2.931
42

Eerste Kamerlid PvdD

Sinds juni 2007 lid van de fractie van de Partij voor de Dieren in de Eerste Kamer. Eerder werkzaam op het gebied van reclame en voorlichting, onder meer als adviseur bij campagnes van de SP. Verder betrokken geweest bij de omroepen Nutopia en Llink.

Wie stuit de mest- en melktsunami?

Er dreigt een dijkdoorbraak op het gebied van melk- en mestoverschotten en met het vervallen van het melkquotum kunnen boeren hun melkproductie uitbreiden zonder dat ze een strobreed in de weg gelegd wordt

Er zijn voorwaarden, maar wie dan leeft, wie dan zorgt. Staatssecretaris Dijksma kwam er niet uit met coalitiegenoot VVD en heeft gekozen voor een vlucht naar voren met een AMvB die aan duidelijkheid veel te wensen overlaat. De AMvB kan gestuit worden wanneer 15 senatoren of 30 Tweede kamerleden het kabinet opdragen de uitbreidingscriteria voor de melkveesector bij wet te regelen.

Op dit moment produceren Nederlandse melkveehouders ruim 12 miljard kilo melk, bijna 57 miljard kilo poep en 14,4 miljard kilo broeikasgassen. In ruil daarvoor krijgen ze jaarlijks 400 miljoen Euro subsidie. Een volkomen scheefgegroeide situatie. Aanhakend bij het romantische beeld van een koe in de wei, organiseerde de politiek “ grondgebonden melkveehouderij” , maar die grondgebondenheid blijkt nu een dode letter. De grond mag ver van de boerderij liggen, zelfs in Duitsland of in België , zodat controle op de mestafzet feitelijk onmogelijk wordt. En die controle was er al nauwelijks, volgens ingewijden uit de sector wordt nu al 30 tot 40% van de mest frauduleus verwerkt.

Doel van de Melkveewet was te komen tot een gereguleerde groei van de melkveehouderij binnen gestelde milieurandvoorwaarden. Grondgebonden groei om  te voorkomen dat mestoverschotten worden weggewerkt via mestverwerking. In werkelijkheid realiseert deze AMvB geen grondgebonden groei, maar maakt  ze gereguleerde groei van de melkveehouderij onmogelijk.

In de laatste twee jaar voor de beëindiging van het quotum heeft een groep melkveehouders aanzienlijk meer gemolken dan hun melkquotum toestond. Zij namen de te betalen superheffing voor lief. Voor een liter melk kregen ze 39 cent, maar moesten ze 27 cent superheffing betalen. Niet erg profijtelijk, dus was er kennelijk een ander oogmerk voor. Op die manier werd alvast een fosfaat-positie ingenomen voor de tijd na het melkquotum.

Deze strategie is dubbel beloond. In de melkveewet werd nog uitgegaan van een fosfaatreferentie-datum eind 2013, waarmee de extra fosfaatpositie werd gelegaliseerd. In deze AmvB wordt ook nog eens de overschrijding van 2014 gelegaliseerd.

In gewoon Nederlands: de brutalen hebben de halve wereld. Dat is uit een oogpunt van rechtvaardigheid binnen de sector kwalijk. Immers, de tegen de regels in ingepikte fosfaat-ruimte kan niet meer worden gebruikt voor een eerlijke verdeling onder melkveehouders die zich wel aan het melkquotum hebben gehouden. Kennelijk was de superheffing niet hoog genoeg om alle melkveehouders op het rechte pad te houden. Maar dat is geen reden om de overtreders nu extra te belonen door november 2014 als fosfaatreferentie te gebruiken.

Er  wordt op geen enkele wijze nagegaan of en zo ja hoeveel fosfaat er in 2013 en 2014 boven de gebruiksnorm wordt geproduceerd. Het is mogelijk dat een melkveehouder heel ver boven de gebruiksnorm uitkomt en geen extra grond hoeft aan te wenden omdat hij zijn uitbreiding van productie voor november 2014, tegen de regels in, heeft gerealiseerd. Een vergelijkbare collega die netjes heeft gewacht en vergelijkbaar wil uitbreiden is gedwongen grond bij te kopen.

Daarmee creëert het kabinet rechtsongelijkheid binnen de sector. Het was eerlijker geweest de fosfaatreferentiedatum op november 2012 vast te zetten. Voor de melkveehouders die het quotum overschreden in 2013 en 2014 levert dat geen schade op: ze hebben immers het financiële voordeel van de uitbreiding genoten.

Een boer die nu 20 kilo fosfaat per hectare teveel produceert mag het equivalent van een halve koe per hectare laten verwerken zonder extra grond te hoeven kopen. Een boer die 50 kilo fosfaat teveel produceert mag het equivalent van bijna 2 koeien verwerken zonder extra grond, en een boer die 100 kilo teveel fosfaat produceert mag het fosfaat van bijna 2,5 koe per hectare laten verwerken zonder dat er grond hoeft te worden bijgekocht. Hoe groter de overtreding van de fosfaatnorm hoe meer mest er verwerkt mag worden.

Hoe meer de fosfaatnorm wordt overschreden, hoe minder er behoeft te worden ‘betaald’.

Bij grondgebondenheid gaat er niet alleen om dat de mest  binnen de normen op eigen grond moet kunnen worden weggewerkt, ook het voer moet daar zoveel mogelijk vandaan komen. De AmvB gaat volledig aan dit aspect voorbij en is daarmee zeer onvolkomen. Over weidegang zegt de AmvB niets. Toch hangt weidegang nauw samen met grondgebondenheid. Zonder grond geen koe in de wei.

Van de koe wordt inmiddels wel een nog grotere prestatie gevraagd: Doel is om met 9% meer koeien, 20% meer melk te produceren. Topsport, wordt dat in de sector genoemd.

Maar het zijn wel de koeien die die prestatie leveren. Het is een blessuregevoelige topsport. Een kwart van het Nederlandse melkvee heeft uierontstekingen. Meer dan de helft heeft pootproblemen. Recent werd bekend via de GezondheidsDienst dat bij vaarzen de tepels van de uiers vallen, en dat dit fenomeen toeneemt. Er is een toename van BVD (ernstige diarree) onder melkvee. De levensduur van koeien blijft steken op gemiddeld 3,5 lactatieperiodes. Het zijn allemaal blessures, pijn en ongemakken voor de koe.

Er is geen enkel onderzoek waaruit blijkt dat het dierenwelzijn in nieuwe stallen fors verbetert, al wordt het wel beweerd. De miserabele omstandigheden van de koe blijven op z’n best gelijk, maar ze moet wel nog meer melk gaan geven. Een koe die de pech heeft in een megastal terecht te komen weet één ding zeker: ze krijgt levenslange opsluiting.

Koeien die in de wei grazen hebben minder pootproblemen, en minder uierontstekingen. Ze zijn gezonder dan stalkoeien en leven langer, de melk die ze leveren is van betere kwaliteit. Verder levert weidegang een bijdrage aan de terugdringen van de ammoniak-uitstoot. Een koe in de wei doet hier haar plasje en verderop de grote boodschap. Zo komen poep en pies niet met elkaar in aanraking, en kan er geen ammoniak ontstaan. Iets wat in mestkelders onder koeienstallen juist wel gebeurt, en de grote oorzaak van  ammoniak-emissie is.

Wetgeving die een gereguleerde groei van de melkveehouderij ambieert met een geborgd niveau van dierenwelzijn binnen toetsbare milieurandvoorwaarden, hoort weidegang verplicht te stellen.

Op alle bovengenoemde punten faalt de AmvB, en dus dient die te worden gestuit. Dat hoeft technisch gezien niet op problemen te stuiten. Als de AMvB door het parlement gestuit wordt, heeft de staatssecretaris de opdracht binnen korte termijn met een in de wet vastgelegde regeling te komen, waarbij de Kamer op de actuele situatie en inzichten gebaseerde amendementen kan indienen. Daarin kan worden meegenomen dat er nu een Babylonische spraakverwarring heerst over de term grondgebondenheid, dat er een explosieve groei dreigt van de melkveesector.

Reageerde de sector eerst blij op de AmvB, inmiddels zijn er grote zorgen over de uitvoering op individuele bedrijven, is er nauwelijks toezicht op de verwerking van fosfaat en is de kans dat de toch al massale ontduiking van de wet nog veel groter zal worden omdat boeren wel willen uitbreiden maar niet door het Europese fosfaatplafond willen breken.

De gevolgen van de melk- en mesttsunami zijn met deze AmvB pas achteraf bij te stellen, als het kalf verdronken is. Dat mogen we niet laten gebeuren!

Niko Koffeman, lid van de Eerste Kamer voor de Partij voor de Dieren, schreef dit opiniestuk samen met journalist Marien Abrahamse

Geef een reactie

Laatste reacties (42)