Laatste update 08 september 2018, 12:21
2.241
37

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

De koers van VVD en CDA: vloek of zegen?

Joshua Livestro pleit voor koerswijziging bij VVD en CDA, maar het beeld dat hij schetst is wat vervormd en eenzijdig

Zaterdag pleitte Joshua Livestro in NRC voor een koerswijziging bij VVD en CDA. “Onder gevaren verstaan beide partijen tegenwoordig vooral migratie. Die ontwricht volgens hen samenleving, arbeidsmarkt en verzorgingsstaat.” Terecht merkt Joshua Livestro, hoofdredacteur van opiniesite Jalta, op dat VVD en CDA hameren op terugdringing van immigratie en op vergaande integratie van immigranten in onze samenleving. In die zin lijken die partijen op PVV en FvD.

Livestro waarschuwde voor deze koers. Hij ontwaarde erin een “ideologische samenspanning” met PVV en FvD, een term die hij ontleende aan het boek How Democracies Die van twee politicologen van de Harvard Universiteit, Steven Levitsky en Daniel Ziblatt. Op basis van een bepaalde interpretatie van de term pleitte Livestro voor “koerswijziging bij centrumrechts.”

Stille vennoot
Onder ideologische samenspanning verstaat Livestro: “door stukje bij beetje de extreme agenda en de retoriek van de randpartij over te nemen, treden gevestigde partijen feitelijk op als stille vennoot van deze extreemlinkse of -rechtse concurrent.” Hij vindt dat gevaarlijk, want “eigen beginselen vormen dan niet langer een rem op het ongrondwettelijke streven van de zogenaamd buitengesloten partij.”

Twee opmerkingen hierover. Ten eerste is die zorg niet in lijn met de strekking van het boek; het beeld dat Livestro schetst van gevaar door tegemoetkomen aan de achterban van PVV en FvD is wat vervormd. Ten tweede is er onderzoek dat suggereert dat dit beeld wat eenzijdig is: in combinatie met het stelselmatig isoleren van die partijen kan dit hen electoraal juist de wind uit de zeilen nemen.

Het eerste punt is dat Livestro ideologische samenspanning anders gebruikt dan Levitsky en Ziblatt. Zij leggen uit dat het soms gebeurt dat democratische leiders de deur naar de macht openstellen voor een autoritair leider, bijvoorbeeld in Italië in 1922, Duitsland in 1933 en Venezuela in 1998. Ze stellen dat dit voortkomt uit onderschatting van de autoritaire leider en uit ideologische samenspanning.

Overlap
baudetMet die ideologische samenspanning bedoelen ze dat de beleidsvoorkeuren van democratische leiders deels overlappen met die van de autoritair leider. Het gegeven dat VVD- en CDA-leiders zich, net als PVV en FvD, tegen migratie keren is op zich voor het voortbestaan van de democratie geen probleem – zolang ze de macht niet overdragen aan een autoritair leider, wat in Nederland ook niet zomaar kan.

Het tweede punt is dat Livestro uit het boek oppikt is “dat er geen alternatief bestaat voor confrontatie met extreme partijen.” Inderdaad stelt de Militant Democracy-literatuur dat er geen concessie moet worden gedaan aan de rechtstaat – maar concessies aan beleidsvoorkeuren van achterban mogen best. Sterker, tegemoetkomen aan haar achterban kan “de randpartij” juist verzwakken. Drie voorbeelden:

Imiteren en isoleren
Giovanni Capoccia (Universiteit van Oxford) vergeleek reacties van democratische bestuurselites op antidemocratische partijen in Europese landen in het interbellum. Capoccia kwam tot de conclusie dat Belgische, Finse en Tsjechoslowaakse elites overleefden door een tweesporenstrategie: enerzijds hard optreden tegen die partijen, anderzijds hun achterban royaal tegemoet komen in zijn beleidswensen.

Bonnie Meguid (Universiteit van Rochester) deed onderzoek naar strategieën tegen anti-immigratiepartijen in 17 landen in Europa tussen 1970 en 2000. Ze concludeerde dat centrumlinks en -rechts gemiddeld genomen het stemmenaandeel van anti-immigratiepartijen kunnen terugdringen door hen te imiteren. Zelf meen ik te weten dat dit pas werkt als die partijen ook geïsoleerd worden.

Dit baseer ik op eigen onderzoek naar reacties op communistische en anti-immigratiepartijen in 15 Europese landen sinds 1944. Ik gebruikte daarbij verkiezingsuitslagen, kiezersenquêtes en experimenten. In lijn met Capoccia wezen mijn bevindingen uit dat een tweesporenstrategie deze partijen gemiddeld stemmen kost. Die strategie, die ik isoleren en imiteren noem, noemt Livestro ook.

Interessant genoeg noemt Livestro die strategie bij de recentste Tweede Kamerverkiezingen “redelijk gelukt”: Wilders eindigde “ruim achter de grootste centrumrechtse partij. Een deel van het electoraat dat in de peilingen met hem flirtte, koos in het stemhokje toch weer voor de gevestigde partijen.” Als dit zo is (dat onderzoek ik nu) en Livestro wil Wilders stoppen, dan moet dit hem toch aanspreken.

Maar Livestro, die voor isoleren is, is tegen imiteren. Uiteraard hangt het er vanaf wat onder imiteren wordt verstaan. Maar ook verdient overweging dat veel kiezers nu juist de hoop op VVD en CDA vestigen voor oplossingen voor de problemen die ze zien. Bekende problemen: zoals in veel Europese landen maken velen zich zorgen over migratie; sinds 1994 blijkt dat velen vergaande integratie willen.

Wat u er ook van moge vinden, zolang ze de rechtstaat niet raken zijn dit legitieme standpunten. Is de uitdaging nu niet om die kiezers tegemoet te komen met slimme oplossingen binnen de grenzen van de rechtstaat? Als de democratie werkelijk in gevaar is, zoals Livestro impliceert, is zulk imiteren dan niet het mindere kwaad – en zou het omgekeerde, dat hij bepleit, hen niet juist diep teleurstellen?

Dan keren ze zich wellicht alsnog tegen de democratie.

Geef een reactie

Laatste reacties (37)