654
11

Dichter, essayist en boekverkoper

Joost Baars (1975) is dichter, essayist en boekverkoper. Zijn poëzie verscheen in ondermeer Liter en Tirade, en in zijn chapbook iemand anders dat in 2012 verscheen. Hij schrijft over poëzie voor Poëziekrant en Awater, over film voor deRecensent.nl en maakte een reeks columns over boekverkopen voor hard//hoofd. Hij maakt de poëziepodcast VersSpreken en geeft een reeks no-budget chapbooks uit met Halverwege Chapbooks.

Zo ziet democratie eruit

De occupy-beweging, Mauro en de eurocrisis. Onze democratie loopt hard tegen de grenzen van haar representatieve mogelijkheden op

Een paar dagen geleden verscheen er een verontrustend filmpje op Youtube dat het politieoptreden bij Occupy Oklahoma liet zien. Scott Olson, marinier en occupy’er, raakte daarbij zwaargewond toen hij werd getroffen door een traangasgranaat. De traangasgranaat was van dichtbij afgeschoten door een politieagent. Het enige provocatieve dat Olson deed was zijn op een plek die kennelijk door de politie moest worden leeggemaakt (een klein strookje tussen twee lijnen dranghekken). Olson ligt in het ziekenhuis en zijn toestand is inmiddels stabiel, maar nog steeds kritiek.

Het filmpje laat niet expliciet zien hoe Olson gericht door de agent wordt beschoten – hoe, met andere woorden, de traangasgranaat niet wordt afgeschoten om ergens traangas te verspreiden, maar om een persoon te treffen – maar de intenties van het politiekorps worden duidelijk als in de momenten daarna andere occupiers de op de grond liggende Olson te hulp schieten. Een agent richt zijn traangasgranaatwerper (hoe heet zo’n ding?) op het groepje zorgzaam rondom Olson neergeknielde demonstranten en schiet gericht een projectiel af dat hen in hun midden treft. Het groepje springt uiteen, zich doodgeschrokken. Olson wordt afgevoerd naar het ziekenhuis. Zijn toestand is stabiel, maar nog steeds kritiek. Voor de duidelijkheid: het is, ook voor iedere agent, alleszins duidelijk dat het afschieten van een traangasgranaat gericht op een persoon die enkele meters van je verwijderd is, zeker zeer ernstige verwondingen veroorzaakt en ook dodelijk kan zijn. Dat risico is door het betreffende korps moedwillig genomen. En het geval Olson is geen incident: kijk alleen al naar het brute geweld dat er gebruikt is bij de ontruimingen van Amsterdamse kraakpanden als Schijnheilig: jegens mensen die zelf in het geheel niet gewelddadig waren, en die ook geen enkele andere optie werd gelaten dan zich door de politie in elkaar te laten beuken.

Er zijn mensen die beweren dat het ambt van politieagent zich hoe dan ook niet laat verenigen met democratie en gelijkheid. Ik zou dat niet weten, maar ik ben wel eens gewelddadig overvallen in een tram en ik kan het niet anders dan betreuren dat er op dat moment geen politie in de buurt was. Ik denk ook niet dat de walgelijke daad van de agent die het projectiel afschoot dat Scott Olson raakte in zijn geheel toe te schrijven is aan de pet die hij draagt. Voor hem zijn er talloze agenten die anders met die projectielen omgaan. Ik denk wél dat er iets mis is met de ruimte die die pet aan die agent geeft, met de manier waarop die agent – en de politiek die hem aanstuurt – omgaat met het democratische mandaat dat ook de politiemacht zou moeten vertegenwoordigen.

Want waarom wil de agent uiteindelijk dat kleine stukje tussen de twee lijnen dranghekken vrij hebben? Ik neem aan: vanwege de veiligheid, want dat is zijn taak. Die veiligheid is een publieke zaak, die gediend wordt door de representanten van het volk in de politiek. De politiek is het orgaan waarin de publieke zaak vorm krijgt. Om het kort te zeggen: het volk laat zich representeren door de politiek, die zich in deze situatie weer laat representeren door de politie. De politie staat daar dus namens het volk.

Dat alles is goed en wel, totdat de agent zijn trouw aan dat dubbel gerepresenteerde volk – die dubbel geabstraheerde gemeenschap – laat prevaleren boven zijn trouw aan zijn eigen menselijkheid en de niet abstracte gemeenschap die hij vormt met de persoon die er op dat moment voor hem staat. Dat is voor mij de enige verklaring hoe iemand de taak die hij via de dubbele abstractie toebedeeld krijgt van de gemeenschap uitvoert, mogelijk zelfs ten koste van het leven van een echt mens.

Het is frappant te zien dat precies hetzelfde proces zich voltrekt in de discussie rondom voormalig AMA Mauro. Je kunt een heel lange gejuridificeerde discussie over dat onderwerp voeren – en de Tweede Kamer bewijst dat dat inderdaad heel erg lang kan – maar de positie van Leers en van de meerderheid van de Kamer komt in feite hierop neer: dat hun trouw aan het beleid zoals geformuleerd in de gerepresenteerde gemeenschap prevaleert boven hun trouw aan de echte gemeenschap tussen hen en de persoon die hen een vraag stelt: Mauro. In beleidstaal: je kunt voor een individueel geval geen uitzondering maken op afgesproken beleid, want dat beleid is immers democratisch tot stand gekomen.

Er is veel te zeggen voor de analyse dat het Mauro-drama goed getimed is omdat het de aandacht afleidt van wat er momenteel rondom het Europese noodfonds gebeurt. Maar ik moet ook vaststellen dat zowel bij de bejegening van de Occupy-beweging, bij de behandeling van Mauro, en bij het verhalen van de Europese bankencrisis op de bevolking, onze democratie hard tegen de grenzen van haar representatieve mogelijkheden aanloopt.

Want in een echte democratie heeft de agent die Scott Olson beschoot niet alleen verantwoordelijkheid jegens zijn mandaat, dat via abstracties is terug te leiden tot de kiezer, maar ook voor iedereen die tegen dat mandaat ingaat, en vooral voor de man die zijn traangasgranaat in zijn gezicht zou krijgen. Democratische representatie kan nooit verhullen dat het moreel verwerpelijk is om iemand met een traangasgranaat in zijn gezicht te schieten. Om dezelfde reden kan het “regels-zijn-regels-argument” van Leers c.s. nooit voldoende zijn om Mauro Manuel het land uit te zetten. Democratische representatie kan nooit verhullen dat het moreel verwerpelijk is om een kind van 18 te dwingen naar Angola te verhuizen. Van bestuurders en agenten vragen om die directe, niet gerepresenteerde moraliteit – de verantwoordelijkheid van mensen jegens elkaar – op te geven, betekent van hen vragen een stukje van hun menselijkheid in te leveren. En een systeem dat dat doet, kan nooit en te nimmer de naam “democratie” dragen.

Geef een reactie

Laatste reacties (11)