6.234
187

Historicus

Maarten Middelkoop studeerde geschiedenis in Groningen. Hij woonde een jaar in Belgrado, een decennium in Londen en nu in Antwerpen. Hij schrijft af en toe een column.

Zestig Kamerzetels voor de Nederlandse Corbyn, in vijf stappen

Ondanks de extreemrechtse stemmingmakerij in de media blijft Nederland een tolerant land. Vooral de jongste generaties zijn diverser dan ooit

Met ontzetting is er in een deel van de Nederlandse media kennis genomen van Jeremy Corbyns verkiezingssucces. Hoewel Labour niet de grootste werd, behaalde de partij veel stemmen. Veertig procent, wat – omgerekend naar ons kiesstelsel – zou neerkomen op zestig Tweede Kamerzetels, achttien zetels meer dan alle linkse partijen in ons parlement tezamen.

Kamerzetels
cc-foto: JvL

De journalisten in ons land hadden het er maar moeilijk mee. Al in 2015 uitten ze hun zorgen over Corbyn na zijn verkiezing tot Labourleider. Om hun onbehagen de baas te worden, pasten ze het fenomeen Corbyn in het vertrouwde denkpatroon in. Hij werd netjes gearchiveerd onder het kopje ‘uiterst links’ (Trouw), ‘zeer links’ (NRC), en ‘radicaal-links’ (NOS). Mooi, konden ze weer rustig verder slapen.

Voor wie wel wakker werd, vielen er vijf lessen te leren uit Corbyns succes.

Les één. Centrumlinks is levensvatbaar.
Wie in Nederland – voor het eerst in drie decennia – een centrumlinks verkiezingsprogramma zou opstellen mag bij de volgende verkiezingen op zijn minst rekenen op een verdriedubbeling van het zetelaantal. The sky is the limit.

Les twee. Niemand lijkt de media meer serieus te nemen.
Dit moet als een schok komen voor veel journalisten. Hun invloed is klein – hun reputatie slecht, niet in de laatste plaats door de partijdigheid in de berichtgeving, ook in Nederland. De media hebben een ideologische missie. Die missie is rechts. Sociaal-economisch rechts (het zogenaamde bezuinigingsfundamentalisme) en cultureel rechts (het Fortuynisme).

Hoewel er tegengeluiden te vinden zijn op de opiniepagina’s, onderwerpt de nieuwsjournalistiek zich uniform aan de rechtse dogma’s. De multiculturele samenleving is altijd problematisch. Immigratie ook. Grote bedrijven moeten gepaaid worden, en renationalisatie is gevaarlijk, hoe overweldigend het draagvlak daarvoor in de samenleving ook is.

Het goede nieuws is: minder mensen luisteren. Toen de Britse media Jeremy Corbyn aanvielen, en hem met zwaar geschut – inclusief leugens en verdraaiingen – onschadelijk probeerden te maken omdat hij de rechtse dogma’s doorbrak, steeg zijn populariteit, of beter gezegd: de populariteit van zijn verkiezingsprogramma. Zijn standvastigheid werd beloond.

Het tegenovergestelde geldt ook. Wie zich laat ringeloren door de media, en meegaat in het elitediscours tegen de open, multiculturele samenleving, zoals hier te lande Lodewijk Asscher, die gaat electoraal onherroepelijk op zijn muil.

Les drie. Er is maar één verkiezingsthema: zorg en onderwijs.
Enkel zorg en onderwijs (en vaste arbeidscontracten) interesseren de kiezer. Is dat echt zo? Heeft Mark Rutte bij de verkiezingen in maart niet juist bewezen dat andere verkiezingsstrategieën, zoals  ultranationalistische stemmingmakerij tegen een buitenlandse mogendheid, in dit geval Turkije, tot grotere stemmenwinst leidt? Nee. De VVD steeg maar een schamele tien zetels na Ruttes hysterische optreden in Rotterdam.

Zorg en onderwijs, dat zijn de verkiezingsthema’s. Wie het een warm hart toedraagt, stijgt in de peilingen. Wie het schade toebrengt, zoals Jesse Klaver met de desastreuze invoering van het leenstelsel – een welbewuste aanval op het toekomstperspectief van kansarme jongeren – die zal electoraal niet uitstijgen boven een schamele veertien zetels.

Les vier. Nederland is fanatiek pro-diversiteit.
Ondanks de extreemrechtse stemmingmakerij in de media, waarmee tientallen miljoenen euro’s omzet worden behaald – elke krant krikt er zijn oplagecijfers mee op – blijft Nederland een tolerant land. Hoe schriller de extreemrechtse onheilsprofeten hun fantasieën debiteren aan de praatprogrammatafels van de publieke omroep, des te wijdverbreider de afkeer ervan in het land.

Vooral de jongste generaties Nederlanders zijn niet alleen zelf diverser dan ooit, maar voelen zich in dit caleidoscopische universum op hun gemak, een vaststelling die bijzonder lastig valt te begrijpen – of te verkroppen – voor de gemiddelde reactionaire grachtengordelcolumnist.

Een strijd voor diversiteit dus, en voor gelijke rechten, voor strengere antiracismewetgeving, en gelijke behandeling door een institutioneel racistische politiemacht, dat deelde Jeremy Corbyn met zijn jonge kiezers, dezelfde kiezers die Asscher en Roemer afschrokken met hun rechtspopulistische plannen voor het weren van Poolse werknemers (Asscher) en het uithollen van de EU (Roemer).

En dan de belangrijkste les. Les vijf. Linkse mensen zijn goede mensen.
Daar zijn ook de rechtse Gutmensch-roepers het mee eens. Dus: humaan beleid – dat is de sine qua non voor linkse stemmenwinst. Wie er toch voor kiest hardvochtig naar beneden te trappen, zij het sociaal-economisch (Klaver en Asscher), zij het cultureel (Roemer en Asscher), die mag zich conservatief noemen, of neoliberaal, maar onder geen beding centrumlinks.

Geef een reactie

Laatste reacties (187)