Binnen het demissionaire kabinet dreigt een crisis. Vicepremier Lodewijk Asscher heeft gezegd dat PvdA-ministers geen handtekening onder de begroting voor volgend jaar zullen zetten, als daarin niet wordt opgenomen dat basisschoolleraren een hoger salaris krijgen. Als er voor eind augustus geen nieuw kabinet is, zullen VVD en PvdA samen een nieuwe begroting moeten opstellen die op Prinsjesdag zal worden gepresenteerd.

Asscher deed zijn uitspraken, die tegen het zere been van de VVD waren, op de dag dat docenten in het basisonderwijs een uur staakten uit onvrede met hun te lage salaris en te hoge werkdruk.

In het programma van Eva Jinek was Erik van Muiswinkel te gast. Hij vindt een hoger salaris in het basisonderwijs niet genoeg. Er moet volgens hem een ‘radicaal andere koers’ gevaren worden in het onderwijs. Hij komt daarvoor binnenkort met een nieuwe theatervoorstelling en een boek waarin hij deze volgens hem broodnodige veranderingen bepleit.

Van Muiswinkel legt uit waarom juist hij, een cabaretier, zich hard maakt voor dit onderwerp:

Ik ben gegrepen door het onderwijs. Meer nog dan bij het voetballen, daar heb je 16 miljoen bondscoaches, maar het onderwijs, daar hebben nóg meer mensen verstand van. Je hebt allemaal minimaal 12 jaar gezucht in die gebouwen en je hebt kinderen en kleinkinderen die erin zitten en iedereen heeft meningen over het onderwijs. Het komt er in het algemeen op neer dat zoals het bij jou was op school, zo hoort het en tegenwoordig is het allemaal flauwekul. Dat zeiden de oude Egyptenaren ook 

In gesprek met ‘grote geesten’ op het gebied van onderwijs, en door het lezen van boeken, ontwikkelde Van Muiswinkel zijn eigen theorie:

Wat we weten over hoe kinderen leren, hoe mensen leren, dat is behoorlijk strijdig met hoe we dat op school hebben ingericht. Die scholen zijn een 19de eeuwse uitvinding, toen was het fantastisch omdat iedereen de kans kreeg om les te krijgen.

Anno 2017 zitten we, zo zegt Van Muiswinkel, nog steeds met schooldagen die beginnen en eindigen met een schoolbel en daartussenin hobbelen de leerlingen van het ene vak naar het andere vak. ‘Vreemde talen leren op die manier is bijna cabaret. Zo nutteloos is het, zo weinig heb je geleerd aan het einde van de rit als je je examen Frans hebt gedaan, of Duits. Dat is helemaal niet de manier waarop mensen talen leren.’

Behalve Van Muiswinkel is ook Jasmijn Kester te gast, werkzaam in Amersfoort op het Vathorst College, een school die het stempel ‘school van de toekomst’ heeft meegekregen. Zij vindt niet zozeer dat het onderwijs ‘op de schop’ moet, maar volgens haar moet er wel meer aandacht naar ‘het mens zijn’ in het onderwijs.

Er gaat nu heel veel aandacht uit naar prestaties. We spreken veel in de taal van “hoog en laag”. We spreken van niveauverschillen, van goed en slecht.

Op de school waar Kester werkt is dat anders ingericht:

Wij hebben onze school ingericht volgens onze bedoeling en vanuit onze principes en die principes zijn voor ons echt essentieel. En ik denk ook dat die universeel zijn, dat we uitgaan van de positiviteit, wat kinderen wel kunnen. Er wordt heel veel aandacht gelegd op zaken die ze niet kunnen en daar worden ze hard op afgerekend. Ik denk dat kinderen veel meer ruimte moeten krijgen om hun eigen leerroute te bepalen, met behulp en begeleiding van docenten die aangeven waar ze naartoe moeten werken, maar dat ze ruimte krijgen om zelf verantwoordelijke te worden en samen te werken.

Geef een reactie

Laatste reacties (37)