79

Achterkamertjespolitiek bedreigt instituut Ombudsman

Oud-ombudsman Brenninkmeijer waarschuwde Kamer herhaaldelijk tegen politieke benoemingen ... Politici negeerden kritiek op baantjescarrousel

Oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer ziet het systeem van politieke benoemingen als oorzaak voor de commotie rond de benoeming van zijn opvolger. Hij heeft de Kamer herhaaldelijk gewaarschuwd voor de onwenselijkheid van partijpolitieke keuzes maar de parlementariërs hebben zich dat “naast zich neergelegd.”


Brenninkmeijer werd telefonisch geïnterviewd door Margriet Vroomans in het KRO-programma ‘De Ochtend van 4’ op Radio 4. Hj wil niet teveel over de kwestie loslaten maar verklaart desgevraagd dat hij de kwestie “met pijn in het hart bekijkt” en zich grote zorgen maakt over het feit dat de benoeming van zijn opvolger zo lang duurt. 

 “Ik heb destijds een brief geschreven aan de Tweede Kamer over de benoeming van de vice-president van de Raad van State. Toen heb ik aandacht gevraagd voor de grote problemen rondom dit soort benoemingen van topfuncties en de politisering ervan in Nederland. De Tweede Kamer was enigszins getergd en heeft de brief ook naast zich neergelegd. Ik denk dat dat wel de belangrijkste reden is. Dat dit bij soort functies vooral met een politiek oog gekeken wordt, terwijl het vooral om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van die functie gaat.

De benoeming waar Brenninkmeijer naar verwijst is die van ex-minister Piet Hein Donner (CDA) tot vice-president van de Raad van State, een invulling die destijds ook zeer omstreden was. Twee andere gepasseerder kandidaten dienden daarna een klacht in bij de Nationale ombudsman omdat ze vonden dat ze vanwege de achterkamertjespolitiek geen serieuze kans hadden gemaakt. Saillant detail is dat Donner een van de drie topfiguren is die Van Woerkom heeft aangewezen als ideale kandidaat voor de functie van Ombudsman.

Brenninkmeijer schreef in 2011 aan de Kamer een brief die zo van toepassing lijkt op het gerommel rond de benoeming van Van Woerkom:

De benoeming door de overheid van een kandidaat in een bepaalde functie moet controleerbaar plaatsvinden op basis van objectieve maatstaven en via een correcte procedure. De overheid mag niet partijdig zijn door een kandidaat op oneigenlijke gronden af te wijzen of juist te benoemen. Maar niet partijdig zijn, is niet voldoende. De overheid moet ook voorkomen dat haar handelen gerechtvaardigde vragen oproept over de benoemingsprocedure en dat daarmee de schijn van partijdigheid ontstaat. Bent u van mening dat wat betreft dit laatste punt correct is gehandeld en kunt u dat toelichten?

In de brief over de omstreden benoeming van Donner haalt Brenninkmeijer een andere affaire aan rond een politiek ingevulde sollicitatieprocedure, de aanstelling van een nieuwe Rijksarchivaris in 2007. Ook daarbij werden gekwalificeerde kandidaten gepasseerd ten voordele van een partijlid:

Verzoeker klaagt erover dat in de benoemingsprocedure de schijn van partijdigheid is gewekt nu een kandidaat is benoemd zonder een diploma archivistiek die bovendien de plaatsvervangend directeur-generaal was van het directoraat Cultuur en Media en lid is van dezelfde politieke partij als zijn directeur-generaal. 

Een eis voor de functie van Nationale ombudsman is dat de kandidaat jurist is. VVD-lid Van Woerkom heeft weliswaar ooit eens rechten gestudeerd maar ontwikkelde een loopbaan als bestuurder en lobbyïst. Hij werd benoemd omdat de VVD meent recht te hebben op de functie nadat deze eerder was vervuld door partijleden van D66 en PvdA.

cc-foto: Roel Wijnants; Piet Hein Donner op het Binnenhof

Geef een reactie

Laatste reacties (79)