1.970
42

Freelance journalist

Rik Peters (1987) is journalist. Hij schrijft over wetenschap en filosofie, en publiceerde onder meer in NRC Handelsblad, KIJK en Nieuwe Revu. In 2015 debuteerde hij met Verlichte kost. Filosofen van toen over het eten van nu.

Zinloos vleesloos

Vegetarisme is geen druppel op een gloeiende plaat, maar hoogstens een snuifje condens

cc-foto: Sarah Murray
cc-foto: Sarah Murray

Het is nooit leuk als iemand over vegetarisch eten begint te kletsen, maar ik ga het toch even doen. Zondag is het immers halfvasten, en in België loopt momenteel de actie ‘dagen zonder vlees’ – dus een geschikter tijdstip komt er voorlopig niet. En nu zoveel lui bezig zijn met vega-voeding, heeft één van hen vast een antwoord op de vraag ‘waarom eet ik eigenlijk geen vlees?’

De redenen voor vegetarisme zijn vrij bekend: sommige mensen willen het milieu minder belasten; andere mensen willen hun gezondheid verbeteren; sommige mensen willen de regels van hun religie volgen; weer andere mensen vinden het gewoon leuk om restaurantkoks te pesten; en sommige mensen willen dierenleed voorkomen. Ik hoor bij die laatste club, en het is een club van mislukkelingen.

Het zogenaamde ‘ethisch vegetarisme’ wordt meestal gebouwd op utilitaristische argumenten. Dat klinkt lastiger dan het is. In talloze morele systemen draait het om de intenties van daden of het volgen van geboden, maar voor utilitaristen komt alles neer op de consequenties en de resultaten van handelingen. Utilitarisme (afgeleid van het woord ‘utiliteit’ of ‘nut’) zegt simpelweg: iedereen houdt van geluk en iedereen haat leed, dus we moeten zo veel mogelijk plezier en zo weinig mogelijk pijn veroorzaken. Volgens sommige aanhangers moeten dierenemoties daarin ook meetellen: een utilitaristisch vegetariër vindt daarom dat bij eten van een varkenslapje de mensenpret aan tafel niet opweegt tegen de beestenellende in de boerderij of het slachthuis.

Maar wat levert dat op? Dit. Volgens het Voedingscentrum consumeert de gemiddelde Nederlander zo’n 19 kilo varken per jaar, terwijl één varken ongeveer 70 kilo eetbaar materiaal opbrengt. Deel 70 door 19 en je ontdekt dat een Hollander (bij wijze van spreken) bij 3,7 jaar kan doen met één slachtvarken. Een vegetariër ‘redt’ dus nog geen derde varken per jaar, en dat terwijl er in Nederland ieder jaar ruim 14 miljoen van die dieren worden geslacht.

Minder dan één varken, op een stapel van 14 miljoen. Die verhouding is zo belachelijk dat mijn rekenmachine het niet eens in percentages kan weergeven. Natuurlijk kun je zeggen dat ieder varken telt (dat vind ik ook) of dat vegetarisme per maaltijd nog altijd minder leed veroorzaakt (dat vind ik ook) – maar de utilitaristische onderbouwing van ‘nut’ valt nauwelijks serieus te nemen. Vegetarisme is geen druppel op een gloeiende plaat, maar hoogstens een snuifje condens – een meter of zes náást die gloeiende plaat.

Eerlijk is eerlijk: misschien is dit een filosofische curiositeit waar mensen mét hobby’s zich niet druk over kunnen maken – maar ik ga alle vastende en alle dagen-zonder-vlezende lezers het toch eens vragen … waarom eet ik eigenlijk geen vlees?

Deze opinie verscheen ook in Trouw


Laatste publicatie van RikPeters0

  • Verlichte kost

    Filosofen van toen over het eten van nu

    2015


Geef een reactie

Laatste reacties (42)