12.140
108

Lid Stadsdeelcommissie Amsterdam West (PvdA)

Namens PvdA zit ik in de Stadsdeelcommissie Amsterdam West. Ik werk al jaren binnen Justitie en Jeugdzorg.

Zwarte Piet is racisme. Punt. Maar ‘institutioneel’, nee toch?

Minachten in woord en gebaar is allang ons 'normaal'. Met ongeloof kijk ik ernaar. Mijn hart breekt. Wat is er met ons gebeurd?

cc-foto: Dutch Simba

Weer een slechte nacht. De drang om onze samenleving te gaan verdedigen doet me duizelen en houdt me uit de slaap. Dan maar opstaan. “Wij kunnen pas vooruit als we het vreselijke verleden in het heden herkennen”, kopt Vrij Nederland. Het beste uitgangspunt ooit. “De ontmenselijking breekt namelijk iets van binnen, terwijl de buitenwereld steeds zegt dat je je aanstelt,” stond er ook in. En dat zette mij aan het denken.

Van Twitter tot aan de Tweede kamer kookt onze democratie in de vlam der ontmenselijking. In ieder breekt iets maar het is de tegenstander die zich aanstelt, niet ‘ik’. Verhitte hoofden hebben de smaak te pakken. Minachten in woord en gebaar is allang ons ‘normaal’. Met ongeloof kijk ik ernaar. Mijn hart breekt. Wat is er met ons gebeurd?

Ik heb Nederland leren kennen als een vrije, open en harmonieuze samenleving. Toen ik en het gros van mijn voorgangers hier aanspoelden, stond er van alles al: dijken in de genadeloze clinch met de ruige zee, een stoere verzorgingsstaat die haar oude en nieuwe ingezeten in bescherming nam, er was (eerlijk) werk, een uitstekend en betaalbaar zorgstelsel. Er waren huizen, voor elke beurs een fijn onderkomen. Er was fatsoen. Menswaardig strafrecht en humanitaire gevangenissen. Er was een politiek die deugt. Die vluchtelingen (kinderen) opneemt. Volksvertegenwoordigers die elkaar respecteren. Er was dialoog. Het leek dat alles en iedereen anders mag zijn en toch de neuzen dezelfde kant op wezen – richting de vooruit. Samen. Wij.

Wij hebben honderdduizenden vluchtelingen een veilig oord gegeven. Onze oma’s, slecht ter been, of ze nou Marokkaans, Turks of Nederlands of welke dan ook zijn, zij rijden vrolijk rond op hun scootmobiels, betaald met gemeenschapsgeld. Wij zetten ons er met man en macht voor in dat onze jongeren op rootsreizen gaan, op zoek naar hun eigen identiteit. Wij hebben gebedshuizen gebouwd, scholen naar ieders smaak. Wij blijven doneren als bezetenen bij elke (wereld)ramp. Er zijn ontelbare fondsen voor de kapotte koelkasten of een nieuwe laptop of fiets. Wij hebben mooie mensen, zulke mooie mensen. Die ondanks al het nieuwe venijn elkaar blijven ontmoeten en met elkaar in vrede samenleven.

Die haat daarboven bevreemdt mij. En wat is het doel daarvan?

Twitter mijd ik. Ook die doet me duizelen en houdt mij uit de slaap. De wereld daar herken ik niet als de mijne. Of ontken ik, geblinddoekt door het naïeve geloof dat wij als wij nog steeds bestaan. Iemand appte mij het applaus van Sylvana Simons. Ik moest bijna braken. Is dat de plaatsvervangende schaamte die mij misselijk maakt?

Ik zie een trillende vrouw van 83. Haar woorden struikelen over diepe emoties, doch de foto in haar handpalm houdt zij stevig vast. De foto als bewijs van haar onschuld, een getuigenis dat de vrouw nooit een racist was. En is. Hoewel zij daarvoor wordt uitgemaakt.

Het applaus van Simons (daarop) had ik beter nooit zullen zien. Het beroofde mij van de hoop dat wij in een modus van dialoog kunnen komen. Zodra ‘schuld en boete’ de boventoon voeren, zijn wij elkaar al verloren. Op de spits drijven lijkt steeds meer een hobby: “Dat geldt evenzeer voor degenen die doen alsof racisme in Nederland niet bestaat als voor degenen die hameren op ‘witte schuld’ als bron van alle kwaad, evenzeer voor de Johan Derksens als voor de Akwasi’s van deze wereld”

Het oude, door generaties heen geërfde leed zoekt gerechtigheid. Volkomen terecht. Maar wat doen we met het nieuwe leed dat wij zelf veroorzaken? Lekker doorschuiven en de nieuwe generaties over een paar eeuwen met elkaar laten bakkeleien, over onze eigen smeerboel?

Onze samenleving wordt gerund vanuit vele stoelen, fauteuils en Twitter-accounts. Zit daar een racist op, die ook nog macht in geld en status geniet, dan zijn wij de klos. Hij of zij eigent zich onze instituties (of tradities) toe en wij doen er aan mee. Een ambtenaar van de Belastingdienst die ouders met een migratie-achtergrond achtervolgt en als fraudeur onterecht bestempelt, of die alle dossiers vroegtijdig vernietigt, wellicht omdat de baas dat opdroeg. Volgzaam zijn hoeft geen racistisch motief te bevatten, maar kan wel een racistisch effect hebben. De mensen die Sinterklaas en Zwarte Piet vierden hebben niet de bedoeling gehad om zwarte landgenoten als minderwaardig neer te zetten, maar ze deden er achteloos aan mee. Ik ook. En nu?

Een excuus is heilzaam, maar het blijft mosterd na de maaltijd. Dat nazaten van de ChristenUnie zich eventueel in 3012 gaan schamen over hun huidige politieke keuzes, biedt geen enkele troost voor “die kinderen die we daar in mensonterende kampen aan hun radeloze lot overlaten”. Ze hebben er nu niks aan. Dat we onze Polen en andere arbeidsmigranten anno nu mensonterend behandelen en laten uitbuiten, dat straks alleen de rijksten een huis hebben en de zorg kunnen betalen, dat onze arbeid in waarde alleen maar verder devalueert hoewel de kosten stijgen, dat onze verzorgingsstaat tot een ruïne is afgebrokkeld, dat we afgeleerd hebben om met elkaar te praten en alleen maar schreeuwen en op elkaar spugen… Is dit de toekomst die we onze verre kinderen willen achterlaten? Moeten zij ooit geboren worden om onze verzwegen excessen uit te spreken?

Nee toch?

Weet u, Zwarte Piet is racisme. Punt. Maar zijn onze instituties racistisch of zijn wij dat? Wij allen? Ook: “ons parlement dat afgelopen week glashard stemde tegen het in ons bulkende land opnemen van deze arme stumperds.”

Nee toch?

Geef een reactie

Laatste reacties (108)