1.350
36

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Witwasser Han ten Broeke

Deze witwassers, met hun autoriteit en geloofwaardigheid, schenken een sausje valse betrouwbaarheid over de leugens. Daardoor wassen ze de leugens wit.

cc-foto: VVD Fotobank / Jeroen Arians Fotografie

Han ten Broeke twitterde: “We gaan niet toestaan dat achterlijke gewoonten uit het Midden-Oosten (geweld en intimidatie van andersdenkenden en ongelovigen) hier wortel schieten!” Nadia Bouras, universitair docent bij de Universiteit Leiden, vroeg Ten Broeke terecht: “Als je die landen in het Midden-Oosten zo achterlijk vindt, waarom doet de regering onder leiding van de VVD er gretig zaken mee?” Han reageerde niet inhoudelijk, hij suggereerde represailles tegen Bouras: “Maar ik heb nog banden met de @UniLeiden en dus alle reden om me ook functioneel zorgen te maken over niveau, niet alleen als alumnus.”

Carel Stolker, de rector magnificus van de universiteit, mengde zich in de discussie: “Slechte tweet van alumnus Han ten Broeke. Zo ken ik ‘m niet. Debatteren – ook op Twitter – doe je op inhoud, en nooit ad hominem. En al helemaal niet door de werkgever er bij te betrekken.” Ik ben het met Stolker oneens: Ten Broeke debatteert zeldzaam op inhoud, tenminste in het Palestina-debat.

De leugenaars
Drie verdedigingslinies bewaken de Israëlische bezetting. In de eerste linie schieten strijders primaire feiten en argumenten in het publieke debat (op basis van eigen onderzoek of ervaringen). Bijvoorbeeld de Israëlische regering, de Israëllobby en NGO’s, zoals MEMRI, UN Watch, NGO Monitor en Palestinian Media Watch. Een deel van hun berichten klopt en je kan hen daardoor niet automatisch afwimpelen als 100 procent leugens. Maar ze komen ook regelmatig in opspraak met foute vertalingen, uit de context gerukte citaten, valse feiten of uit de duim gezogen interpretaties. Daardoor kan je deze bronnen niet automatisch citeren, zonder eerst hun ‘feiten’ te controleren. Wie hen blindelings citeert, neemt het risico zijn luisteraars te misleiden.

De witwassers
In de tweede verdedigingslinie staan respectabele mensen, met hoge functies en hoog aanzien, zoals politici. Zij verdedigen de bezetting met ‘feiten’ en ‘argumenten’ afkomstig van de eerste linie. Voorbeelden van zulke strijders: Van der Staaij (SGP), Voordewind (ChristenUnie), De Roon (PVV),  Ten Broeke (VVD), Frits Bolkestein, Wim Kortenoeven (PVV), Gidi Markuszower (PVV) en nu ook Thierry Baudet (FvD). Zij witwassen de leugens van de eerste linie en duwen haar drogredenen door onze strot.

Hoe doen ze dat? Ze herhalen de leugens en drogredenen alsof het goede argumenten zijn, zonder zelf eerst te controleren of ze kloppen. Het publiek vertrouwt de witwassers om hun aanzien, intelligentie en wetenschappelijke diploma’s (om hun ethos). Het publiek veronderstelt dat zij betrouwbare bronnen gebruiken en dat ze de feiten controleren van bronnen die weleens in opspraak komen. Deze witwassers, met hun autoriteit en geloofwaardigheid, schenken een sausje valse betrouwbaarheid over de leugens. Daardoor wassen ze de leugens wit.

Deze arbeidsdeling tussen de leugenproducers en -verspreiders beschermt de witwassers. Immers, als iemand de leugens ontmaskert, hebben de witwassers het voordeel van de twijfel. Zij hebben de leugens niet zelf bedacht, slechts ‘feiten’ herhaald, waarvan zij dachten dat die van betrouwbare bronnen kwamen. Omdat de eerste linie ook waarheden vertelt, kan je de witwassers ook niet beschuldigen dat ze met opzet een leugenachtig bron hebben gekozen.

Hieronder drie voorbeelden:

Voorbeeld 1
De VN benoemt regelmatig rechtsgeleerden in functies om de situatie in Palestina te onderzoeken. De mainstream wijsheid tussen juristen is dat de Westelijke Jordaanoever bezet is, Israëlische nederzettingen illegaal zijn en de Palestijnen het recht op zelfbeschikking hebben, wat hen noodzakelijk het recht op Gaza en de Westelijke Jordaanoever geeft, inclusief Oost-Jeruzalem. Alle relevante en gerespecteerde juristen, inclusief de meerderheid van de Israëlische juristen, die daarover schrijven, beschouwen deze feiten als basiskennis en het debat daarover als reeds lang beslecht.

Dus mainstream volkenrecht is in het nadeel van Israël. Daardoor koppen de eerstelinie-NGO’s, bijvoorbeeld: ‘VN benoemt partijdige mensenrechtenrapporteur. Anti-Israëlische partijdigheid lijkt langzamerhand een voorwaarde voor deze functie.’ Dit is alsof de Flat Earth Society (die in een platte aarde gelooft) zou roepen dat NASA bevooroordeeld is omdat men slechts astronauten in dienst heeft die in een ronde aarde geloven.

Meestal onderzoeken de NGO’s het verleden van deze VN-ambtenaren tot en met hun overgrootouders, op zoek naar belastend materiaal. En als ze dat niet vinden, verdraaien de NGO’s hun geschriften, handelingen en uitspraken. Zo bedankte William Schabas (een autoriteit op het gebied van internationaal strafrecht) voor het aanbod van de VN, nadat de NGO’s en de Israëllobby zijn leven en carrière kapot dreigden te maken. De NGO’s en de Israëllobby vielen ook Michael Lynk op dezelfde manier aan, met leugens en drogredenen. Ten Broeke kopieerde deze leugensen stelde Kamervragen.

Voorbeeld 2
Elk jaar neemt de VN resoluties over Palestina aan en UN Watch valt deze resoluties met leugens, halve waarheden en drogredenen aan. Met dezelfde regelmaat stellen de witwassers (Van der Staaij, Voordewind, De Roon en Ten Broeke) Kamervragen, of ze dienen schreeuwerige moties in. Ook als de regering reageert met ‘get a life’, zijn de leugens al met fanfare in het publieke debat geschoten.

Voorbeeld 3
Joram van Klaveren en Bram Moszkowicz dienden op basis van leugens een motie in om subsidies aan de pro-Palestijnse site Electronic Intifada te stoppen, omdat die antisemitisch zou zijn.

De derde verdedigingslinie
Dit zijn de nuttige idioten van de media. Zij – bijvoorbeeld Wierd Duk – laten zich makkelijk manipuleren door het kabaal van de witwassers. Dit heeft invloed op hun artikelen, maar vooral op de opiniestukken die in de kranten verschijnen. Daardoor weigeren kranten stukken waarin men uitlegt dat conflicten over bezet Palestina via juridische argumenten dienen te worden opgelost en dat de Palestijnen het recht op de bezette gebieden hebben. Daarentegen publiceren de kranten de drogredenen en leugens van de witwassers. Hier kunnen een aantal andere factoren spelen, zoals de onderstaande zes:

Factor 1. Anti-Palestijnse bias
Bijvoorbeeld Chris Rutenfrans (opinieredacteur bij Volkskrant) vindt moslims inferieur (zie 1, 2). Hij gebruikt de krant als particulier politiek wapen en probeert zoveel mogelijk anti-islamitische stukken te printen, zoals dit interview met Annabel Nanninga.

Factor 2. Onwetendheid over volkenrecht
De redacties hebben te weinig kennis van volkenrecht en kunnen daardoor geen bullshit herkennen in de ingezonden stukken. Het publiek daarentegen gelooft wel dat de redacties deze kennis hebben en slechts stukken met relevante argumenten publiceren. Omdat het publiek ook zelf weinig verstand van volkenrecht heeft, kan men de goede van de slechte argumenten niet onderscheiden. 

Factor 3. Ook onwetendheid over argumentatieleer
Redacties hebben ook weinig verstand van argumentatieleer en zijn blind voor drogredenen. Maar het publiek vertrouwt op de deskundigheid van de redacties en leest de stukken daardoor als een soort crème de la crème van de bestaande argumenten. De lezers zijn daardoor minder alert voor drogredenen, omdat ze overtuigd zijn dat de redacties de slechte argumenten hebben uitgefilterd.

Factor 4. Commercialiteit
Redacties geven prioriteit aan commercieel-handige stukken, die het aantal lezers verhogen. Men leest bijvoorbeeld graag stukken van bekende namen, zoals  dit stuk van witwasser Frits Bolkestein (vol drogredenen en leugens, zonder inhoudelijke argumenten.) 

Redacties geven soms meer gewicht aan de schoonheid dan aan de waarheid, bijvoorbeeld aan stukken met mooie literaire stijl en humor, dan aan stukken met droge rationele, wetenschappelijke argumenten, die voor de journalisten – als taalknutselaars – lelijk zijn. 

De Israëllobby heeft een lange ervaring (de bezetting duurt nu al 51 jaar) met de stilistische geilheid van journalisten en schrijft haar stukken naar hun smaak. CIDI leidt elk jaar een nieuw eskadron jongeren op met een cursus hasbara (pro-Israëlische propaganda) en eist van hen de media met opiniestukken te bestoken. Ook Ten Broeke stond op een CIDI-folder als lesgever bij deze cursus, dus CIDI bewondert zijn manipulatiekunst.

Factor 5. Valse neutraliteit
Een journalist vertelde mij dat redacties de stukken niet op argumentatieregels testen, dus dat drogredenen dezelfde kans maken als goede argumenten. Dit doen redacties om de vrijheid van meningsuiting te maximaliseren en niet dé rechter in het debat te spelen. Ze willen geen censuur plegen en hun eigen bias in het publieke debat afweren. Maar dit is valse neutraliteit. Immers zij selecteren uit honderden ingezonden stukken, vaak op irrelevante criteria, zoals stijl en actualiteit. Ze kiezen dus niet op basis van logica (relevant criterium) maar plegen censuur op basis van irrelevante criteria.

Psychologisch onderzoek toont aan dat we aan een psychologische bias leiden, genoemd ‘cognitive ease’. We vinden mooie teksten geloofwaardiger dan lelijke. Dus het publiek raakt overtuigd van mooie drogredenen.

Om deze neutraliteit te garanderen, publiceren de media meestal zowel argumenten voor een X-feit als argumenten tegen X. De valse neutraliteit zorgt dat er random argumenten verschijnen: sommige slechte argumenten verschijnen en sommige goede argumenten niet. Het publiek daarentegen heeft andere verwachting: dat de redacties uit de berg ontvangen stukken, de allerbeste pro en contra kiezen, zodat het publiek goed geïnformeerd goede beslissingen kan nemen. Omdat het publiek weinig kennis van volkenrecht heeft, kan het publiek zelf niet beslissen welke argumenten bullshit zijn en gelooft dat de bullshit-argumenten net zo goed zijn als de goede argumenten. Dan kiezen lezers willekeurig voor één zijde en de kans is groter dat ze voor Israël kiezen, door hun vooroordelen over moslims, omdat Israël een bevriende natie is, en omdat de Israëliërs wortels in Europa hebben.

Dus de onpartijdigheid in de media is nepneutraliteit omdat zij onterecht in het voordeel van Israël werkt. Bij analogie, de media zijn zoals een juwelier, die goede en valse edelstenen verkoopt en verwacht dat de klanten de echte zelf ontdekken, terwijl de klanten geloven dat de edelsmid slechts echte juwelen verkoopt.

Of het publiek denkt dat de waarheid in het midden ligt en kiest geen zijde in fundamentele kwesties, waar het publiek juist wel de juiste kant zou moeten kiezen, zoals in het Palestina-conflict. Deze onbeslistheid zorgt dat het aantal mensen dat voor Palestijnen opkomt te laag blijft en er onvoldoende druk is op de regering om voor de Palestijnen op te komen.

Factor 6. self-serving narratief.
Het Westen is nu aan de macht. De evolutie in het volkenrecht daarentegen neigt om macht te egaliseren. Westerlingen willen de macht niet verliezen en dit heeft invloed op welke argumenten men in het debat als realistisch en welke men naïef, idealistisch en onrealistisch ziet. De publieke debatten zijn zodanig geformuleerd om slechts de Westerse macht te rechtvaardigen en te vergroten. De redacties beschouwen daardoor juridische argumenten als onbelangrijk, naïef, idealistisch onrealistisch, of als te saai/moeilijk voor hun publiek. De kreet van Baudet ‘Internationaal recht bestaat niet!’ is voor journalisten bedrieglijk aannemelijk want het is psychologisch begeerlijk. Daarom heeft zijn uitspraak ook geen enkele rimpel in de media veroorzaakt, ondanks dat deze erger is dan zijn andere controversiële uitspraken.

Andere soorten argumenten hebben op de opiniepagina meer succes, argumenten geformuleerd in termen van politiek en van gunst en medelijden.
De juridische argumenten leggen je gedragsregels op, je moet iets doen of laten. De politieke argumenten daarentegen zijn niet beperkt door regels: in de politiek ‘everything goes’, je mag alles willen. Als Israël het territorium van de Palestijnen wil, is dit in politieke argumenten net zo legitiem als de wens van de Palestijnen om een staat te stichten. Juridische argumenten zijn in het voordeel van de Palestijnen, want Palestijnen hebben het recht op het territorium. Politieke argumenten zijn in het voordeel van Israël, want als je alles mag nastreven, krijgt de machtige (Israël) altijd meer dan de machteloze.

De morele argumenten, in termen van gunst en medelijden, roepen empathie op voor de Palestijnen. Empathie is echter vrijblijvend: je bent een goed mens als je empathisch bent, maar je bent niet verplicht om empathie te geven, noch op een bepaalde manier te handelen (dit in contrast met juridische argumenten die je dwingen om iets te doen of te laten). Zodanig blijft de westerling in control en aan de macht. Israël profiteert van deze Westerse machtsmentaliteit, die zorgt dat men de democratische debatten vooral in politieke en empathische argumenten voert en minder in juridische termen.

In conclusie
De witwassers spelen een belangrijke rol, want zij populariseren en wassen informatie uit onbetrouwbare bronnen wit. Zij zijn de camouflageschakel tussen de leugenaars en de nuttige idioten. De drie defensielinies spelen waarschijnlijk een rol in het feit dat de publieke opinie onvoldoende druk op de Westerse regeringen legt om iets relevants te doen. Omdat de Westerse regeringen de meeste wereldmacht en invloed op Israël hebben, verlengt hun lamheid de bezetting. Daardoor kan Israël nog meer territorium grijpen, tijd rekken en zodanig rechten op het territorium met onrechtmatige middelen bemachtigen. De bezetting duurt nu al 51 jaar, dus de witwassers doen hun werk goed. Bravo Han.

Geef een reactie

Laatste reacties (36)