2.581
22

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Wilders’ 10-puntenplan 2004-2010

De oorsprong van de PVV is gelegen in het 10 punten plan van Wilders van september 2004.

Met name het punt over Turkije nooit in de EU was de reden dat hij de VVD-fractie uitgegooid werd. Met de kennis van vandaag is het interessant om te zien wat Nederland toen van die punten vond en wat ze er nu van vinden.

Uit het onderzoek blijkt dat eveneens als in 2004 ook nu van de Nederlanders gemiddeld 5 van de 10 het met die stelling eens. De belangrijkste conclusie daarbij kan zijn dat ten aanzien van de voorgelegde punten er overall geen duidelijke “verrechtsing” is van het electoraat. Wel zien we dat vergeleken met dat moment in tijd de PvdA en CDA nu 35 zetels minder hebben en de VVD- en PVV 30 zetels meer. De meningen van de kiezers aan de rechterzijde van het politieke spectrum tellen daardoor zwaarder mee, zonder dat dit bij de meeste stellingen van Wilders het overall heeft gezorgd voor een duidelijk “rechtsere” uitslag. Dit is nog een ondersteuning van het feit dat het midden in Nederland kleiner is geworden en de buitenkanten sterker tegen over elkaar zijn gekomen. Opvallend is daarbij wel dat op één punt die tegenstelling tussen rechts en links beduidend kleiner is geworden. De stelling over  verandering van het kiesstelsel. De steun daarvoor is mede hierdoor toegenomen.

In september 2004 werd Wilders de VVD-fractie uitgegooid toen hij bij een presentatie in Zuid-Limburg een eigen 10 punten plan wilde presenteren. Daarin stond o.a. dat Turkije niet toegelaten mocht worden tot de EU, hetgeen toen tegen de mening van de VVD zelf inging. Via Peil.nl heb ik toen vastgesteld wat de Nederlanders van die 10 punten vonden.

Dit onderzoek is de afgelopen week herhaald en het is interessant om met de kennis van nu de resultaten uit 2004 nog een keer terug te zien en te vergelijken met de resultaten nu in 2010.

Hieronder de tabel waar de uitslagen van 2004 met die van 2010 worden vergeleken. De cijfers zijn ook uitgesplitst naar de kiezers van 7 politieke partijen/groeperingen. Hierbij moet wel bedacht worden dat de omvang en samenstelling van die groep in 2004 anders was dan in 2010, door de verschuivingen in politieke voorkeur. Zo stond de PvdA toen nog op bijna 50 zetels. De aanhang van Wilders was toen 12 zetels en het CDA op 31.

Van de 10 punten zijn er 6 in deze 6 jaar 5% of minder verschoven.  De grootste verschuivingen zijn:

-Terrorisme gaat boven de bescherming van de privacy (in 2004 was 72% en inmiddels 59%).
-Veranderingen in het kiesstelsel zijn onzinnig, het gaat om politici met lef en daadkracht (in 2004 was 54% en inmiddels 42%).
-Turkije mag geen lid worden van de EU (was 39% en inmiddels 51%).
-Het geld dat Nederland aan ontwikkelingshulp  besteed moet worden gehalveerd (was 52% en is inmiddels 59%).

Het gemiddelde aantal stellingen waarmee Nederland het eens is, is 5 gebleven.

Interessant zijn de verschuivingen bij de kiezers van de afzonderlijke partijen zelf. Daar zijn de verschuivingen vaak forser dan het gemiddelde.

-De toename van het percentage kiezers in Nederland dat het eens is met de stelling dat Turkije geen lid van de EU moet worden is met name te danken aan de kiezers van VVD (+32%) en CDA (+24%)

-Bij alle Nederlanders zien we een toename van 5% van het aandeel dat het eens is  met de stelling dat de maximumsnelheid op de Nederlandse snelwegen omhoog moet. We zien bij VVD, CDA en D66 kiezers een sterke stijging van de voorstanders. Bij kiezers van SP en Groen Links zien we een duidelijke daling.
-De stijging van 7% van de groep die eens is met de stelling dat Ontwikkelingshulp gehalveerd moet worden is volledig toe te schrijven aan de sterke toename van de voorstanders aan de kant van VVD en CDA.
-De afname van het aandeel voorstanders dat terrorismebestrijding boven bescherming van privacy gaat zien we over de hele linie. Dat zal ongetwijfeld samenhangen met het feit dat een half jaar ervoor een aanslag in Madrid is geweest.
-Het oordeel over de aanpak van radicale moskeen en imams is over de hele linie hetzelfde en in die 6 jaar weinig veranderd. 
-“Three strikes out” is ook niet zo veel veranderd. Bij SP- en PvdA-kiezers zien we een stijging van ongeveer 10% voorstander.
-Interessant is dat het aandeel dat eens is met  “Sanctie op niet tijdig integreren is emigratie of eventueel denaturalisatie” niet alleen 5% is gedaald, maar dat dit voor de aanhang van vrijwel alle kiezers geldt.
-De steun voor het alleen invoeren van een nieuwe regel als er twee regels worden afgeschaft was in 2004 klein en is klein gebleven.
-Heel interessant is de verschuiving in het oordeel over “Verandering in het kiesstelsel zijn onzinnig, het gaat om politici met lef en daadkracht”. Het aandeel overall dat het eens is met deze stelling is gedaald van 54% naar 42%. Kiezers aan de rechterkant van het politieke spectrum waren het in 2004 over het algemeen sterk eens met deze stelling, terwijl aan de linkerkant met het over het algemeen sterk voor is. De rechtse kiezers zijn het inmiddels beduidend minder eens met deze stelling en de linkse kiezers beduidend meer dan 6 jaar geleden.  In 2004 liep het uiteen van 78% (PVV) tot 20% (Groen Links). In 2010 is dat verschil 52% (SP) en 30% (D66).
-Dat de VVD nooit met de PvdA meer moet gaan regeren is over alle Nederlanders gezien in deze 6 jaar amper verschoven. Maar dat komt omdat de (sterk gegroeide groep) Wilders-stemmers hier beduidend meer mee eens zijn en de PvdA-kiezers beduidend minder.

Geef een reactie

Laatste reacties (22)