1.498
22

Boswachter Natuurmonumenten

André Donker werkt als boswachter voor Natuurmonumenten aan de nieuwe eilandgroep de Markerwadden in het Markermeer. Hij schrijft opinies is betrokken bij landelijke actualiteiten, achterbanraadplegingen en debatten over de natuur in Nederland. 

Wild afschieten in Nederland moet laatste redmiddel zijn

 Laten we voordat dieren afgeschoten worden eens kijken of alle alternatieven, zoals het plaatsen van rasters, uitgeput zijn 

Ik reis soms de grensstreek af op zoek naar sporen van grote wilde dieren. Pas nog vanuit De Lutte in Overijssel en de grens met Duitsland richting Bad Bentheim. Dit is een gebied waar edelherten zich amper iets aantrekken van de grens en als het ware tweetalig zijn. Ik sprak met een veehouder die genoot bij de aanblik van zo’n groot en prachtig dier op zijn land, tussen de koeien. In de Meinweg zag ik de Duitse zwijnen langzaam ingeburgerd raken. Ze lopen niet terug als ze eenmaal in Nederland zijn aangekomen.

In ons eigen land lopen damherten van Friesland naar Drenthe en proberen voorzichtig het Nationaal Park Drents-Friese Wold uit om zich te gaan vestigen. Grote wilde dieren winnen terrein en juist daarom wordt in een aantal provincies gewerkt aan goede plannen om hen ook echt de ruimte te kunnen geven. Dat doen we ook in Drenthe. Af en toe loopt een zwijn de Duitse grens over, maar dat is tot op heden geen verstandig besluit. Het dier wordt direct afgeschoten vanwege de zogenoemde nulstand die door de provincie wordt bepaald. Niks nieuws, ik schreef daar immers al veel vaker over.

Dat Drentse beeld is echter aan het verschuiven. Herten en zwijnen zouden er leefruimte kunnen krijgen als de provincie goede plannen maakt samen met boeren, natuurbeheerders, jagers en dierenwelzijnsorganisaties. In het Drents-Friese Wold worden de mogelijkheden voor de eventuele komst van grote wilde dieren verder uitgewerkt. Uiteindelijk neemt de politiek een besluit. 

Uit een proef in natuurgebied het Deelerwoud is gebleken dat er meer herten kunnen leven op de Veluwe dan tot dusver aangenomen. Voor de Drentse praktijk betekent dit veel. Rust en voedsel zijn voorhanden. Als de wildstand wordt losgelaten door vooral naar schade en overlast te kijken van wild in plaats van vaste afschotcijfers, dan zijn we een eind op de goede weg. Met meer wild neemt ook de beleving voor mensen toe en daarmee worden gebieden aantrekkelijker voor de streekeconomie. Natuur en economie, ze gaan hand in hand.

Voor mij is een mooi vergezicht een Nederland waar wild in alle rust kan leven en waar de mens zo min mogelijk hoeft in te grijpen. Helaas hebben we hier postzegels aan natuur en leven er vooralsnog geen roofdieren zoals de wolf. Afschot blijft daarom helaas nodig. Maar ik pleit ervoor, ook in Drenthe, dat dit wel op een vertrouwenwekkende en transparante manier moet gebeuren en alleen indien er sprake is van overlast of schade.

Natuurmonumenten hield vorig jaar een achterbanraadpleging over grote wilde dieren. Het blijkt uit deze groot wild enquête dat onze achterban dit ook belangrijk vindt. Als alternatief van een faunabeheereenheid (FBE) geven ze de voorkeur aan een faunacommissie, waarin provincie, boeren, particulieren, jagers, natuurorganisaties en dierenwelzijnsorganisaties verenigd zijn. Zo krijgen de besluiten over het lot van wild een veel democratischer gehalte.

Een andere uitkomst van die enquête is dat wij maatwerk leveren, gebaseerd op de beheerpraktijk. Laten we voordat dieren afgeschoten worden, kijken of alle alternatieven uitgeput zijn zoals het plaatsen van rasters, hekken, snelheid bij wegen aanpassen, ecoducten en andere wildovergangen aanleggen.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)