3.290
124

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Zijn we ‘in oorlog’ met de ‘radicale’ islam?

Het is nogal politiek correct om het beestje niet bij z'n naam te willen noemen

Veel politici en deskundigen hebben de laatste dagen moeite om te spreken van ‘oorlog’ en ‘radicale Islam’. Dat komt op velen nogal politiek correct over. Er zijn echter goede redenen dat deze begrippen zo gevoelig liggen.

Allereerst lijkt het de opzet te zijn van IS om de wereld in een oorlog te storten en de in de Westerse wereld woonachtige moslims op te stoken tegen de (ex-)christenen. Je zou kunnen beargumenteren dat het koren op de molen van IS is, als wij die handschoen opnemen. Hillary Clinton en anderen hopen juist het tegenovergestelde te bewerkstelligen, namelijk een wig te drijven tussen IS en de gematigde moslimgemeenschap. Daarbij doelt zij specifiek op islamitische landen als Jordanië, Turkije, Saoedi-Arabië en de Koerden die wel tegen IS willen vechten, maar vrezen de steun van hun achterban te verliezen als het om een Heilige Oorlog zou lijken te gaan.

Daarnaast gelden een aantal praktische overwegingen: een officiële oorlogsverklaring geschiedt tussen staten. IS wordt echter niet door ons als staat erkend. Verder zou een dergelijke verklaring met zich meebrengen dat het oorlogsrecht geldt en dat we gehouden zijn aan beperkingen, zoals bijvoorbeeld de Geneefse Conventie. IS zal zichzelf die beperkingen niet opleggen. Ook dat is dus een reden om niet te willen spreken van ‘oorlog’ tegen de ‘radicale’ islam.

Politiek correct
Daar tegenover staat echter het volgende: het is nogal politiek correct om het beestje niet bij z’n naam te willen noemen en dergelijk gekonkel met woorden levert zelden veel sympathie op. Wie binnenkort een van onze bommen op z’n dak krijgt heeft weinig aan de verzekering van Obama dat er geen sprake is van ‘oorlog’. Ook is het eigenlijk een belediging van moslims om niet te vertrouwen op hun intelligentie en hun taalvaardigheid. Want net zo min als ‘slecht weer’ synoniem is voor ‘weer’, is ‘radicale islam’ synoniem voor ‘islam’. Voor (ex-) christenen en joden is het niet anders: een orthodoxe jood is niet synoniem met een jood. Niet iedere christen gelooft dat de Aarde in zeven dagen geschapen is of dat Jezus écht uit de dood opstond. Wie niet over ‘radicale’ islam durft te spreken, uit angst de hele islam te beledigen erkent de facto dat de hele islam in theorie gevoelig is voor de retoriek van IS. 

Tot slot is het potentieel gevaarlijk om het islamitische karakter van IS categorisch te ontkennen. Het valt niet uit te sluiten dat de neiging tot radicalisme iets te maken heeft met de religie van islamieten. De beweging put inspiratie uit de Koran en niet-moslims hebben binnen IS eufemistisch gezegd minder florissante carrièrekansen dan die-hard moslims. We dragen allerlei sociaal-economische verklaringen aan voor het gedrag van jonge moslims die we samenvatten onder het kopje ‘Westerse onderdrukking’ maar wellicht is de islam de spreekwoordelijke ‘elephant in the room’. Er zijn immers meerdere culturen die op enig moment met ‘Westerse onderdrukking’ te maken hebben gehad. Maar die krijgen hun economie wel op de rails en stellen zich heel anders op jegens het Westen.

Brainpower
Het niet bij de naam durven noemen van het beestje heeft als risico dat het beestje ons een keer opeet. Misschien is politieke correctheid toch een beetje vergelijkbaar met de arts die niet tegen de patiënt durft te zeggen dat hij terminaal is omdat die term zo ‘stigmatiserend’ is.

Ook kleeft er een risico aan het niet willen spreken van ‘oorlog’. Decennia lang hebben we bezuinigd op defensie, hebben we de dienstplicht onnodig geacht en zijn onze strijdkrachten volgens ingewijden zeer ondermaats gefaciliteerd. De belangrijkste reden daarvoor is dat wij ons veilig waanden. We achtten Defensie geen topprioriteit meer. Pas als het electoraat zich bewust is van het gevaar zal de bereidheid toenemen om het Defensiebudget te vergroten. Budget is uiteraard niet voldoende. Defensie heeft mankracht en brainpower nodig. Desnoods gaan we niet zelf te wapen maar bouwen we een leger van cyclops. Maar ook dat vergt toewijding van onze knapste koppen. Het woord ‘oorlog’ kan helpen om de juiste mind-set te creëren, om ons te mobiliseren. Het heeft zogezegd propaganda-waarde.

Al met al staan we dus voor een lastige afweging. Spreken we van een ‘oorlog tegen de radicale islam’ dan riskeren we misschien een breuk met moslims wereldwijd die ook een probleem met IS hebben. Doen we dat niet, dan sukkelen we in slaap en bereiden ons niet afdoende voor op wat (waarschijnlijk) komen gaat. Ik denk echter dat het mogelijk moet zijn om de radicale islam de oorlog te verklaren mét de steun van al die moslims wereldwijd die níet uit zijn op dood en verderf. En ik ben er van overtuigd dat politiek correctheid gekonkel hen eerder wantrouwig zal maken over onze bedoelingen, dan wanneer we eerlijk zeggen waar het ons om gaat.

Geef een reactie

Laatste reacties (124)