denken. Negenhonderd van duizend ondervraagde Nederlanders wil dat migranten die komen zo snel mogelijk weer vertrekken, bleek vorige week uit een groot Europees onderzoek. Eén op de vijf meent dat mensen uit oorlogsgebied geen opvang moet worden geboden, terwijl het een schending is van internationaal recht als je dat niet doet.

Toch geloof ik niet dat ons land zo anti-vluchteling is als hier wordt geschetst. Ja, we zijn kritisch. Velen zijn terecht bezorgd. Maar intussen steken honderdduizenden landgenoten de handen uit de mouwen om asielzoekers te helpen. De 320.000 donateurs van Cordaid, mensen die net als iedereen bezorgd zijn, hebben in korte tijd bijna een miljoen euro gedoneerd om vluchtelingen te steunen. Die stille helpers bereiken het nieuws niet.

Wat doen politici? Ze volgen en voeden zelfs het sentiment van de angst en missen het leiderschap en de visie die nodig zijn voor structurele oplossingen. Ze zoeken naar de meest ‘sobere’ noodvoorzieningen voor vluchtelingen en sleutelen tot in het absurde aan ‘ontmoedigende’ initiatieven. Een jaartje wachten in een container of tent? Moet kunnen! Paniekvoetbal, dat is het.

Wie leiderschap toont neemt angst weg. En wie maar een greintje geopolitiek gevoel heeft weet dat er zich in het Midden-Oosten een drama afspeelt dat Europa het komende decennium zal blijven markeren.

‘Wie hard roept, ziet niet goed’, zei mijn oma als we vroeger ruzieden. Daar moet ik soms aan denken. Want terwijl het asieldebat in Nederland verhardt, zakken buiten ons blikveld meer dan vier miljoen vluchtelingen steeds verder weg in de Verelendung in wat we ‘de regio’ zijn gaan noemen. Nog eens 8 miljoen Syriërs zitten vast in eigen land, meegezogen in de schroef van een mondiaal conflict. 

Ik was laatst weer in ‘de regio’, in Turkije, Libanon en Jordanië, om er te kijken wat wij als ontwikkelingsorganisatie nog meer kunnen doen voor mensen in nood. Die gastlanden bezwijken onder hun eigen solidariteit. Het is een godswonder hoe geduldig en genereus inwoners het weinige wat ze hebben delen met getraumatiseerde nieuwkomers. Ze delen hun energie, hun water en hun huizen – maar 14% van de vluchtelingen komt terecht in formele opvangkampen. Ze delen hun dorpen, hun ziekenhuizen, hun werk. 

Het is ontoereikend. De Libanese Bekaa vallei alleen al – met 1,2 miljoen vluchtelingen – telt 1700 informele kampen, rijen houten staketsels met wat fladderende stukken zeil. In de winter schuiven moeders sneeuw van het dak om te voorkomen dat tenten instorten en kinderen bedolven raken. In de zomer valt er niet te schuilen voor een verzengende zon. 

Afvaldiensten in dorpen en steden draaien overuren. Tevergeefs. Scholen draaien tot vier shifts per dag om Syrische klasgenootjes op te nemen. Tevergeefs. 250.000 gevluchte kinderen in Libanon gaan niet naar school. Lokale overheden zijn totaal overvraagd en het geduld van de lokale bevolking raakt op, doordat hun kinderen minder lesuren krijgen, de zwakke gezondheidszorg infrastructuur overbelast is en Syrische vluchtelingen illegaal en onderbetaald banen van Libanezen overnemen. 

Vier miljoen vluchtelingen in de regio, dat zijn vier miljoen semipermanente bewoners erbij die vaak jaren lang – wereldwijd is de gemiddelde vluchteling 17 jaar onderweg – scharrelend moeten overleven in een systeem van falende (nood)opvang. Geen werkvergunning, geen status, geen bijdrage mogen leveren aan het land waar ze verblijven. Geen perspectief. 

Deze massale toevloed van vluchtelingen is een potentiële bron van nieuw conflict. Zeker in een land als Libanon dat zelf net aan het opkrabbelen was uit een burgeroorlog.

Per 1 januari is Nederland voorzitter van de EU. Dé kans om leiderschap te tonen en sentimenten te sturen in plaats van ze te volgen. Dé kans om echte oplossingen aan te dragen.

In Nederland en Europa moeten we durven inzien dat deze crisis nog jaren gaat duren. Zet dus niet in op minimaal noodverblijf voor vluchtelingen, maar op een optimaal en menswaardig leven. Geef ze kansen om te integreren en te werken; om bij te dragen aan de welvaart van hun gastland en mee te werken aan de wederopbouw van hun thuisland. Niet door ze jaren op te sluiten in AZC’s, maar door direct gebruik te maken van hun talenten en hun potentieel. Neem ze op in buurten, verspreid over Nederland, laat kinderen naar school gaan, zorg voor taalonderwijs, laat ouders werken. Sla de handen ineen met woningcorporaties, met buddy-gezinnen, met scholen, bedrijven, moskeeën en kerken. Europa is groot en groots genoeg. Groots genoeg om het dit keer beter te doen dan in de jaren ’60 en ’70, toen we de voor onze welvaart zo belangrijke gastarbeiders wegstopten in getto’s en reserveerden voor laaggeschoolde arbeid waar we zelf onze neuzen voor ophaalden.

En in de regio? Ook daar moet onderkend worden dat de vluchtelingen voorlopig blijven en dat er lange termijn oplossingen moeten komen. Daarbij heeft ‘de regio’ niet alleen meer noodhulp nodig, maar ook grootschalige en meerjarige steun, onder andere van Europa. Om te voorkomen dat miljoenen mensen, vluchtelingen én gastgemeenschappen, verder verschrompelen in uitzichtloosheid. 

Nederland moet als voorzitter van de EU constructieve gesprekken aangaan met Jordanië, Libanon, Noord-Irak en Turkije en die landen steunen in de opvang van vluchtelingen. Kijk met de EU, de VN, de Wereldbank en andere investeringsbanken wat er nodig is voor deze landen om onderwijs, gezondheidszorg en de arbeidsmarkt adequaat te versterken en in te richten op de toegestroomde nieuwkomers. Daarbij moeten we ervoor waken de gastlanden, die al zoveel investeren in vluchtelingenopvang, ook nog eens op te zadelen met een extra schuldenlast. Bespreek met deze gastlanden wat er nodig is om vluchtelingen een verblijfsstatus te geven. Want zonder perspectief voor miljoenen mensen zal er geen einde komen aan de vluchtelingenstromen naar Europa. 

Steun aan samenlevingen in het Midden-Oosten om vluchtelingen dat perspectief te bieden, is de beste investering in vrede en veiligheid. En de beste manier om vluchtelingen de kans te geven om ooit – op eigen kracht – weer terug te gaan naar hun land van herkomst. Laten we van elke vluchteling een ambassadeur voor het gastland maken!

In het eerder genoemde onderzoek zeggen diezelfde ondervraagde Nederlanders dat het actief steunen van sociale en economische ontwikkeling in de regio een oplossing is. Goed gezien, zeg ik dan. Nu de politici nog! 

Simone Filippini is directeur van Cordaid, een Nederlandse ontwikkelingsorganisatie die zich onder andere inzet voor vluchtelingen in Europa, in de Libanese Bekaa vallei, aan de Turks-Syrische grens, in Noord-Irak en tal van andere plaatsen.

cc-beeld: European Commission

Geef een reactie

Laatste reacties (31)