3.180
62

Auteur Jachtargumenten.nl

Is zelf geen jager, maar van jongs af aan betrokken bij de natuur en wild. Het laatste ook culinair. Heeft de website Jachtargumenten.nl opgericht als reactie op de publieke ressentimenten tegen de jacht.

Wij leven samen met een roofdier

Over het afschieten van loslopende katten en de alternatieven daarvoor

Nederland telt naar schatting 2,5 tot 3 miljoen huiskatten. Een aanzienlijk gedeelte hiervan is volkomen verwilderd dankzij het feit dat ze door mensen zijn gedumpt, of omdat ze op eigen initiatief de wijde wereld in zijn getrokken. De rest wordt uitgelaten in eigen tuin, of die van de buren, waarbij ze vaak ver weg zwerven alvorens weer thuis hun warme plekje op te zoeken. Bijna elke kat jaagt op kleine zoogdieren, tot aan hazen en konijnen toe, en op vogels. Ook de verzadigde, stadse katten. Vaak brengen ze de prooi mee naar huis, lang niet altijd wordt de prooi opgegeten.

Harde cijfers over aantallen struinende katten en de toegebrachte schade zijn er nog niet. Er zijn slechts grove schattingen, maar die getallen liggen hoog. Dat bleek recentelijk ook uit een studie van de Universität für Bodenkultur te Wenen.

Het is een wereldwijd probleem. In Nieuw Zeeland wordt er zelfs voor gepleit het land kattenvrij te maken, aangezien de oorspronkelijke natuur daar helemaal niet op dit soort roofdieren ingesteld is en plaatselijke soorten met uitroeiing bedreigd worden. 

Er zijn geen redenen te beweren dat de kat ook in onze natuur hoort. Integendeel, het is zaak ze zoveel mogelijk uit de natuur te verwijderen. Maar hier begint het probleem.

Veel mensen voelen een sterke band met hun huispoes. Mogelijk hangt dit samen met het feit, dat door de domesticatie juveniele kenmerken, zoals kopjes-geven, behouden zijn gebleven. Het is dan ook begrijpelijk, dat mensen gruwen van het feit dat er in ons land door boswachters en jagers zo’n 13.000 katten per jaar afgeschoten worden. Deze boswachters en jagers doen dat echter niet vanwege hun schietlust, maar omdat zij meer dan anderen zien wat de katten aanrichten in de natuur. 

De Partij voor de Dieren voert nu een actie om het afschieten te verbieden. Afschot zou niet de oplossing zijn van het probleem en daarin heeft de partij gelijk. Landelijk gezien is afschieten dweilen met de kraan open tot er iets aan de instroom van nieuwe katten gedaan wordt. Maar consequent afschieten heeft plaatselijk wel degelijk effect.

Vangen en verwijderen is nog een optie. Wat verwijderen inhoudt mag u zelf invullen. Voor herplaatsing in een liefdevol gezin zijn de aantallen erg hoog en de dieren die het op eigen kracht gered hebben in de natuur, zijn gewoonlijk ontembaar geworden. 

Voor het beperken van de instroom of de schade zijn er de volgende mogelijkheden:

verplichte sterilisatie van huiskatten

invoering van een chip-plicht voor katten

invoering kattenbelasting

zorgen dat de kat niet uw huis/tuin verlaat 

de kat de bel ombinden (of een geavanceerd elektronisch alternatief)

bevorderen d.m.v. campagnes dat de mensen geen dieren meer loslaten in de natuur

Alles, behalve “TNR”, maar daarover hieronder meer.
Zolang het nog niet zover is, is afschot of vangen en verwijderen de enige optie.

Intussen: laat iedereen die bang is dat zijn huisdier afgeschoten wordt er simpelweg voor zorgen dat die niet in het veld komt. Merkwaardigerwijze echter is de communis opinio, dat een kat alles mag. De Flora- en Faunawet zegt heel watanders. Als u een vogelnestje uithaalt, wordt u zwaar beboet. Als uw kat dat doet (en dat doet hij vaak), bent u in overtreding en zou dat in principe ook moeten gebeuren. Helaas gebeurt dat niet. Katten gaan in de praktijk hun gang. 

Als een kat gechipt zou zijn en betrapt wordt in de natuur, dan zou de eigenaar zijn kat terug kunnen krijgen met bijbehorende boete. Dit juichen zowel natuur- als dierenbeschermers toe.

Kattenleed of vogelleed
Er is nog een punt van misverstand: dierenbescherming wordt door velen vereenzelvigd met natuurbescherming, terwijl deze vaak strijdig met elkaar zijn. Door deze begripsverwarring hebben veel mensen moeite om jagers als natuurvrienden te zien, terwijl jagers zichzelf wel als zodanig zien.

De natuurliefhebber kijkt naar het geheel, de dierenbeschermer naar het individuele dier. Dit heeft averechtse gevolgen. Wanneer je een kat beschermt in de natuur, bezorg je de vogels meer leed en doe je die natuur geen goed. Dus welk dier beschermt de dierenbeschermer in dit geval? 

TNR – het nieuwe sprookje
Er is nog een ander fenomeen. Dierenbeschermers hebben een merkwaardige oplossing bedacht. Deze heet “TNR”, naar het engelse Trap, Neuter and Release. Oftewel:Vangen, Steriliseren en Terugzetten in de natuur. Het – twijfelachtige – doel is weer het beschermen van een individueel dier. De kat in dit geval. Om het natuurbeschermingsaspect er bij te slepen wordt beweerd dat als de meeste dieren maar onvruchtbaar gemaakt zijn, na vele jaren de populatie wel uitsterft – uiteraard zolang er geen instroom is van nieuwe dieren. En ondertussen gaan de gesteriliseerde katten door met het vangen van vogels, jonge hazen en konijnen.

TNR kan in het gunstigste  geval een populatie plaatselijk stabiliseren, maar beweren dat het een structurele oplossing brengt is een vorm van ideologisch wensdenken. Men stelt het gevoel boven de logica. Dat de Dierenbescherming van de overheid een ontheffing heeft gekregen om duizenden van die gecastreerde rovers weer terug te zetten in de natuur, is een aanslag op het gezond verstand. 

Geef een reactie

Laatste reacties (62)