2.748
61

Fractievoorzitter Leefbaar Rotterdam

Ronald Buijt is sinds 2006 lid van de gemeenteraadsfractie van Leefbaar Rotterdam. Ronald (1970) is getrouwd en trotse vader van een dochter. Hij werkt als planner bij een transportbedrijf en is in het verleden (jeugd)voetbaltrainer geweest bij Excelsior '20 (Schiedam) en Alexandria '66 (Oosterflank).
Ronald heeft veel affiniteit met sport- en jeugdzaken. Op sportgebied vecht hij voor de vele clubs in deze stad die het moeilijk hebben. Hij pleit voor een forse lastenverlichting voor de clubs. Hij ziet veel mogelijkheden om sport te integreren op de basisscholen, mits er genoeg sportlocaties zijn. Op dit terrein is nog veel te winnen.
Ronald zet zich graag in voor de jeugd die niet voor problemen zorgt. Hij vindt het van de gekke dat er door dit stadsbestuur nauwelijks geïnvesteerd wordt in deze groep. Bijna al het geld gaat momenteel naar de probleemgevallen, maar tot overmaat van ramp zorgt dit niet eens voor een daling van de problemen.
Verder is Ronald voorstander van strafcampussen voor notoire jeugdcriminelen. Dit is goed voor de andere jeugd, die niet meer beïnvloed of geïntimideerd worden, beter voor de leraren en, de buurten en dus goed voor Rotterdam.
Portefeuilles: Brede Scholen en Elektronisch Kinddossier (EKD). Tevens is Ronald voorzitter van de commissie Bestuur, Veiligheid en Middelen

‘Ze hebben Zuid kapot gemaakt, Ronald!’

Hoe mijn vader door de PvdA zijn eigen volkswijk verloor

Aanstaande zaterdag is het zover: De eerste burgertop van Nederland wordt gehouden op Rotterdam Zuid. Op initiatief van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid komen 1000 bewoners van Zuid bij elkaar. Oud-minister Deetman deed in 2010 onderzoek en constateerde dat er op Zuid sprake is van on-Nederlandse problemen die vragen om een on-Nederlandse aanpak.

Mijn gedachten gaan terug naar 2007 toen ik de aftrap bijwoonde van het Pact op Zuid. Een speeltje van toenmalig PvdA-wethouder Schrijer die inmiddels met pek en veren het Rotterdamse Stadhuis is uitgejaagd. Een miljard euro zou er naar Zuid gaan. Het liep uit op een groot fiasco. Simpelweg omdat iedereen zich er tegenaan bemoeide. Behalve de Zuiderlingen zelf.

Op weg naar die bewuste bijeenkomst in 2007 parkeerde ik mijn auto en liep naar de kerk in Charlois waar de bijeenkomst gehouden werd. Onderweg passeerde ik een oude man die zich zichtbaar ergerde aan een aantal jongeren die op hun scooters door de straat scheurden en een aantal voorbijgangers voor kankerkaaskop uitmaakten. Ik las een soort irritatie maar tegelijkertijd een soort van berusting in zijn ogen.

Mijn gedachten dwaalden af naar mijn vader. Hij is ook van Zuid. Ik herinnerde mij de prachtige verhalen die hij mij als kleine jongen over ‘zijn’ Afrikaanderwijk vertelde. Over spannende avonturen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Over de vrouwen van Katendrecht. Over zijn schooltijd. Over het familieleven van zeven mensen in een klein huis in een volkswijk. Over de keiharde strijd op Zuid tussen de PvdA en de CPN na de oorlog. Over de rivaliteit tussen Sparta en Feyenoord. Over mijn oma die in de hongerwinter van 1944 naar Zeeland liep om voor eten te bedelen. Over Coen Moulijn, volgens hem nog steeds de beste voetballer aller tijden.

Toen hij trouwde met mijn moeder verhuisden zij naar de ‘sjieke’ Alexanderpolder waar ik ben opgegroeid. Op zondagmiddag ging ik achterop de fiets bij mijn vader naar de Kuip. We stonden achter de goal op vak X.  Maar altijd eerst even fietsen door de Afrikaanderwijk en Katendrecht. Hij miste zijn volkswijk.

In de jaren 80, toen ik met mijn vrienden naar Feyenoord ging, verloederde ‘zijn’ Afrikaanderwijk. Hij kwam er nog nauwelijks. Eind jaren ’90 ging ik op een zaterdagmiddag langs bij mijn ouders. Mijn vader was niet thuis. Toen hij thuis kwam bleek hij na jaren weer eens naar de markt op het Afrikaanderplein te zijn geweest.

Hij was helemaal van de kaart. Zijn straat, de Goede Hoop Straat, was afgebroken. Op de markt werd alleen nog maar buitenlands gesproken. ‘Zijn’  Afrikaanderwijk bestond niet meer. ‘Zijn’ PvdA bestond toen allang niet meer. In de Afrikaanderwijk stemde iedereen na de oorlog of CPN of PvdA. Mijn opa was van de CPN. Mijn vader PvdA. In de jaren 80 ging hij VVD stemmen. Mijn opa moet zich in zijn graf hebben omgedraaid.

Op die bewuste avond zei hij tegen mij: “Ze hebben Rotterdam kapot gemaakt, Ronald”. Met ‘ze’ bedoelde hij de PvdA. Dezelfde blik als mijn vader toen in zijn ogen had, herkende ik nu bij de oude man in Charlois.

In 2001/2002 was Pim Fortuyn zijn absolute held. Ik heb zelden iemand gelukkiger gezien dan mijn vader op de avond van 6 maart 2002. Na 45 jaar was de PvdA eindelijk verslagen in Rotterdam. De avond van 6 mei 2002 is de enige keer dat ik (43) mijn vader (76) heb zien huilen.

Ik heb hem nooit meer over de Afrikaanderwijk gehoord. Alleen in 2006. Toen één of andere malloot van GroenLinks de straatnamen wilde veranderen omdat ze teveel associatie met de Apartheid zouden hebben. Toen was het weer ‘zijn’  Afrikaanderwijk. De buurt waar hij was opgegroeid. Schande sprak hij ervan.

De PvdA heeft decennialang Rotterdam bestuurd. Onder haar leiding zijn volkse prachtwijken uitgegroeid tot achterstandswijken. Onder haar leiding zijn de laatste 30 jaar wel 100.000 Rotterdammers deze stad ontvlucht. Ze gingen wonen in Barendrecht, Ridderkerk, Rhoon, Spijkenisse en Capelle aan den IJssel.

Nu wilde diezelfde PvdA deze achterstandswijken weer veranderen in prachtwijken. Alleen al die term. Prachtwijken. Niks prachtwijken! Op die bewuste dag in 2007 was elke bestuurslaag ruim vertegenwoordigd. Gemeenteraadsleden, deelraadsleden, ambtenaren, bestuurders, wethouders, mensen van de woningcorporaties, allemaal waren ze er.  Weet je wie er ontbraken? De bewoners!. 

Al gooi je er 5 miljard euro tegenaan: Als de wijken niet veilig zijn, als de mensen geen binding met de buurt hebben, als een groot deel van de bewoners niet bestaat uit mensen die inkomen uit arbeid hebben, dan zullen het nooit prachtwijken worden! En al helemaal geen krachtwijken. 

Er zijn er niet zo heel veel meer. Toch zijn er nog  mensen als mijn vader. Mensen die er in de jaren ’20 ,’30 en ’40 van de vorige eeuw geboren zijn en nu nog steeds wonen. Wat zou het mooi zijn als deze mensen hun laatste levensjaren inderdaad mogen slijten in wijken die niet verloederd zijn. Waarin ze niet belerend worden toegesproken door een hippe ambtenaar of een door de gemeente geparkeerde projectleider met design bril.

Het zijn deze mensen die Rotterdam na de oorlog hebben opgebouwd door keihard te werken. Het zijn deze mensen die door de vele PvdA-bestuurders jarenlang aan hun lot zijn overgelaten. Het zijn deze mensen die hun prachtwijken zagen veranderen in Casablanca aan de Maas. Het zijn deze mensen die wanneer ze de verloedering van hun wijk aan de kaak wilden stellen door de PvdA weggezet werden als racisten! Ik vraag me oprecht af of Spekman, Asscher en Samsom nou écht begrijpen waarom zoveel ouderen uit de grote steden zoals mijn vader zo tot op het bot  teleurgesteld zijn in ‘hun’ PvdA.

Natuurlijk ben ik nog steeds sceptisch. Laat staan de generatie van mijn vader. Maar er worden op Zuid eindelijk slagen gemaakt. En het allerbelangrijkste: Zaterdag op de burgertop wordt er dan eindelijk mét in plaats van óver de Zuiderlingen gesproken.

Dit is een geactualiseerde versie van een column uit 2007. Volg Ronald ook op Twitter: @Buijtleefbaar

Geef een reactie

Laatste reacties (61)