1.624
20

Schrijver, diplomaat, ontwerper

Karel de Vey Mestdagh (1950) is een Nederlands schrijver, diplomaat en
ontwerper. Op dit moment werkt hij als juridisch adviseur op het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Naast werkgerelateerde bijdragen in kranten,
tijdschriften en boeken, schrijft De Vey Mestdagh verhalen en romans. Voor
wielrenners ontwierp hij een antropometrisch computerprogramma.

Winnen gaat al heel lang niet meer clean

Ik heb de nodige keren met Gerrie Knetemann gefietst en kwam nog bij hem aan huis. We konden het over de hele wereld hebben, maar als het om het doping ging, hield hij zich aan de code of silence

Een mooi gecomponeerd artikel van Peter Winnen in de NRC over het gebruik van epo. Maar waarom schrijft hij in dit opiniërende stuk boordevol moraliserende uitspraken niet ook over zijn eigen dopinggebruik? Nu klinkt zijn betoog dubbelhartig.

Prachtige volzinnen: “Na een eeuw wanhopig speuren en experimenteren was het sublieme elixer voor de renner gevonden. De bloemen waren voor de beste dokter. … De romantische periode van het wielrennen was definitief voorbij.”

Het zal zijn dat Winnens hoogstaande moraal hem afhield van bloed doping, maar ook hij maakt onderdeel uit van die romantische eeuw stampvol experimenteren. Of moet ik tussen regels door opmaken uit een obiter dictum als “Daarbij wie was er zonder zonde? Een handjevol misschien”, dat hij tot de weinigen behoorde en schoon reed toen hij zware bergetappes won en tot driemaal toe hoog in het klassement van de Tour eindigde. Nee, want ook Peter Winnen bekende ooit dat hij pakte. 

Precies wat Winnen schrijft over de epo-generatie, over de “kolderiek wanstaltige omerta die bijna iedere aanwezige medeplichtig heeft gemaakt”, gold in zijn dagen voor het snoepgoed dat toen in de trommel van de soigneurs zat. Ik heb de nodige keren met Gerrie Knetemann gefietst en kwam nog bij hem aan huis. We konden het over de hele wereld hebben, maar als het om het doping ging, hield hij zich aan de code of silence. Alleen, in zijn ogen – dat had de mens Gerrie mee – stond veel te lezen.

In de Dauphiné Libéré van 1991 zaten twee hele zware bergetappes: van Crest naar Villard-de-Lans en van Villard-de-Lans naar Aix les Bains. Onder leiding van Knetemann mocht ik in een gelegenheidsploeg van Alrecon Buitenreclame dagelijks vooraf aan het peloton profs de koers volbrengen. Loodzwaar, want we moesten snel zijn. De wegen waren al afgezet en motoragenten begeleidden ons. We sliepen in de hotels van de renners en hadden dezelfde professionele verzorging. In Villard zag ik ’s avonds enorm tegen de volgende dag op. Toen ik dat liet merken, was er prompt een soigneur met een koffer pillen waaruit ik welhaast kon kiezen. Hij drong er meerdere keren op aan – het zou ervoor zorgen dat ik de volgende dag ‘de bergen over zou vliegen’.

Ik durfde het niet en begon de etappe maar op een flink ontbijt. Het werd klimmen tegen de klippen op en een aantal keren moest Knetemann zich af laten zakken om mij moed in te spreken. Het bleek dat zijn relativerende humor die dag net voldoende voor mij was om het hooggebergte over te komen. Eén zin van wat hij op z’n typische Kneets zei, terwijl ik amechtig naar de volgende top verlangde, zal ik niet vergeten: “Ik wist niet dat diplomaten zo hard konden vloeken.”

De tragiek dat je niet meer kunt geloven wanneer iemand stelt dat hij clean koerst, zoals Peter Winnen schrijft, is niet van vandaag of gisteren. Dat weet hij ook. Winnen gaat helaas al heel lang niet meer clean. En in die zogenaamde ‘romantische periode’ werd troep geslikt die waarschijnlijk nog veel gevaarlijker was dan epo.

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Karel de Vey Mestdagh

Geef een reactie

Laatste reacties (20)