‘Je hoeft niet naar het theater, je kunt ook thuis gewoon een dvd’tje aanzetten’. Die inmiddels legendarisch kortzichtige woorden van demissionair gezondheidsminister De Jonge, uitgesproken in april tijdens een coronadebat in de Tweede Kamer, leidde destijds tot grote verontwaardiging in de culturele sector. De Jonge gaf daarmee volgens veel musici en theatermakers weer eens blijk van hoe weinig waardering de politiek heeft voor cultuur in ons land. En het is niet de eerste keer dat kunst en cultuur het kind van de rekening is.

Sinds de start van het gedoogkabinet-Rutte I is fors gesneden in de culturele sector. Dat heeft ertoe geleid dat op veel plekken zelfstandige muziekscholen zijn verdwenen. De gevolgen daarvan zijn aanzienlijk. Niet alleen voor de toegankelijkheid van het muziekonderwijs, maar ook voor de conservatoria en de orkesten in Nederland. Het aantal musici bij de conservatoria en bij orkesten in ons land is stevig afgenomen. En door het verdwijnen van de muziekscholen vindt talent hun weg niet meer en loopt ook de kennis van de muziektheorie bij de Nederlandse studenten achter. Dat blijkt uit onderzoek van Zembla.

Directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag Henk van der Meulen ziet nog een andere kwalijke bijwerking van de teloorgang van de muziekscholen:

Vroeger waren er veel kinderen die niet uit een muzikaal milieu kwamen. Die konden naar een muziekschool gaan, een instrument lenen. En die kregen dan door die lessen, die dan ook betaalbaar of gesubsidieerd waren, de kans om die latente passie ook echt te ontwikkelen. Dat is nu tegenwoordig veel lastiger geworden. Je ziet maar weinig kinderen hier, of jonge studenten zich aanmelden, uit een milieu waar muziek eigenlijk helemaal geen rol speelde.

Zembla onderzoekt of de muziek in ons land nog toekomst heeft.

Geef een reactie

Laatste reacties (70)