43

Als de staat meeluistert zijn burgers minder vrij

Mass surveillance, het op grote schaal in de gaten houden van de bevolking, wakkert angst en kuddegedrag aan en het verstikt de vrije meningsuiting. Dat is de conclusie van een onlangs gepubliceerd onderzoek van Jon Penney, verbonden aan de universiteit van Oxford. De resultaten onderstrepen nog maar eens de bezwaren van privacy-voorvechters tegen deze vorm van overheidstoezicht.

In een toelichting op het onderzoek zegt Penney in de Washington Post:

Wanneer we denken dat de autoriteiten onze online activiteiten bekijken, stoppen we met het bezoeken van bepaalde websites of zeggen we bepaalde dingen niet meer, alleen maar om te voorkomen dat we verdacht lijken.

Het onderzoek toont aan hoe in de nasleep van Edward Snowdens onthullingen in 2013 het aantal bezochte Wikipedia-pagina’s die betrekking hebben op terrorisme, zoals Al-Qaida of de Taliban, met 20 procent daalde.

Als mensen zich laten afschrikken en geen informatie meer durven te zoeken over belangrijke politieke kwesties als terrorisme en nationale veiligheid, dan is dat een reële bedreiging voor een goed democratisch debat.

Het onderzoek van Oxford is bij lange na niet het eerste onderzoek dat aantoont hoe mass surveillance de vrijheid van meningsuiting en de vrije gedachtegang vermorzelt. Een onderzoek uit 2015 naar Google-zoekgegevens toonde al aan dat sinds Snowden ‘gebruikers minder snel zoektermen opgeven waarvan zij denken dat het ze misschien problemen met de Amerikaanse overheid oplevert’. De conclusie van het onderzoek: ‘De resultaten laten zien dat overheidstoezicht op het internet een ijzingwekkend effect op ons zoekgedrag heeft.’

Dat angst tot zelfcensuur leidt is verre van een theorie. Er is voldoende bewijs dat het een reëel probleem is. Een onderzoek van PEN America toonde aan dat 1 op de 6 schrijvers hun teksten aanpasten om niet de aandacht Big Brother op zich te vestigen, ondanks dat zij zelf zeiden zich niet al te veel zorgen om het toezicht te maken. In Engeland zijn al wetenschappers in staat van beschuldiging gesteld omdat zij terroristen zouden steunen, simpelweg omdat zij in het bezit waren van onderzoeksmateriaal over extremistische groeperingen. Britse bibliotheken weigeren materiaal over de Taliban in huis te hebben, uit angst voor overheidsmaatregelen.

Ook zijn er tal van psychologische studies die aantonen dat mensen die denken dat ze begluurd worden, geforceerder in de pas lopen en zich onderdaniger gedragen dan mensen die zich onbespied wanen. Die wetenschap was eeuwen geleden al de basis van filosoof Jeremy Benthams Panopticon: dat het gedrag van grote groepen mensen daadwerkelijk kan worden gecontroleerd door middel van architectonische structuren die het mogelijk maken om te worden bekeken, hoewel zij nooit zeker kunnen weten of dat inderdaad het geval is. Daardoor zullen zij handelen alsof ze altijd worden bekeken.

Deze vorm van zelfcensuur, de verstikkende werking van de mogelijkheid altijd begluurd te worden, is ook de kern van de tirannie waar Orwell al op de eerste pagina’s van 1984 voor waarschuwde:

Het was natuurlijk niet mogelijk te weten of je op een bepaald ogenblik werd gadegeslagen. Hoe vaak, of volgens welke methode, de Gedachtenpolitie de lijn van een bepaald iemand aansloot, was een kwestie van gissen. Het was denkbaar dat zij iedereen voortdurend in de gaten hielden. Maar in elk geval konden ze je inschakelen, wanneer ze dat maar wilden. Je moest leven – je leefde, uit een gewoonte die instinct werd – in de veronderstelling dat elk geluid dat je maakte werd afgeluisterd, en, behalve in het donker, elke beweging werd nagegaan.

Journalist Glenn Greenwald deed na het WikiLeaks-rapport over de CIA in 2008 onderzoek naar de klokkenluidersorganisatie en zijn oprichter, Julian Assange. Greenwald ontdekte dat WikiLeaks zich wereldwijd met veel meer transparantieprojecten bezighield: van illegale afvaldumping in Oost-Afrika, tot politieke corruptie in Australië. WikiLeaks had echter één groot probleem, namelijk het tekort aan financiële middelen waardoor veel ontdekkingen niet uitgewerkt en gepubliceerd konden worden.

In een artikel dat Greenwald over WikiLeaks schreef, moedigde hij zijn lezers aan WikiLeaks te steunen door giften of vrijwilligerswerk. Daarbij vermeldde hij de links naar pagina’s waar mensen zich konden aanmelden. In een reactie daarop lieten Amerikaanse lezers in groten getale weten dat niet aan te durven, uit angst op een overheidslijst te belanden. Of erger: in staat van beschuldiging gesteld te worden als WikiLeaks officieel als staatsgevaarlijk zou worden aangemerkt.

Dit waren Amerikanen die vrijwillig afstand deden van hun burgerrechten – het recht op waarheidsvinding en zich politiek te organiseren – uit angst dat hun online donaties en hun werk werd gemonitord.

Latere onthullingen tonen aan dat inderdaad WikiLeaks en hun aanhangers werden gemonitord en zelfs vervolgd. De angsten van Greenwalds lezers bleken zeer rationeel.

Er is een reden waarom regeringen, bedrijven en gezagsdragers naar massa-surveillance hunkeren. Het is juist vanwege die mogelijkheid om zo intensief te controleren, dat individueel en collectief gedrag radicaal gestuurd kan worden. Alleen al de mogelijkheid wakkert angst aan en laat mensen keurig in de gewenste pas lopen. Iets wat instinctief al zo aanvoelde, wordt steeds vaker wetenschappelijk ondersteund.

Lees ook: Ancilla Tilia over vrijheid: “Geen enkel idee is te dom om te bespreken”

Bron: The Intercept
cc-foto: Thomas Galvez

 

Geef een reactie

Laatste reacties (43)