4

‘Ethiek is er nooit wanneer je het nodig hebt’

Vincent Harmsen sprak voor Joop.nl met de Duitse chemicus Michael Braungart over de samenkomst van economie en ecologie

“Wat heeft de mens Moeder Aarde toch aangedaan!?” Het is een veelgehoorde verzuchting, en lijkt gezien de wereldwijde milieuproblematiek een legitieme vraag. Bij de Duitse chemicus Michael Braungart doet het echter de haren recht overeind staan.

“Wij hebben de natuur lange tijd schade berokkend, dat klopt. Maar de natuur is ook niet altijd zo aardig tegen ons geweest. Nog niet zo ver terug in de geschiedenis wist je wanneer je gewond was geraakt bijvoorbeeld niet of je de volgende dag nog wel zou halen.” De voormalig Greenpeace activist, en heden ten dage professor aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, vindt dat we af moeten van het geromantiseerde beeld van ‘Moeder Aarde’.

“Als we die term gebruiken maken we onszelf klein en lelijk. (…) De natuur is niet dom, en we kunnen erg veel leren van de evolutionaire biologie. Maar dan wel vanuit een gelijkwaardige positie: de natuur als onze partner.

Braungart is een scheikundige met cultstatus. In 2002 publiceerde hij samen met de Amerikaanse architect William McDonough het boek Cradle to Cradle: Remaking the way we make things. Het werd een bestseller en vestigde Braungarts reputatie als duurzaamheidsgoeroe.

De stelling van Braungart en McDonough was even simpel als briljant: schaf het concept afval af. De auteurs beschreven een wereld waarin intelligenter ontwerp zou leiden tot een samenkomst van ecologie en economie. Volgens een systeem dat zij Cradle to Cradle noemde (van de wieg tot de wieg, in tegenstelling tot Cradle to Grave, van wieg tot graf) zouden producten zo ontworpen kunnen worden dat ze na gebruik weer volledig als grondstof terug konden keren naar de industrie (de zogeheten technische kringloop) of naar de natuur (de biologische kringloop). Centrale waarde die zij stelde bij het gehele productieproces:

Alles wat de mens maakt is liefdevol voor alle kinderen, van alle wezens, voor alle tijd

Voor diegene voor wie dit laatste zweverig klinkt is het interessant om te weten dat Braungart en McDonough met hun ideeën ingang vinden bij ’s werelds grootste multinationals. Zo ontwierpen ze voor Ford in Michigan helemaal volgens Cradle to Cradle een nieuwe autofabriek  – compleet met nestende vogels en zonnepanelen op het dak en met een natuurlijke waterzuivering. Daarnaast behoren grote bedrijven als Pepsico en Nike tot het klantenbestand. Nu, meer dan 10 jaar na hun succesvolle eerste werk, komen ze met een nieuw boek: The Upcycle. Waar ze eerst schreven over de technische kant van het verhaal, gaan ze nu volgens Braungart meer in op de sociaal-culturele dimensie. Braungart:

Voor ‘minder slecht’ zijn we met teveel mensen, maar voor ‘goed’ kunnen er nog veel meer bij.

U vindt het idee van een kleinere voetafdruk onzin. Wat is er volgens u mis met dit denken?
“Milieubescherming is een vorm van traditioneel schuldmanagement. Het gaat over het verminderen van watergebruik, een kleinere energierekening, minder afval etc. Minder slecht zijn. Dit wordt milieubescherming genoemd, maar het beschermt het milieu niet. Het vernietigt het milieu alleen wat minder snel. Als je je kind vijf in plaats van tien keer slaat, is dit dan kinderbescherming? (…) Er bestaat nog steeds een religieuze dimensie wanneer het over het milieu gaat. Het viel mij op toen ik een keer met Jan Peter Balkenende sprak. Het calvinisme zegt dat de mens zondig is, en dat het hoogst haalbare bestaat uit minder slecht te zijn. Nog beter is het wanneer je helemaal niet bestaat. Dit is waarom het mantra “minder slecht” zo aantrekkelijk is. Het heeft een culturele achtergrond.”

Het beeld dat u hiertegenover plaats is dat de mens een positieve voetafdruk kan hebben.
“Wat ik en McDonough doen is precies het tegenovergestelde. Kijk naar de stad Amsterdam. Die wil in de toekomst klimaatneutraal zijn. Heb je ooit een klimaatneutrale boom gezien? Wil je nog dommer zijn dan een boom? (…) Duurzaamheid is ook behoorlijk saai, het is slechts het minimum. Als mens ben ik composteerbaar geboren, moet ik nu gecomposteerd worden? (…) Wat wij voorstellen is het pleziervol vieren van de overvloed, niet het minimaliseren van schade. Wij kijken naar een mens en zeggen: ‘Wat een enorme kans voor de planeet’, en niet: ‘Kan je alsjeblieft je haar korter knippen om shampoo te besparen?’ (…) Ik heb het over innovatie, kwaliteit, schoonheid. Het is rock ’n roll, totaal anders dan al dat ethische gedoe. (…) Ik wil een gebouw als een boom, een gebouw dat de lucht en het water zuivert, dat CO2 positief is. Niet minder slecht, maar goed.”

Het materiaal waar uw nieuwe boek van is gemaakt illustreert tevens dit ideaal heb ik begrepen.
“Ons eerste boek was gemaakt van plastic, met uitwasbare pigment en inkt. Deze innovatie was een absolute doorbraak. We zien nu veel boeken die ook op deze manier worden gemaakt. (…) Waarom we het van plastic maakte? Zodat het boek wederom kon terugkeren naar de industrie als technische grondstof. Maar het was niet ideaal. We konden toen nog niet een boek maken dat veilig terug zou kunnen keren naar de biologische kringloop. (…)

Mijn familie is slachtoffer geweest van de nazi’s. Een van de beste dingen van de Westerse beschaving is dat we leren onze vijanden lief te hebben. The Upcycle is het eerste boek ontworpen voor neonazi’s. Neonazi’s houden van het verbranden van boeken, en dit boek is het eerste boek waarmee dat veilig kan zonder vergiftigd te worden. De versie die in Duitsland uitgegeven zal worden, is volledig composteerbaar. Dit is echt geweldig!’

De pretentie van Cradle to Cradle is dat het niet alleen ecologisch, sociaal en qua menselijke gezondheid waarde toevoegt, maar ook dat het een succesvol verdienmodel is.
“It’s good business. De producten die volgens onze ideeën worden gemaakt kunnen de concurrentie aan met slavenarbeid uit lagelonenlanden. (…) Dit omdat bij Cradle to Cradle innovatie centraal staat. (…) Kijk bijvoorbeeld naar de Nederlandse tapijtmaker Desso, de meest winstgevende tapijtmaker ter wereld. Na adoptie van Cradle to Cradle groeide het marktaandeel in Europa van 16 naar 24 procent. Ze komen met innovaties als tapijten die de lucht zuiveren.

Tevens zijn door het positieve denken jonge talentvolle mensen geïnteresseerd om voor ze te werken. Het maakt de werknemers trots: ze nemen hun kinderen mee naar de zaak om te laten zien hoe ze de wereld aan het redden zijn. (…) Dit is ook de keerzijde van zeer vervuilende bedrijven als oliemaatschappij Exxon: ze verliezen hun slimste mensen als gevolg van hun slechte imago.”

Is de introductie van Cradle to Cradle een consistent succesverhaal? Worden bedrijven altijd meer winstgevend?
“Niet in alle gevallen. Sommige bedrijven hebben de communicatie niet op orde. (…) Ze hebben dan nog mensen in dienst die Cradle to Cradle verwarren met duurzaamheid. (…) Als een bedrijf constant praat over “groen” dan denkt de klant: “Heb ik die nieuwe bureaustoel wel echt nodig, of kan ik misschien nog een jaar wachten?” (…) Ze geven de consument er eerst stevig van langs, en dan vragen ze of iemand hun producten nog wil kopen. (…) Wat wij aanraden is het omgekeerde. Wij adviseren bedrijven naar buiten toe uit te dragen dat ze niet perfect zijn, maar gelijktijdig met een plan te komen waar ze naartoe willen. De consument wordt de change agent: hoe meer die koopt, hoe sneller het doel gerealiseerd kan worden. Via internet kan de klant zien waar het bedrijf aan werkt. Op het ene moment is dat de biodiversiteit, en dan bijvoorbeeld goed watermanagement.”

Kunnen alle bedrijven omschakelen naar Cradle to Cradle? Ook bijvoorbeeld multinationals die zitten in de fossiele brandstof?
“Zeker. Olie is essentieel voor de productie van hoge kwaliteit polymeren [grondstof voor plastic, red.]. We kunnen deze materialen oneindig hergebruiken in een gesloten technische kringloop, zonder dat ze in de oceaan terechtkomen.”

Braungart schudt het hoofd om zijn volgende punt kracht bij te zetten:

Maar wat belachelijk is, is om van olie brandstof te maken. Slechts 3,4 procent van de aardkorst bestaat uit koolstof, hoe kunnen we zo dom zijn om dit in de atmosfeer terecht te laten komen? (…) Het is daarvoor veel te waardevol. (…) Ik ben echter wel optimistisch over een bedrijf als Shell omdat er genoeg slimme mensen werken.

Maar kunnen alle huidige bedrijven onderdeel zijn van een Cradle to Cradle economie?
“Er zijn drie bedrijven in de wereld die echt ontzettend smerig en dom zijn. Monsanto is er één van. Zij hebben de winsten geprivatiseerd en de risico’s volledig gesocialiseerd. (…) Een andere is Mattel, de grootste producent van kinderspeelgoed ter wereld. In hun producten vinden we meer dan 600 gevaarlijke en toxische stoffen. (…) Het is een traditie van dommigheid. Wanneer je het namelijk voor 20 jaar verkeerd doet, zul je geneigd zijn dit ook het 21e jaar verkeerd te doen. (…) De laatste is Exxon, die ik al eerder noemde. Zij hebben naar mijn inzicht absoluut niks geleerd van de ramp met de olietanker Valdez in de jaren ’80.”

Momenteel is er een verhitte discussie in Nederland omtrent schaliegas. Wat is uw kijk daarop?

Schaliegas is heel erg dom. We zouden het gas in de grond moeten laten zitten voor noodsituaties, bijvoorbeeld als grondstof voor de synthese van complexe chemicaliën, en niet misbruiken om het einde van een tijdperk van de fossiele brandstof uit te stellen. Daarnaast is er natuurlijk nog de gigantische schade aan het milieu.

Hoe doet Nederland het op het gebied van Cradle to Cradle? Na een Tegenlicht uitzending over Cradle to Cradle in 2006 zijn er veel initiatieven gestart. Heeft Nederland een koppositie?
“Nee, niet meer. Dit omdat het hier nog veelal een ethisch ding is. Wat je ziet is dat nu de economie tegenzit men de ethiek vergeet. (…) Landen als Denemarken, Zweden, Oostenrijk, maar ook Taiwan, zijn verder. (…) Toch zijn er veel stappen in de goede richting. Steden als Deventer en Venlo zullen behoren tot de eerste Cradle to Cradle steden van het land. (…) Daarnaast zijn er zo’n 27 bedrijven die werkelijk Cradle to Cradle werken. (…) Ook ben ik enthousiast over de doelstelling van politiek en bedrijfsleven om in 2020 al het fosfaat terug te winnen uit het rioolwater. (…)

Nu is Nederland nog afhankelijk van een paar landen die de fosfaatmarkt controleren. Dit fosfaat is vaak zwaar vervuild: in de afgelopen jaren is er veel met uranium vervuilde kunstmest over het land uitgereden. Een systematisch programma om fosfaat terug te winnen zou ontzettend effectief zijn.”

Hoe zou de Nederlandse overheid Cradle to Cradle meer kunnen stimuleren?
“Er is een aantal zaken die de overheid kan doen. In de eerste plaats kunnen overheden komen met inkooprichtlijnen. De Nederlandse publieke sector heeft een koopkracht van 45 miljard euro, dat kan echt een verschil maken. In Taiwan doet men dit al, daar geeft de overheid de voorkeur aan bedrijven die Cradle to Cradle werken. Een ander belangrijk iets is dat de overheid langetermijndoelstellingen formuleert. (…) Probeer niet alles te doen, maar pionier op een aantal terreinen. (…)

De overheid zou kunnen zeggen: in 2020 moet in Nederland al het papier terug kunnen naar de biologische kringloop. Dit zou een technische revolutie veroorzaken. Of: in 2020 moet de lucht in Nederlandse gebouwen beter zijn dan de lucht buiten. (…) Wij zijn samen met AkzoNobel bezig met een verf die bacteriën bevat die de vervuiling uit de lucht kunnen halen. We kunnen eindeloos innoveren.’

U schrijft dat wanneer we intelligenter ontwerpen, een wereldbevolking van 10 miljard mensen geen probleem is. Hoe stelt u zich dit voor?
“Als we bijvoorbeeld naar de wereldvoedselvoorziening kijken. Nederland is ’s wereld derde na grootste landbouwexporteur. Als je omschakelt naar kas- en tuinlandbouw, zoals in Nederland voor een groot gedeelte is gedaan, dan ben je zeker 10 tot 15 keer meer productief dan met Monsanto’s zwaar geïndustrialiseerde gentech landbouw. (…) Stel je past deze methodes toe op alle landbouwgrond in de wereld, in de VS, Canada, China, India etc. Het resultaat zou zijn dat we geen enkele boom meer hoeven te kappen en met gemak 65 miljard mensen kunnen voeden. (…) We kunnen een planeet creëren die gelijk staat aan vijf planeten.”

Maar kan technologie sociale problemen wel oplossen? Is het bijvoorbeeld niet meer een kwestie van eerlijk delen?
“Technologie kan ons niet redden, dat klopt. Het gaat erom dat we onze rol op deze planeet begrijpen. Als je mensen ondersteunt om goed te zijn, willen ze goed zijn. Als je mensen controleert om minder slecht te zijn, dan moet je controle uitoefenen. Er is een aantal manieren waarop je mensen kan dwingen minder slecht te zijn, maar er zijn miljoenen manieren om mensen te ondersteunen goed te doen. (…) De meeste mensen blijven denken dat zorg voor het milieu iets ethisch is. Maar Duitsers zijn niet de enige die onder stress de ethiek vergeten. Ethiek is er nooit wanneer je het echt nodig hebt.”

The Upcycle gaat erg over hoe het bedrijfsleven een bijdrage kan leveren aan een betere wereld. Wat kunnen “gewone” mensen doen?
“Simpel. Als je iets koopt vraag dan of je het kan composteren, verbranden en of ze het anders terug willen nemen. Ik heb niet gevraagd om 4360 verschillende chemicaliën, ik wil slechts TV kijken. Waarom zou ik verantwoording moeten dragen voor jouw afval? Deze vraag kunnen mensen stellen. (…) Wees daarnaast enthousiast over het bestaan van de mens op deze planeet. Als we het bestaan van mensen in twijfel trekken, dan worden mensen hebzuchtig en willen ze alles voor zichzelf. Je ziet dit bijvoorbeeld met een land als Israël gebeuren. Als mensen zich veilig voelen dan geven ze graag aan anderen en delen ze wat ze hebben.”

Braungart legt een hand op mijn schouder. “Dus wat ik graag zou willen zeggen’, zegt hij fluisterend, “is wat fijn dat je er bent.”

De foto’s zijn gemaakt door Sean Stevenson

Geef een reactie

Laatste reacties (4)