1.732
5

Communicatieadviseur

Maureen (geboren 1973) is zelfstandig communicatieadviseur, schrijver en copywriter. Ze bracht een aantal jaar van haar jeugd door in Parijs en woonde op latere leeftijd in Rome en Cannes, maar woont nu in Almere Buiten. Ze studeerde Frans en Communicatie. Maureen schrijft voor verschillende websites en haar columns gaan meestal over vrouwenzaken en het leven in het dagelijks bestaan. Ze werkt op dit moment aan haar debuutroman.

Wil de echte crisis opstaan?

'Elke zomer weer verbaast hij zich over de ramptoeristen: mensen die zich hebben opgegeven als vrijwilliger, maar alleen in de ochtend want ze willen ook nog naar het strand'

cc-foto: almekri01
cc-foto: almekri01

We checkten als een van de laatsten in op de vlucht van Samos naar Amsterdam, na zoveel keren op dit eiland weten we hoeveel tijd het kost om in te checken (5 minuten), door security te gaan (8 minuten) en naar het vliegtuig te lopen (6 minuten). In het hoogseizoen vermenigvuldigen we deze tijden keer drie. Onze rekensom om de balans te bewaren tussen moeten weggaan en willen blijven.

‘Waar zitten we eigenlijk?’ vraag ik mijn vriendin als we naar het vliegtuig lopen. Ze kijkt op de boardingpassen en ziet dat we niet naast elkaar zitten: ‘Ik op 11D, jij op 21D, dan is het handiger als jij achterin instapt.’ We zijn het erover eens dat het jammer is, maar niet onoverkomelijk en we zoenen elkaar gedag. ‘Tot straks in Nederland.’

Het vliegtuig zit vol met blije, bruine, bruisende Nederlanders. Een man van een jaar of vijftig in een roze bloemetjesoverhemd helpt me met mijn bagage. Hij knipoogt. ‘Sorry mop, mijn vrouw heeft weer eens alle plek ingenomen.’ Ze lacht. ‘Er zit vooral ouzo van hem in hoor!’ Ik bedank het stel, maak mijn gordel vast en pak mijn boek. De man van het bloemetjesoverhemd draait zich om. ‘Reis je alleen? Heb je een fijne vakantie gehad? Waar zat je?’ Maar net als ik hem wil antwoordden ziet hij een bekende. ‘Henk! Man, ik dacht dat jij pas volgende week wegging!?’ In de verte zie ik de hoge, rode knot van mijn vriendin en mis haar opeens verschrikkelijk.

Ze zijn elke keer hetzelfde, de gesprekken tussen Nederlanders die op de terugreis hun liefde delen voor Samos. En elke keer mondden ze al snel uit in een wedstrijd wie er het vaakst is geweest, wie de meeste Grieken kent, de mooiste stranden en de gezelligste taverna’s. Zo ook Henk en de man in het bloemetjesoverhemd: ‘Ken je het strand van Potami beach? Je kunt er alleen met een zeilboot komen.’ Maar over een ding zijn ze het unaniem eens: ‘De Samioten zijn het vriendelijkste volk van Europa. Ze zijn vrijgevig, nooit uit op je geld en van de crisis en vluchtelingen merk je helemaal niks.’ Het zijn zinnen die ik elke keer weer hoor en waarbij ik me moet inhouden om te vragen of het ze niet is opgevallen dat er inmiddels vijf hotels te koop staan langs de kust waar ze zo graag langs zeilen.

In ‘ons’ bergdorp Ambelos zijn er twee taverna’s. We eten er vaak, maar steeds vaker zonder de mensen uit het dorp: ze kunnen het zich gewoonweg niet meer veroorloven. Pas ‘s avonds laat komen ze een ouzootje drinken. Jonge gezinnen vertrekken naar Athene waar nog wel werk te vinden is. De basisschool in Ambelos is inmiddels gesloten. De 120 inwoners zijn vooral overgebleven ouderen die rond moeten zien te komen van een gehalveerd pensioen. Dimitri en Aleni zijn rond de zeventig en hebben een gezamenlijk inkomen van 450 euro per maand. Maar de prijzen voor benzine en levensmiddelen zijn minstens zo hoog als in Nederland. Boodschappen doen Dimitri en Aleni daarom maar een keer per maand: de taxirit naar de supermarkt kost ze alleen al 55 euro.

En dan zijn er nog de vluchtelingen die vastzitten op het eiland. Chris Jones woont al jaren in Ambelos en werkt als vrijwilliger in het vluchtelingenkamp. Elke zomer weer verbaast hij zich over de ramptoeristen: mensen die zich hebben opgegeven als vrijwilliger, maar alleen in de ochtend want ze willen ook nog naar het strand. Maar ze gaan niet voordat ze een selfie hebben geplaatst op Facebook, het liefst met een groepje kleine kinderen. De Samioten helpen waar ze kunnen en geven net zo makkelijk hun pas geplukte druiven aan Syriërs als aan Nederlanders. Ze geven zonder er iets voor terug te willen: bijna dagelijks vinden we er vers fruit voor onze deur. De eerste keer zochten we nog naar een briefje, een afzender: ‘bij wie staan we in de schuld?’ Verder weg van de Griekse mentaliteit kun je niet staan.

Terug op Schiphol wachten we bij hand in hand bij bagagebelt 6. We kunnen maar met moeite de koffers zien die voorbij komen, zoveel mensen staan ervoor te dringen. Hun blikken gaan snel op een neer van hun telefoon naar de koffers. ‘Eindelijk weer normaal internet.’ Als ik onze koffers zie, wurm ik me door de mensenmassa heen. ‘Sorry, maar daar komen onze koffers aan.’ Niemand gaat echt opzij als ik met moeite mijn koffer van de band optil. Een mannenstem roept geïrriteerd dat ik uit moet kijken. Vanuit mijn ooghoeken zie ik dat hij een roze bloemetjesoverhemd aanheeft en dan weet ik het zeker: we zijn weer terug in Nederland.

Geef een reactie

Laatste reacties (5)