10.689
575

Hoogleraar Forensische psychologie

Dr. Corine de Ruiter is hoogleraar Forensische psychologie aan de Universiteit Maastricht en tevens werkzaam in eigen praktijk. Zij verricht wetenschappelijk onderzoek op het grensvlak van psychiatrie en strafrecht. Daarnaast treedt ze regelmatig op als getuigedeskundige in de rechtszaal. Corine de Ruiter levert met enige regelmaat bijdragen in Nederlandse schrijvende en audiovisuele media. Met haar publieke optredens probeert zij de psychologie uit haar ivoren toren te halen en kennis over de relatie tussen psychische stoornissen en crimineel gedrag te verspreiden. Op het internet kunt u haar vinden op: www.corinederuiter.eu.

Wilders is gewelddadig, alleen niet fysiek

Wilders' uitspraken langs de psychologische meetlat gelegd vallen ze voornamelijk onder verbaal geweld

De terreuraanslag van de Noorse rechts-extremistische Anders Breivik heeft in het Nederlandse politieke landschap als de spreekwoordelijke lont in het kruitvat gewerkt. Politici van links en rechts buitelen over elkaar heen met wederzijdse verdachtmakingen en verwensingen, met als dieptepunt de Twitter-vete van vorige week maandag.

Voor de lezers die het gemist hebben, enkele ‘Twitter-citaten’: ‘@TofikDibi Ik hoop echt dat ze je afknallen samen met al je linkse vriendjes.’ En deze: ‘Ik hoop dat @geertwilderspvv stikt in zijn eigen gif en wel zo snel mogelijk.’

De aanleiding voor deze virtuele oorlog is het verschil van inzicht tussen Geert Wilders en andere politici en burgers als Gerard Spong over de mate waarin Wilders heeft bijgedragen aan een klimaat waarin deze gruwelijke terreurdaad kon gedijen. Wilders vindt zelf dat hem geen enkele blaam treft en hij is ook niet van plan een mildere toon aan te slaan.

Wat Geert Wilders de afgelopen jaren heeft gezegd over de Islam, over moslims, en allochtonen is genoegzaam bekend. Hij vindt ‘de ideologie van de islam abject, fascistisch en fout.’ Verder zegt hij: “Je kan intolerantie alleen met intolerantie beantwoorden, het is niet anders, vrienden. Dat is misschien niet prettig, niet politiek correct. Maar als je niet wilt dat je zelf wordt opgegeten, zal je toch de ander moeten opeten.” Vorige week betitelde hij in de Telegraaf moskeeën alweer als ‘haatpaleizen’.

Over deze en vergelijkbare uitspraken is een proces gevoerd bij de Amsterdamse rechtbank; de rechter heeft geoordeeld dat Wilders geen strafbare feiten heeft gepleegd met het doen van dit type uitspraken. Toch heeft hij er mensen psychologisch mee gekwetst, getuige bijvoorbeeld de verklaring van de in Nederland geboren Marokkaans-Nederlandse Amal Bensalah voor de rechtbank in Amsterdam. Bensalah refereerde onder meer aan Wilders’ recente uitspraken over ‘islamitisch stemvee’: “Dat raakt mij. Ik vind het mensonterend om zo over mensen te spreken.” De juridische werkelijkheid en de psychologische werkelijkheid lopen hier duidelijk niet parallel.

In de forensische psychologie onderzoeken wij de psychologische oorzaken en effecten van geweld. We maken daarbij onderscheid tussen verschillende typen geweld, oplopend in ernst: verbaal geweld (d.w.z. uitschelden, kwetsende opmerkingen maken), verbale bedreiging (bijv. dreigen iemand lichamelijk te verwonden, zeggen dat een ander dat gaat doen) en lichamelijk geweld (bijv. iemand met een mes steken, slaan). Als we de uitingen van Wilders over de Islam en moslims langs deze psychologische ‘meetlat’ leggen vallen ze voornamelijk onder verbaal geweld, en in een aantal gevallen onder verbale bedreiging.  De stap daarna is fysiek geweld. Die stap vindt Wilders, gelukkig, te ver gaan. Maar de eerste twee, die hij veelvuldig toepast, zijn vormen van geweld.

In de tbs-kliniek waar ik van 1995 tot 2002 werkte verscheen elke ochtend een bulletin waarop de namen stonden van de patiënten die in de 24 uur daarvoor betrokken waren geweest bij een ‘incident’. Die incidenten werden in de bovengenoemde drie typen geweld ingedeeld. Als een patiënt vaak op het ochtendbulletin stond vanwege incidenten had hij een probleem, en was dat meestal reden voor intensivering van de behandeling.

Deze bijdrage verscheen op 9 augustus 2011 in Trouw.

Geef een reactie

Laatste reacties (575)