Laatste update 17:20
868
4

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Zorgen om Job

Job - vijftien - is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

“Ik hoef niet te hoesten mama”, zegt Job met hese stem. “Ik ben beter.”
Op bed zit een manneke dat de halve nacht heeft wakker gelegen van zijn eigen geblaf.

Mijn kind is hartstikke ziek, ik heb de juf al ingelicht. Maar Job is er klaar mee. Zo krachtig mogelijk strekt hij zijn kromme rug. “Ik ga naar school.”

Zijn waterige oogjes kijken me vastberaden aan. Alsof hij het thuiszijn (lees: mij) zat is. Ik schud van nee. Met enig machtsvertoon stop ik mijn gehandicapte zoon weer onder de dekens en zet de tv voor hem aan.

Cc-foto: Sergio Santos

Job is niet de enige die het zat is. De zorgen maken me radeloos. Al sinds de winter is Job futloos, zijn gehoest gaat door merg en been. Vanmiddag hebben we opnieuw een afspraak bij de huisarts om zijn longen te laten checken. Een longontsteking kan ons kwetsbare kind fataal worden, hoorden we onlangs in het ziekenhuis. Rob is op vakantie. Het zal toch niet.

Bij de huisarts vindt Job het gezellig. Gelukkig géén ontsteking (ik dus juichen), wel longen vol slijm en te weinig zuurstof in zijn bloed. Job heeft hulp nodig, de dokter verwijst ons naar de longarts.

De volgende ochtend toont mijn rochelende kind dezelfde vastberadenheid. Dit keer geef ik toe. Op school houdt hij het de hele dag vol, ’s avonds heeft hij zowaar praatjes en de nacht is vredig.

Nu, een paar dagen later, duurt het wonder voort: Job krabbelt zelfstandig op. De logopedist helpt hem intussen via een mondkapje met hoesten, een specialist hebben we nog niet gezien. Het woord opluchting durf ik niet in de mond te nemen, daarvoor is het te vroeg.
Alsof we hard naar huis hebben gerend om net op tijd te ontkomen aan een helse stortbui. Vanachter het raam blijven we wantrouwend naar de dreigende lucht kijken.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (4)