In het schooljaar 2015-2016 zaten 9381 kinderen voor korte of langere tijd thuis. Bijna de helft daarvan, 4287 kinderen, zit langer dan drie maanden thuis. Staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs maakt zich grote zorgen over de stijging van het aantal kinderen dat is vrijgesteld van de leerplicht, omdat ze lichamelijk of psychisch niet in staat zijn om naar school te gaan. In ZEMBLA zegt hij: “Dit is een zorgelijke ontwikkeling. En tegelijkertijd is hier iets geks aan de hand”.

Het afgelopen schooljaar waren 5537 kinderen vrijgesteld, negen procent meer dan het jaar daarvoor (5077). Sinds 2011 is het aantal kinderen met zo’n vrijstelling 5A met maar liefst 67% toegenomen. Dekker: “Als je kijkt naar kinderen die worden vrijgesteld van onderwijs, en soms ontkom je daar niet aan, die zijn zo zwaar gehandicapt, die gaan naar een medisch kinderdagverblijf. Daar is het voor bedoeld. Het is niet bedoeld voor scholen die zeggen, het is een ingewikkeld kind, we regelen iets met de gemeente zodat ze niet naar school toe hoeven. Als een kind wat kan leren dan hoort ie op school thuis, ook als het ingewikkeld is”.

Daarom laat de staatssecretaris alle kinderen die zo’n vrijstelling hebben, opnieuw bekijken. “Dat is een afspraak die we met de gemeenten hebben gemaakt, dat we nog eens kritisch kijken naar alle kinderen die zo’n vrijstelling onder 5A hebben, of dat echt terecht is”, aldus Dekker.

Sinds de invoering van de wet Passend Onderwijs bemiddelen onderwijsconsulenten tussen scholen en leerlingen die extra steun nodig hebben of langdurig thuis zitten. In ZEMBLA vertelt consulent Kees Bor dat vrijstellingen makkelijker worden gegeven: “Ik hoor dat het de laatste tijd wat makkelijker wordt gegeven dan een aantal jaren geleden omdat er geen passende oplossing is. En dan komen die kinderen thuis te zitten zonder onderwijs. Nou, wil je het nog slechter hebben?”

Vooral gymnasia en VWO-scholen zijn volgens Bor bedreven in het weren van kinderen met een zorgvraag. “Die zeggen: we willen helemaal geen problemen en als die er zijn moeten we er zo snel mogelijk vanaf, want daar zijn we niet voor. En onze docenten kunnen dat ook niet, het zijn vakdocenten. Wij gaan ons niet verdiepen in allerlei extra vragen, daar zijn andere scholen voor”, zo krijgt Bor te horen.

Deze praktijk wordt deels bevestigd door het rapport ‘Onderzoek naar de groei van vrijstellingen 5 onder A’, van het bureau Regioplan, dat vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd. “Ook zijn er nog steeds situaties waarin ouders en school er samen niet uitkomen. Indien er geen passende plek of traject beschikbaar is, kan dit resulteren in een vrijstelling onder 5A”, aldus het rapport. Een andere oorzaak van de groei is een betere registratie, aldus Regioplan.

Onderwijsjurist Katinka Slump zegt in ZEMBLA dat een flink deel van de kinderen die een vrijstelling onder 5A hebben, heel goed naar school kan. “Die kinderen zijn prima leerbaar. Er zitten hoogbegaafde kinderen tussen, met Asperger. Die zijn prima leerbaar. Alleen bestempelen we ze als niet leerbaar omdat wij in ons regulier onderwijs maar een beperkt aanbod hebben.”

Geef een reactie

Laatste reacties (12)