5.780
110

Ethicus

Niels Nijsingh is als ethicus gepromoveerd aan de Universiteit Utrecht en is onder meer geïnteresseerd in onderwerpen die te maken hebben met institutionele rechtvaardigheid.

Zachte vrouwen

Niels Nijsingh over de lofzang van Ahmed Aboutaleb tijdens Zomergasten over de 'zachte krachten': vrouwen

Ahmed Aboutaleb zong de tijdens Zomergasten de lof van de ‘zachte krachten’, dat wil zeggen, vrouwen:

Ik ken geen zachtere kracht in de natuur dan water. Enorme zachte kracht. Laat nou eens een druppel water een jaar lang op een steen vallen, met enige regelmaat, kom over een jaar terug, er zit een gat in de steen.

Hoewel de vergelijking bij mij vooral een beeld achterliet van te pletter slaande vrouwen, was Aboutaleb zelf duidelijk erg gecharmeerd van zijn metafoor voor de rol van het feminisme in de moderne maatschappij. Die rol bestaat, volgens Aboutaleb, uit het bewerkstelligen van verandering door het uitoefenen van niet aflatende zachte krachten. Hij betoonde zich een sympathisant van het feminisme, maar een feminist wilde hij zich niet noemen, omdat hij vond dat je geen feminist kunt zijn als je een man bent. Dit weerhield Aboutaleb er overigens niet van om een coachende rol op zich te nemen en de vrouwenbeweging, die wel een opkikker kon gebruiken, aan te sporen druk uit te oefenen op de mannenbolwerken. Zachtjes, dat wel.

Feministen als ik
Nu zal dit allemaal ongetwijfeld goed bedoeld zijn, maar laat dit nou net een vorm van seksisme zijn waar feministen (zoals ik) geneigd zijn zich tegen te verzetten. Het goedbedoelde ‘we hebben ook zachtere krachten nodig’, past naadloos in een wereldbeeld waar vrouwen dan wel ‘gelijkwaardig’ zijn, maar toch fundamenteel ‘anders’. Een wereldbeeld waarbinnen stereotyperingen over ‘zachte’ (of ‘lieve’, ‘zorgzame’, ‘empatische’) vrouwen verpakt worden als complimenten. Een wereldbeeld waarbinnen een man geen feminist kan zijn.

De positie dat ‘feminiene krachten’ een positieve bijdrage kunnen en zouden moeten leveren aan de maatschappij staat lijnrecht in tegenspraak met enkele fundamentele aannames van het feminisme, ten minste in de vorm die ik onderschrijf.

Feminisme is moeilijk onder één noemer te vangen, maar zou ik karakteriseren als de stroming die een gelijkwaardige positie van de vrouw ten opzichte van de man nastreeft. De centrale gedachte achter dat streven is dat ieder mens aanspraak mag maken op dezelfde set aan rechten en dat daarom irrelevante eigenschappen, zoals geslacht, niet mee dienen te tellen bij de kansen die een persoon heeft om iets van zijn of haar leven te maken.

‘Feminiene’ kwaliteiten in een masculiene maatschappij
Deze strijd voor een gelijkwaardige verhouding van man en vrouw gaat niet over het bevorderen van ‘feminiene’ kwaliteiten in een masculiene maatschappij. Het gaat niet eens primair om er voor te zorgen dat vrouwen topposities bekleden. Het gaat er om dat ieder als persoon op zichzelf beoordeeld wordt en niet als een representant van een bepaalde groep. Een baas is geen goede baas omdat ze ‘de factor vrouw’ inbrengt, een baas is een goede baas omdat ze haar werk goed doet. En ze heeft geen recht op die positie omdat het mannenbolwerk wel wat vrouwen kan gebruiken. Ze heeft recht op die positie omdat wat ze tussen haar benen heeft niet relevant is voor haar kwalificaties. Klaar.

Hoewel deze ideeën nog altijd bepaald niet onomstreden zijn en de praktijk weerbarstig blijkt, worden ze breed gedeeld, door vrouwen én mannen die gelijke rechten hoog in het vaandel hebben. Het is dan ook niet zozeer het feminisme dat een opkikker kan gebruiken. Het probleem ligt er volgens mij veel eerder in dat het feminisme nog altijd ten onrechte weggezet wordt als een ‘vrouwending’. Door de toegevoegde waarde van het feminisme weg te zetten als een triomf van de zachte krachten misrepresenteert Aboutaleb waar de discussie om draait en geeft hij in het voorbijgaan een seksistische stereotypering mee. Je hoeft geen vrouw te zijn om daar bezwaar tegen te maken.

Geef een reactie

Laatste reacties (110)