Laatste update 10:35
27.639
203

Universitair docent en onderzoeker

Dr. Karim Bettache is gepromoveerd in de cross-culturele psychologie en werkt als universitair docent en onderzoeker.
Hij houdt zich voornamelijk bezig met zaken als moraliteit en racisme.
Zijn doel: een inclusieve samenleving.

Een zielsdiepe afkeer van zwarte mensen

Hoe Nederlands racisme tot diep in onze ziel verankerd is. Ja, ook die van u

Deze week kwam de Europese Commissie met een nieuw plan ter bevordering van diversiteit binnen de Europese Unie. Günther Oettinger, het omstreden Duitse commissielid dat bekend staat om zijn racisme en seksisme, gaf opeens aan dat hij het een prioriteit vindt dat vanaf heden de EU actief opzoek gaat naar werknemers komend van de volgende sociale groeperingen: vrouwen, mensen uit de LGBTQ-gemeenschap, ouderen, en mensen met een fysieke beperking. Terwijl ik dit ten zeerste toejuich, is de weglating van gekleurde en etnische minderheden héél opvallend.

Racisme
cc-foto: GTorres

Toch verbaast het me niet. Het is namelijk typerend voor een hardnekkig en wijdverbreid Europees probleem. Gekleurde mensen worden vaak systematisch buiten het diversiteitsdebat gehouden. Het is de enige sociale groep van wie verwacht wordt dat ze zich, geheel op eigen houtje, gaat invechten. Dit terwijl gekleurde minderheden tot de meest ondergerepresenteerde en achtergestelde sociale groepen behoren. Het diversiteitsdebat in Europa betrekt zich vooral op de (terechte) behoefte aan meer vrouwen en seksuele minderheden op de werkvloer, met als gevolg dat een pleidooi voor bijvoorbeeld vrouwenquota tegenwoordig volledig acceptabel is. Desalniettemin, zodra er geopperd wordt om ook voor gekleurde mensen quota te institueren, stuit dit op bijzonder veel verzet.

Quota zouden in dat geval namelijk tot oneerlijke competitie leiden. Gekleurde mensen zouden op die manier voorgetrokken worden zonder dat zij wellicht de juiste capaciteiten bezitten. Dit argument is echter onhoudbaar, aangezien we nu al in een systeem van oneerlijke competitie leven waarin een ongeschreven wit (mannelijk) quotum de overhand heeft. Het is dan ook niet verassend dat recentelijk onderzoek heeft uitgewezen dat gekleurde Nederlanders, met een identiek cv als witte Nederlanders, zo ontzettend veel minder kans maken uitgenodigd te worden op sollicitatiegesprek, dat er echt keihard aan de alarmbel getrokken moet worden. Sterker, terwijl nog geen tiende (9%) van gekleurde Nederlanders zonder iets op hun kerfstok op sollicitatiegesprek wordt uitgenodigd, wordt bijna een op de drie (28%) criminele witte sollicitanten dat wel.

Laat dat even bezinken.

Ik vind dit moreel onsmakelijk en buitengewoon schokkend. Het duidt namelijk op een dermate extreme afkeer van niet-witte (etnisch niet-Westerse) sollicitanten, dat een aanzienlijk deel van onze gekleurde Nederlanders systematisch minder kansen krijgt in onze maatschappij. Dit heeft uiteraard verstrekkende gevolgen, niet alleen voor onze economie maar ook voor ’s lands sociale cohesie, vertrouwen in de samenleving, de over-representatie van allochtone Nederlanders in de criminaliteitscijfers, en niet op zijn minst zaken als extremisme en afscheiding van onze maatschappij. We kunnen als land niet blijven eisen dat mensen mee doen terwijl ze zich kapot solliciteren maar simpelweg geen kans krijgen om hun centen te verdienen. In tegendeel, een maatschappij heeft de morele verantwoordelijkheid haar uiterste best te doen iedere burger gelijke kansen te verschaffen. Dus, niet enkel constateren zoals onze politiek al decennia doet, maar ook daadwerkelijk actie ondernemen. Dit is de belichaming, maar ook de schoonheid, van een democratie: zij neemt haar minderheden in bescherming en doet haar morele plicht hen te voorzien van een menswaardig en gelijkwaardig bestaan.

Dit brengt ons terug bij het bovengenoemd probleem, namelijk dat het diversiteitsdebat zich lijkt te beperken tot voornamelijk sociale groepen die losstaan van huidskleur of etniciteit. Ook in Nederland hebben de media en politici de mond vol van diversiteit en oreren dan ook met overtuiging over de inclusie van vrouwen en (tegenwoordig ook) mensen uit de LGBTQ-gemeenschap.

Die oprechte passie voor diversiteit is echter, helaas, nog niet te vinden voor mensen van kleur. Het verraadt de onmacht van een groot deel van onze witte broeders en zusters om compassie te voelen voor groeperingen die in één oogopslag minder op hen lijken. De onkunde compassie te voelen, op een gelijkwaardig niveau, voor anders gekleurden is een overblijfsel uit ons koloniale verleden dat diepgeworteld is in ons huidige culturele systeem.

Uiteraard voelde de linkse liberaal vroeger een vorm van neerwaartse, neokoloniale compassie voor de zielige bruine medemens, die bemoederd maar ook bevrijd moest worden uit het juk van de eigen cultuur. Echter, anno 2017, waarin gekleurde Nederlanders hier geboren en vaak hoogopgeleid zijn, eisen zij gelijkheid op.

En het is dit type gekleurde Nederlander waarvoor men in Nederland de compassie nog niet gevonden heeft. De gekleurde Nederlander die niet zielig of onderdanig is, maar net als andere achtergestelde groeperingen, absolute gelijkheid opeisen. Het gevolg is dat deze eis op bijzonder veel verzet stuit, omdat onze samenleving de confrontatie tot op heden niet is aangegaan met haar koloniale wortels. Met andere woorden, onze cultuur ontstijgt de koloniale gedachtegang niet.

Wat we nu dus zien ontstaan is competitieracisme. Racisme dat voortvloeit uit het idee dat een andere groep met de Nederlander wedijvert. Een hardnekkige gedachtegang die alleen kan verdwijnen als de gekleurde Nederlander niet meer als competitie of de ander gezien wordt. Die bijna onbuigzame gedachte dat je alleen Nederlander kunt zijn als je wit bent. Dit competitieracisme kan enkel verdwijnen als we, nogmaals, de strijd aangaan met de culturele artefacten die voortvloeien uit een koloniaal verleden.

Het is belangrijk te vermelden dat deze vorm van racisme veelal onbewust is. Ik beticht niemand er van moedwillig racist te zijn. In tegendeel, we zijn namelijk allemáál het slachtoffer van een cultureel systeem dat ons onbewust, en vaak juist ongewild, racistisch maakt. Of het nu de continue portrettering is van de gemene, seksueel hongerige Arabier, of het feit dat we op universiteiten enkel witte, Westerse, auteurs voorgeschoteld krijgen; we worden binnen alle facetten van het leven systematisch gevormd tot mensen die neerkijken op kleur en witheid als de hoogste norm beschouwen. Dit is een onbewust proces en is zowel krachtiger als destructiever dan het simplistische, open en bloot, ‘hey roetmop!’- racisme.

Dit soort onbewust maar hardnekkig cultureel racisme zorgt er vervolgens voor dat je dagelijkse gedrag bolstaat van micro-agressies, die duidelijk voelbaar en zeer pijnlijk zijn voor de gekleurde Nederlander. Enkele voorbeelden zijn: niet naast een gekleurde man willen zitten in de trein als er nog een plek vrij is naast een wit persoon, tijdens een gesprek met een gemengde groep mensen voornamelijk de witte personen aankijken, sollicitanten met een niet wit klinkende naam niet willen uitnodigen, een witte chirurg als beter zien dan een zwarte, in een discussie extra geagiteerd raken omdat je opponent donker is en het niet beter kán weten, niet blij zijn als je mooie nichtje met een Turk trouwt maar heilig overtuigd zijn dat je afgunst écht niet aan zijn achtergrond ligt, bozer worden wanneer je kritiek krijgt van een gekleurd persoon dan wanneer zij wit zou zijn, eerder oogcontact vermijden als een bruine heer je aankijkt dan wanneer hij wit zou zijn, en, uiteraard, de automatische negatieve associaties die in je opkomen als je een onbekende donkere man of vrouw ziet, associaties die allemaal niet waar blijken te zijn als je hem of haar leert kennen en zelfs een vriendschap opbouwt.

U begrijpt dus (hopelijk) hoe belangrijk diversiteit, ook gericht op gekleurde mensen, is voor onze samenleving, willen we dat we écht normaal met elkaar omgaan. Met écht normaal bedoel ik niet enkel oppervlakkig. Nee, ik bedoel ook diep vanbinnen: het gevoel dat je een gelijkwaardig mens tegenover je ziet als hij of zij niet wit is. Iets wat we enkel kunnen bereiken als niet alles en iedereen van status (denk aan management, docenten, politici, media, etc.) buitenproportioneel wit is. Er leven 2 miljoen niet-witte Nederlanders in dit land en er zal nu echt een beetje ruimte opgeofferd moeten worden door onze witte broeders en zusters.

Allen zijn wij Nederlanders en onze kinderen, kleinkinderen, en zij die daarna komen, zullen het met elkaar moeten doen. Ze zijn, cru gezegd, simpelweg tot elkaar veroordeeld. Willen wij dat zij continu, nutteloos, met elkaar blijven strijden? Of dat zij de handen ineenslaan en gezamenlijk hun energie gebruiken om ons land mooier te maken. Een land dat, zoals in een ver verleden, weer fungeert als voorbeeld voor andere maatschappijen.

U heeft de toekomst in handen. Ja, U. Nodigt u de volgende keer wat meer gekleurde sollicitanten uit? Gaat u eens naast die donkere heer in de trein zitten? Zorgt u dat uw studenten een gekleurder curriculum krijgen?

Het is hoog tijd voor verandering

Geef een reactie

Laatste reacties (203)