Journalist

Maarten Zeegers (1982) is een freelance journalist en schrijver. Hij behaalde een MA in Arabisch en een MSc in Internationale Betrekkingen in Nijmegen en studeerde twee jaar Islamitisch Recht aan de universiteit van Damascus.

​Zeegers heeft veel kennis over de Arabische wereld. Hij werkte als correspondent voor NRC Handelsblad tijdens het uitbreken van de revolutie in Syrië. Over die tijd schreef hij het boek Wij zijn Arabieren.

​​Als theoloog is Zeegers gespecialiseerd in de islam. Hij deed langdurig onderzoek naar islam en de multiculturele samenleving in Den Haag. Daarover publiceerde hij het boek Ik was een van hen.

Publicaties

  • Ik was een van hen

    drie jaar undercover onder moslims

    April 2016


Olifanten in Syrië

Zeven jaar oorlog, en nog geen eind in zicht

‘Olifanten.’ Raketten gemonteerd op vaten vol stukken metaal om zoveel mogelijk slachtoffers te maken. Mensen uit de Ghoeta noemen ze zo, omdat ze bij het afschieten een angstaanjagend geluid produceren dat lijkt op het getrompetter van een olifant. Olifanten – je zal er maar een op je flat krijgen… De afgelopen weken laaide het conflict […]

Hoe eerlijk was het UVA-onderzoek naar vrouwelijke Syriëgangers?

Als academicus dien je transparant te zijn en verantwoordelijkheid af te leggen, zeker als het gaat om politiek gevoelige onderwerpen

Deze week werd de afdeling antropologie van de UvA op de vingers getikt door een externe onderzoekscommissie naar aanleiding van een studie naar vrouwen in het kalifaat van IS die onder supervisie stond van onderzoekers Martijn de Koning en Annelies Moors. Het onderzoek vond plaats op basis van chatgesprekken die een junior onderzoekster voerde via […]

Syrië en ik zijn voor altijd met elkaar verbonden

Het framen van mijn artikel als een aanval op de islam of de Arabische cultuur zegt meer over de gespannen verhoudingen tussen bevolkingsgroepen in Nederland, dan over mijn analyse van de situatie in Syrië

Naar aanleiding van mijn stuk in de Volkskrant, ‘De revolutie is ten dode opgeschreven’, kreeg ik nogal wat kritiek op mijn bord. Ik zou een te pessimistisch beeld scheppen van de revolutie in Syrië en de opstandelingen afschilderen als op wraak beluste barbaren. Tevens zou ik de gewelddadigheden, martelingen en executies van gevangenen door de rebellen toeschrijven aan de Arabische of islamitische cultuur. Een beschuldiging waar ik mezelf niet in herken.