Socioloog/Criminoloog

Jan Dirk de Jong is socioloog en criminoloog. Hij heeft een eigen onderzoeks- en adviesbureau en is gastdocent aan de Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling strafrecht en criminologie.

Geef mij maar ‘gewoon’ een Marokkaan

Het benadrukken van etniciteit bij allochtone daders is een nationale obsessie, die in internationale criminologische kringen zelfs bekend staat als de 'Dutch disease' 

Cabaretier Najib Amhali maakte onlangs een pijnlijke grap tijdens de jaarlijkse Politie-Iftar. Autochtone vrienden vroegen hem: “Jouw zoontje is in Nederland geboren. Die zie je nu toch zeker ‘gewoon’ als Hollander en niet meer als Marokkaan?” Najib deed voor hoe hij zijn zoon deze kwestie zou uitleggen: “Lieve jongen, doe je het goed op school en werk je hard, ben je Nederlander. Maar zodra je wat verkeerd doet, ben je Marokkaan.” De zaal lachte hard. Een aantal straatjongens uit Amsterdam Oost aan mijn tafel, vond het minder om te lachen. “Dat is geen grap, hoor,” verzekerden ze mij: “Dit is de waarheid.”

Alsof ze examens stelen in de naam van Allah

'Voor de religieus-culturele verklaring voor het 'sjoemelklimaat' op de Ibn Ghaldounschool ontbreekt vooralsnog het empirisch bewijs'

Het ‘sjoemelklimaat’ op de Ibn Ghaldounschool zou veroorzaakt zijn door de salafistische grondslag van de school. Onzin, vindt Jan Dirk de Jong, onderlinge solidariteit is kenmerkend voor elke minderheidsgroep.

Van de sharia kun je de huur niet betalen

'In het volgende shot zou de orthodoxe meneer na een harde knal met djellaba en al door de lucht vliegen'

volgens een artikel in Trouw zouden in de ‘shariadriehoek’ van de Haagse Schilderswijk, orthodoxe moslims de dienst uitmaken. Jan Dirk de Jong deed er enkele maanden onderzoek, en kwam tot een hele andere conclusie.

Hebben de Marokkanen het nou weer gedaan?

Laten we vooral 'normaal' blijven praten over een jeugdprobleem

Nederlandse jongens met Marokkaanse ouders zijn al jaren sterk oververtegenwoordigd in overlastgevende en criminele jeugdgroepen. Zij zijn ook – maar niet altijd – betrokken bij excessief gewelddadige gebeurtenissen, zoals in het geval van de gemolesteerde grensrechter die overleed. Al sinds midden jaren tachtig is het disproportionele aandeel van jonge Marokkanen in de jeugdcriminaliteit bekend. Marokkaanse jongens tonen ook een grote weerspannigheid en opgefokt gedrag tegenover (Hollandse) autoriteiten.

Rowanda is net Keesje Flodder

Critici van de film Alleen Maar Nette Mensen hebben het verhaal niet goed begrepen. Dat gaat niet over etniciteit, maar over sociale en culturele klasse

Afgelopen donderdag ging de verfilming van Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje (2012) in première. De kritiek op het boek van destijds herhaalt zich. Het stereotype beeld van zwarte meiden (‘negerinnen’) uit de Bijlmer beschreven door een blanke, zou ronduit racistisch zijn: de Surinamers zijn dom, lui, geldbelust en oversekst. De verfilming kwetst sommige zwarte Nederlanders nog meer dan het boek. Deze week is Vuijsje zelfs met de dood bedreigd op een Amsterdams radiostation.

De sterrenoorlog van Sharia4Belgium

De algemeen menselijke hartenwens van Luke Skywalker helpt ons om inlevend te begrijpen waarom islamitische jongens als die van Sharia4Belgium zich zo extreem opstellen

Sinds de anti-islamitische film Innocence of Muslims (2012) is uitgekomen, staat de wereld weer in brand door vele (soms gewelddadige) protesten van diverse moslimgroeperingen. Het Franse satirische weekblad Charlie Hebdo wakkerde deze islamwoede verder aan door opnieuw Mohammed-cartoons te publiceren.

Niet racisme, maar straatcultuur is het probleem

Als je zelf een slechte naam hebt, maak je anderen zwart om je beter te voelen

Naar aanleiding van een vreselijk incident – een zwangere Marokkaanse vrouw werd door vijf Marokkaanse straatjongens uitgemaakt voor ‘negerhoer’ omdat zij naast een zwarte man liep en is vervolgens mishandeld waardoor zij mogelijk haar baby heeft verloren – is de vraag opgeworpen of Marokkanen een racismeprobleem hebben (Volkskrant opinie, 8 mei 2012). Bart Schut merkt terecht op dat het incident tot niet minder maatschappelijke verontwaardiging zou moeten leiden dan wanneer de daders wit waren geweest. Maar het antwoord dat hij geeft op de vraag of Marokkaanse jongens in Nederland vanwege hun cultuur racistisch zijn, is misleidend.

Jongens hunkeren naar stevig rolmodel

Wij zijn een samenleving van watjes. Dat botst met de honger van (allochtone) jongens naar een stoere, mannelijke held die hard werkt aan zijn toekomst

In zijn prikkelende opiniestuk over integratieproblematiek (De Volkskrant, 6 april 2012) stelt David Pinto dat de Amsterdamse wethouder Lodewijk Asscher op het verkeerde spoor zit door vooral taalachterstand te bestrijden. Volgens Pinto moet beleid zich richten op participatie in plaats van integratie. Allochtone jongeren moeten worden geïnstrueerd in maatschappelijke omgangsregels en kernwaarden van onze samenleving (vrijheid van meningsuiting, niet discrimineren, scheiding van kerk en staat etc.). Hun positie op de arbeidsmarkt moet verbeteren door aan te sluiten bij de Nederlandse ‘bedrijfscultuur’.

Wat is er mis met discriminatie?

Nep-krakers en wannabe-activisten wijzen graag naar rechts en schreeuwen dan dat 'hullie' slecht zijn omdat ze discrimineren. Wat een gebrek aan realiteitszin ten bate van het eigen ego

Afgelopen woensdag 21 maart is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot de Internationale Dag tegen Racisme en Discriminatie. De Gemeente Amsterdam maakt al wat langer reclame voor zichzelf met de slogan: “Discriminatie. Amsterdam is er klaar mee” (zie de website: amsterdam.nl/discriminatie). Maar wat een onzinnig idee eigenlijk. Mensen discrimineren nu eenmaal. Zo scheppen zij orde in de overweldigende diversiteit van hun sociale omgeving. Zonder onderscheid te maken in verschillende categorieën mensen (met de bijbehorende vooroordelen), zouden wij als persoon niet eens normaal kunnen functioneren. Dus zien wij geslacht, leeftijd, huiskleur, en soms ook seksuele voorkeur of religieuze overtuiging. Wij delen andere mensen automatisch in op basis van dergelijke groepskenmerken en dichten die groeperingen vervolgens allerlei typerende eigenschappen toe – zolang onze persoonlijke ervaring met leden van die groepen die vooroordelen niet tegenspreekt. Deze vorm van discriminatie is zo natuurlijk als de mens zelf en daar is helemaal niks mis mee.