Laatste update 15:34
5.082
91

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Diversiteit als voorwaarde om te overleven

Het gaat in de evolutieleer nooit over het verdunnen van bloed of over het beschermen van zulke bijzondere genen. Voor een theorie daarover moet je in ‘Mein Kampf’ zijn

diversiteit
Charles Darwin | cc-foto: CGPGrey.com

Al te lang schrijf ik over kanker en dood, maar eigenlijk heb ik het liever over het leven en hoe het altijd maar voortgaat. Bovendien zie ik de afgelopen maanden in toenemende mate artikelen in de media waarin meningen verkondigd worden over het nut van eugenetica en de angst voor verdunning van bloed. Bij veel daarvan vraag ik me af of de schrijvers de evolutieleer begrijpen. Daarom wil ik graag een soort inleiding tot de wetenschap van de biologische evolutie schrijven om te zorgen dat je als je er niet in thuis bent, je niet gaat denken dat onzin en nepnieuws iets te maken hebben met de evolutieleer. Hier Part One.

Omstandigheden en vooral een verandering van de omgeving dwingen biologische organismen zich aan te passen om te kunnen overleven. Dat kost overigens heel wat generaties en daarom kan je de evolutie bij mensen waar gemiddeld om de 20 jaar een nieuwe generatie verschijnt geen grote veranderingen zien. Daarvoor zijn duizenden jaren nodig. Voorstanders van eugenetica hebben in al die jaren geen bewijs geleverd dat er ook maar enig voordeel van het scheiden van mensen uit verschillende delen van de wereld bestaat.

Bij virussen en bacteriën  is er binnen een paar uur een nieuwe generatie. Dus kun je bij hen de evolutie wel zo’n beetje live volgen. Je geeft bijvoorbeeld een oud en verzwakt wezen vanwege een infectieziekte per ongeluk te weinig van een antibioticum om het de ziekmakertjes lastig te maken en er zullen heel wat van die boosdoeners sterven, maar de micro-organismen die net iets anders zijn waardoor het antibioticum bijvoorbeeld niet aan de cel kan hechten, blijven leven. De verhouding van de verschillende beestjes die in die in de omgeving van antibiotica moeten leven zal daardoor binnen enkele nieuwe generaties veranderen. Steeds minder bacteriën die nog gevoelig zijn voor het antibioticum en steeds meer bacteriën die resistente tegen het antibioticum zijn. Voor je het doorhebt, kun je het antibioticum bij niemand meer gebruiken. Vrijwel alle micro-organismen zijn resistent geworden tegen dat antibioticum. Zo werkt het: willen biologische wezens overleven dan is er veel variatie en diversiteit noodzakelijk om uitsterven van de bacterie te voorkomen.

Seksuele vermenigvuldiging zorgt voor het ontstaan van die diversiteit om de weerbaarheid van een soort te vergroten. De genen van twee individuen vermengen zich en de kaarten voor het spel van het leven worden opnieuw geschud. Het nieuwe individu bestond voordien nog helemaal niet en elke nieuwe combinatie van genetische informatie draagt bij aan de diversiteit van een soort. Dat betekent een steeds grotere kans dat er bij een drastische verandering van omgeving er tenminste een aantal exemplaren zullen overleven en zich weer voortplanten.

Onze wetenschappelijke kennis over het belang van diversiteit komt overeen met wat we weten over de partnerkeuze in de natuur. Iets zo belangrijks als het voortdurend zorgen voor diversiteit is vastgelegd in onze genen. Potentiële partners worden in eerste instantie beoordeeld op gezondheid en vruchtbaarheid, dat wil zeggen dat we de eigenschappen die de kwaliteit van de genen van de ander snel moeten herkennen en daar worden we door aangetrokken. Het gaat dus om individuele kenmerken die gezondheid en vruchtbaarheid laten zien. Aanwezigheid van veel testosteron bij mannen (dus kans op gezond zaad) vind je terug in stevige kaken, een grote neus, lage stem en lengte van de man. Dat komt overeen met wat een significante meerderheid van de vrouwen een lekker ding noemt. Veel oestrogeencues vind je terug in vrouwelijke eigenschappen, waarbij onder andere het figuur van de vrouw van wezenlijk belang blijkt: het zandloperfiguur. Daarbij neuriën mannen onmiddellijk ‘You sexy thing’. Brede heupen omdat zulke vrouwen minder problemen bij de bevalling ondervinden. En het innerlijk en de mooie eigenschappen dan? Dat zie je niet in een oogopslag. Het gaat om de eerste snelle selectiecriteria. Daarna volgt de rest, waardoor iedereen uiteindelijk iemand vindt om mee te leven.

Ook geur speelt een belangrijke rol. Daarbij gaat het met name over de feromonen, geurstoffen die we ons niet eens bewust worden. Onderzoek naar deze feromonen laat zien dat ze bijdragen aan de aantrekkelijkheid van seksuele partners en die attractie is het sterkst bij genenpatronen die met name wat immunologie betreft verschillen. Gewervelde dieren hebben zogenaamde Major Histocompatitbility Complexes (MHCs). Dat is het gedeelte van het erfelijk materiaal waar de verschillende factoren zitten die belangrijk zijn voor de afweer. Mensen blijken een voorkeur te hebben voor partners met een zo verschillend mogelijke MHC. Wat jij niet hebt, heb ik misschien wel en andersom. Een grote verscheidenheid aan erfelijk materiaal betekent een sterk afweersysteem voor het nieuwe kind. Dat MHC type heeft invloed op het zweet. Als het erg van ons verschilt gaat het zoet ruiken en het wordt aantrekkelijk. Klik een match, negen maanden later misschien een nieuwe generatie en het gevolg is meer diversiteit.

Willen we overleven, dan is diversiteit een voorwaarde. Bij diversiteit is de kans veel groter dat er combinaties van erfelijk materiaal ontstaan die het wel overleven. Mathematisch gezien kun je becijferen dat naarmate er meer variatie van het leven is, het risico op het verdwijnen van het leven in zijn geheel minder wordt. Beter kan het leven zichzelf niet beschermen, want alles op één kaart zetten is uiteindelijk een doodlopende weg. Maar maak je geen zorgen, daarover diep na te denken hoeven we niet, want het zit geheel zoals de evolutieleer voor ons in kaart heeft gebracht netjes in onze genen ingebouwd. Het zijn de algoritmen van de recombinatie van ons DNA die ervoor zorgen dat we de grootste kans hebben te overleven.

Samen met  Alfred Russel Wallace publiceerde Charles Darwin in 1858 ‘On the Tendency of Species to form Varieties; and on the Perpetuation of Varieties and Species by Natural Means of Selection’, dat in het algemeen beschouwd wordt als de geboorte van de evolutieleer. Het gaat in de evolutieleer nooit over het verdunnen van bloed of over het beschermen van zulke bijzondere genen. Voor een theorie daarover moet je in ‘Mein Kampf’ zijn.

Dit artikel verscheen eerder op de site van Ivan Wolffers


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (91)