Laatste update 16:57
69

De lange racistische traditie van Zwarte Piet en het verzet ertegen

Er wordt door de zogeheten voorstanders van Zwarte Piet gedaan of het protest tegen de racistische traditie iets van de laatste jaren is. Of dat het onterecht is omdat Zwarte Piet helemaal geen karikatuur is van een slaaf en dat hij slechts zwart is van de schoorsteen. Wie dat soort dingen beweert, kijkt weg van de eigen geschiedenis. Joop dook in de krantenarchieven. Een willekeurige greep uit de oogst.

In katholiek dagblad De Tijd gaat columnist Ben Kroon op 24 november 1969 in op de controverses rond Sinterklaas.

Verzet komt er ook van de strijders tegen de rassenwaan. Zij hebben moeite met Zwarte Piet, de kromprater met zijn roe die kindertjes in de zak wil doen en vermalen tot drop. Zwarte Piet is dé verpersoonlijking van de blanke hoogmoed, die in zwarten kinderlijke en tegelijk boosaardige bedoelingen vermoedt. Alleen in een feestpakje naast zijn meester, de grote blanke heilige te paard, is hij te vertrouwen. Want die gehoorzaamt hij blindelings. Dat is paternalisme, zeggen ze, het excuus voor kolonialisme.

Hij stelt ook een interessante vraag: Hoe zou Sinterklaas er uit zien als we hem nu zouden verzinnen?

HOE ZOU de Sint geworden zijn als we hem vandaag hadden moeten uitvinden. Ik vrees dat er geen Sint was gekomen. Wel veel ruzie. De oude Sint is ook maar een import-produkt. Hij is niet voor niets de patroon van de zeevarenden. Zoals alles in deze delta kwam hij stroomafwaarts uit het zuiden. Een produkt uit het Middellandsezee-gebied waar we net zo lang aan geknutseld hebben, tot het helemaal naar onze snit was. Een Sint met een valse baard en een wollen borstrok onder de bestikte tabberd. Een burger-Sint die suikergoed uitdeelt en Zwarte Piet onder de duim houdt. Maar een kindervriend. En om die kwaliteit
worden hem vele fouten vergeven.

En dat was beslist geen eenmalige kritiek. Drie jaar later, in 1972, schrijft bijvoorbeeld Het Nieuwsblad van het Noorden:

Waarom zijn die Pieten nog altijd zwart? Hoe voelen onze zwarte rijksgenoten, meer dan ooit in grote getale in ons land aanwezig, hoe voelen andere gekleurde mensen zich, als zij opnieuw maar heel openlijk geconfronteerd worden met een kinderfeest dat dwars door hun ziel snijdt, een ziel die niet minder blank hoeft te zijn dan van de blanke? Is dit dan nog een onschuldig kinderfeest in een land waar de rassendiscriminatie officieel niet bestaat?

In dat jaar gaat kunstenaar en presentator Truus Marchant ook in op de controverse in haar rubriek in Amigoe, de krant op Curacao. Ze beschrijft dan al een entourage van de Sint die dit jaar in Amsterdam als compromis werd gepresenteerd, Sint in gezelschap van Spaanse edelen. Die waren in de loop der jaren kennelijk uit de traditie verdwenen.

Tegenwoordig lopen in het gevolg van Sint, hier in Nederland althans, naast bruingemaakte Hollanders als Pieten, ook Spaanse edelen, blanke én bruine, mee. Nu wacht ik op de bezwaren van de Spaanse regering, overgebracht via de ambassadeur hier te lande, zeggende: „Hebben we daar nou drie,’ pakweg vier eeuwen bijna geleden, nog eens 80 jaren tegen die vermaledijde Hollanders voor gevochten om nu als een stelletje nep-edelen met pluimen en in bolle hot-pants-met-goud boven dunne benen in een ondergeschikte positie achter onze bloedeigen Sint uit óns Madrid aan te hobbelen?

Uit haar schrijven wordt duidelijk dat ze zich ergert aan de kritiek dat Zwarte Piet als racistisch wordt gezien, zij heeft dat zelf immers nooit zo ervaren. Die verdediging van de figuur doet vandaag de dag nog steeds opgang. “Ik heb het nooit zo gezien, dus is het niet zo.”

En andersoortige Pieten zijn er altijd geweest, in tegenstelling tot wat veel Pietfundamentalisten beweren. Zo waren er in 1993 ook witte Pieten, meldt De Telegraaf met foto.

In 1969 protesteerde in Amsterdam de Anti-Racisme-Groep tegen Zwarte Piet tijdens een Anti-NAVO-congres, zo leert Het Vrije Volk. Een zwarte Sint bezocht het congres in gezelschap van witte Pieten:

Witte Pieten deelden voor hem pamfletten uit de met de volgende tekst: ‘Ik sta hier voor u als Sint-Nicolaas; ik ben de wijze, de goedheiligman. U ziet: het kan anders, de rollen kunnen omgedraaid worden. Als Zwarte Piet was ik het lollige, maar vooral domme knechtje van de Witte Sint, die eigenlijk  een schijnheiligheid is. Deze verhouding leidt volgens mij tot — onbewuste — discriminatie van mijn rasgenoten. Daarom sta ik hier. Ik wil u laten zien, dat de blanken de derde wereld nog steeds niet serieus nemen, dat de NAVO meehelpt om het blanke overwicht te handhaven en waarnodig te vergroten. Mijn witte knechtjes voldoen uitstekend; u moet echter wel een beetje voor ze oppassen: ze zijn erg agressief. Probeer deze plannen van de Goede Sint verder te verspreiden; hij zal er u op zijn verjaardag rijkelijk voor belonen.’

Pietfundamentalisten doen ook alsof het onbestaanbaar is dat gekleurde Nederlanders voor Zwarte Piet worden aangezien en dat kinderen zo bang voor hen worden gemaakt. Toch is dat altijd al het geval geweest. Op 6 december 1919, bijna honderd jaar geleden, verschijnt in een aantal kranten deze anekdote die is overgenomen uit De Tijd, die en passant ook duidelijk maakt dat ‘zo zwart als roet’ niets met de schoorsteen te maken heeft:

In de tram zit een kleine knaap, dicht gedrongen tegen zijn moedertje, die niet bemerkt, dat de jongen angstig kijkt. Want ook haar aandacht wordt getrokken door een heer, tegenover haar zittend. Deze begrijpt, waarom de jongen zoo benauwd kijkt en zet zijn gezicht in een vriendelijken plooi. Maar hoe vriendelijker bij kijkt, des te augstiger wordt de jongen, want deze ziet hoe langer hoe meer de witte tanden en de witte groote oogen van den heer, die een onvervalscht Surinamer is, een neger, zoo zwart als roet. Neger en jongen begrijpen eikaar. Eensklaps klinkt het luide stemmetje van den knaap: „Pietermanknecht, ik ben het heele jaar zoet geweest”. Moeder lacht, het heele publiek heeft schik, vooral toen Pietermankneeht de hand toestak naar de knaap met een: ‘Nou, wees dan maar niet meer bang. Ik zal je niet meepakken, hoor.’

Hoezeer Zwarte Piet in het verleden met de slavernij aan de westkust van Afrika werd geassocieerd wordt ook duidelijk uit een verhaaltje van Bep Otten in De Telegraaf van 10 november 1928 over Pieterman en zijn meester Sinterklaas:

Om dezen tijd van ’t jaar heerscht er in een klein negerdorpje op de kust van Afrika een drukte van belang. De bewoners vewachten een hoogen gast: Pieterman, den zwarten knecht van Sint Nicolaas. Ieder jaar, voor hij zijn groote reis door Europa gaat ondernemen, krijgt Piet van zijn meester een poosje vacantie en dan trekt hij naar zijn geboortedorp. Al zijn neger-broertjes en zusjes, zijn vriendjes en vriendinnetjes staan hem op ’t strand al op te wachten, als zijn schip in zicht komt. Ze zijn allemaal maar wat trotsch op Piet, die zoo’n hooge betrekking heeft gekregen. Er worden heele neger-feesten voor hem gegeven en hij heeft daar in zijn vacantie een leventje als een prins. En vertellen dat hij kan! Dat begrijp je! De groote oogen van de negerkindertjes worden nog zoo groot, als ze hem horen vertellen van de blanke menschen en kinderen, van al ’t moois en lekkers, dat hij elk jaar uitdeelt en van zijn wonderlijke reizen over daken en schoorsteenen. Zelfs de oude negersprookjes. die moeder ’s avonds voor ’t naar bed gaan vertelt, zijn niet zóó wonderlijk, als Piets verhalen. En als Piet weer weggaat, heelemaal uitgerust en klaar voor zijn groote. jaarlijksehe reis, — dan wuiven de broertjes en zusjes hem na, — en ze staren met hun groote oogen over de zee, denkend aan al die heerlijke, vreemde dingen, die Piet weer te wachten staan.

De Pietfundamentalisten hebben in één ding dus wel gelijk, Zwarte Piet is een traditie. En tradities kunnen veranderen maar racistische tradities zijn wel heel erg hardnekkig.

cc-foto: Misanthropic One

Geef een reactie

Laatste reacties (69)