39

Iemand moet het doen

De politiek is verlamd en grote ngo's zijn te traag en te zeer afhankelijk van staatssteun om effectief op te kunnen treden in de vluchtelingencrisis. Waar zij falen, maken vrijwilligers als Justine Swaab het verschil

Dat sommigen haar ‘landverrader’, of ‘linkse trut’ noemen zal haar worst wezen. Justine Swaab heeft geen tijd voor bange tenen, er is te veel te doen. Bewapend met slechts haar laptop en twee smartphones strijdt zij tegen de onverschilligheid, de politieke verlamming, de bureaucratie en de dood.

Door Joyce Brekelmans

Justine is onderdeel van wat ze zelf gekscherend ‘de functionele EU’ noemt. Een netwerk van internationale vrijwilligers die gewoon doen waar politici van alle kleuren al maanden alleen maar over praten: gevluchte mensen helpen. Bijvoorbeeld door de kustwacht te bellen en de coördinaten van mensen in nood door te geven, als het water hen letterlijk aan de lippen staat. Vaak wordt er echter niet opgenomen, wordt na de eerste uitleg de hoorn erop gesmeten, of gescholden, óf is er simpelweg niemand bereikbaar die Engels spreekt (nog steeds niet, na al die maanden en nog veel meer verdrinkingsdoden). In dat geval nemen vrijwilligers ook de primaire reddingstaak van de hulpdiensten over.

Zoals de Spaanse jongens van Proactiva Open Arms, die met hun jetski’s de vluchtelingen opvissen waar de Griekse kustwacht niet aan toekomt. Een geluidsopname die Justine laat horen waarbij een van de Spanjaarden vertelt over een reddingsoperatie aan de Griekse kust is hartverscheurend. Hoe groter de aantallen, hoe abstracter het probleem en hoe makkelijker wij er ver en veilig over oordelen, maar zij zien letterlijk ménsen drijven. En als ze niet alle drenkelingen op tijd kunnen bereiken, zoals vaak het geval is, dan spoelen diezelfde mensen even later dood aan.

Ontmoedigen
Als de zee ruw is, zoals de afgelopen tijd, wordt het weerbericht in zo veel mogelijk talen vertaald en verspreid om vluchtelingen te ontmoedigen de gevaarlijke oversteek te maken. Een boodschap die lang niet iedereen bereikt en waar de mensensmokkelaars lak aan hebben. Het aantal vluchtelingen per bootje bepaalt – in tegenstelling tot het aantal mensen dat levend de overkant haalt – de winst, dus drijven zij – desnoods met het geweer in de aanslag – zo veel mogelijk mensen het water op, hun dood tegemoet.

In een opiniestuk voor The Guardian beschrijft Justine hoe zij talloze noodberichten ontvangt, alarm slaat, helpt en faalt. Al haar inspanningen om vluchtelingen, vrijwilligers, hulporganisaties en reddingsdiensten met elkaar te verbinden kunnen niet voorkomen dat er dagelijks mensen verdrinken. Tientallen per dag. Een vrouw die vreest dat haar zus en nichtje op een van die fatale tochten zijn verdronken, vraagt Justine om haar te helpen zoeken naar haar familie. Ze heeft er eigenlijk geen tijd voor, moet streng zijn, triage toepassen en haar schaarse tijd besteden aan de kwesties van leven of dood, maar ze kan niet weigeren.

Na het zien van de foto van het ontzielde lichaam van Aylan Kurdi, aangespoeld op een Turks strand, plaatste Justine een oproep op Facebook om iets te doen, bijvoorbeeld een serie humane portretten van vluchtelingen te maken. Het bracht een stortvloed aan reacties teweeg, veel mensen zijn geraakt door de vluchtelingencrisis en de ronduit gebrekkige hulp van overheden en ngo’s:

“Het idee was om boots on the ground te hebben en ter plaatse te helpen en te filmen, maar ik ben sindsdien eigenlijk niet meer achter mijn computer vandaan geweest. Daar ben ik momenteel het meest nuttig (zodra het kan ga ik wel het veld in). Alles moet er voor wijken. Vrienden en familie zie ik zelden en tijd voor mezelf heb ik al helemaal niet. Kan me de laatste keer dat ik mijn nagels lakte of in het bos wandelde niet herinneren.”

Ze zegt het met een lach, maar iemand moet de hulpvragen koppelen aan de mensen die hulp te bieden hebben. Of dat nu om goederen gaat, om rechtsbijstand of bijvoorbeeld gespecialiseerd transport voor gehandicapte vluchtelingen. Haar online initiatief Crossing Channels moet vluchtelingen helpen de media te bereiken en tegenwicht te bieden aan de desinformatie en populistische bangmakerij. Mapping European Refugee Aid (MERA) brengt in kaart welke instanties en vrijwilligers wat voor hulp bieden, waar en wanneer. Rapid Response Refugee Translators schakelt tolken in om de vele taalbarrières die efficiënte hulp in de weg staan te overwinnen.

Kwade bedoelingen
De omvang van de hulpvraag maakt dat ze gedwongen wordt om groter te denken, want ze helpt liever 5000, dan vijf mensen. Dat betekent echter wel dat ze kleine dingen moet overlaten aan anderen en daar is ze heel voorzichtig mee. Ze pleit voor gesloten communicatiestromen tussen vrijwilligers omdat er helaas nu eenmaal ook mensen met kwade bedoelingen zijn. Smokkelaars zijn professionele criminelen die niet schromen om de politie op hun concurrentie af te sturen, of bootjes vol mensen tot zinken brengen. In de chaos die momenteel heerst aan de kusten van de Middellandse Zee zijn zelfs kinderen verdwenen, waarvan vermoed wordt dat zij ten prooi gevallen zijn aan mensenhandelaren.

Het feit dat er zo veel op het spel staat maakt dat Justine keiharde keuzes moet maken en geen tijd heeft voor geneuzel. Ze heeft sowieso geen tolerantie meer voor mensen die haar tijd verdoen, of miepen over de futiliteiten des levens. Een ‘bitch voor het goede doel’, zo omschrijft ze zichzelf (bij mannen heet dat gewoon leiderschap):

Mijn taalgebruik is ten tijde van absolute SOS militair, dan is er geen tijd voor sociale egards. Je moet soms doordringen tot mensen in paniek, hen rustig maken. Maar ook, emotionele steun geven. Dan ben je een crisismanager, psycholoog of alarmcentrale. Vannacht heb ik wel 15 keer alleen maar herhaald: ‘Vertel ze nu met jullie op te hangen en 112 te bellen, dan wordt hun nummer getraceerd.'”

‘Allo ‘Allo!
Ze moet vaak denken aan haar opa die jong overleed en die ze nooit kende. Justinus Swaab was Engelandvaarder en als student actief voor de verzetsgroep Lifeline, die neergestorte piloten en Joden naar Engeland smokkelde. Zoals verbeeld in de Britse televisieserie Secret Army en de latere parodie: ‘Allo ‘Allo!:

Vaak denk ik, goh eigenlijk doen we een beetje hetzelfde soort werk, maar dan digitaal en veel minder gevaarlijk.”

Justine – die eigenlijk mediamaker is van beroep – vindt het belangrijk dat mensen weten wat zich afspeelt aan de grenzen van Fort Europa, want mensen hebben oprecht geen idee wat een zootje het eigenlijk is. Daarom is ze ook bezig met een documentaire over de vluchtelingencrisis. Er zijn zo veel misstanden, zo veel kleine verhalen over groot leed die nooit het nieuws halen.

Ze vertelt hoe vrijwilligers in de Servische grensplaats Preševo mensen troffen die onder afschuwelijke omstandigheden in een soort levensgrote kooien werden gehouden. Misschien wel 20.000 mensen, tot hun knieën in de modder, die noodgedwongen met hun kinderen dagen lang in de regen en waterkou moesten staan, omdat er slechts acht computers beschikbaar waren om al hun aanvragen te registreren:

In Nederland zagen we beelden van mensen die boos hekken omver wierpen, maar beeld je eens in dat je zelf daar staat. Dagenlang tussen metershoge hekken, met slechts enkele chemische toiletten voor 20.000 man, vaak zonder slaap en met geen of te weinig eten. Kinderen en baby’s die melk nodig hebben. Voeten die van de natheid helemaal naar worden. Soms zelfs beginnen te ontsteken of rotten. En als je de rij verlaat om je behoefte te doen (mensen uit niet-Europese landen zijn vaak niet gewend aan het principe van rijen) ben je je plaats kwijt en mag je achteraan sluiten. Weer drie dagen en nachten in de regen. Natuurlijk maakt dat je woedend. Natuurlijk wil je dan jezelf bevrijden.”

Blauwbekken
Het is op die plekken dat zichtbaar wordt hoezeer de hulpverlening van grote ngo’s tekort schiet. Medewerkers van het Rode Kruis die warm in een tent staan terwijl duizenden mensen buiten blauwbekken van de kou. Hulpposten die alleen geopend zijn tussen 12.00 en 15.00 ’s middags. Hulpgoederen als dekens die er wel zijn, maar simpelweg niet worden uitgedeeld. Vrijwilligers waarmee ze nauw samenwerkt vertellen Justine het ene na het andere verhaal waaruit blijkt dat de grote ngo’s te traag en te zeer afhankelijk van staatssteun zijn om effectief op te kunnen treden. Organisaties als Artsen Zonder Grenzen en Human Rights Watch doen wat ze kunnen op crisislocaties als Lesbos, maar het zijn momenteel de vrijwilligers die het verschil maken.

De kracht van de ‘grass roots’ is ook dat er snel geschakeld kan worden, juist omdat er geen overkoepelende organisatie is waaraan verantwoording moet worden afgelegd. Dat die vrijwilligers noodgedwongen steeds verder professionaliseren en opschalen maakt echter dat ook daar het gevaar van bureaucratie op de loer ligt. Daarom zou er juist veel meer samengewerkt moeten worden. Het advies van Justine aan overheden is dan ook ‘neem vrijwilligers serieus en focus op de mensen die wel wat doen, op wat wel werkt’:

De vrijwilligers hebben de reactiesnelheid, de kennis op detailniveau en het enthousiasme, de ngo’s hebben de infrastructuur, het geld en de ervaring. Wij hebben de daadkracht, zij hebben de slagkracht. Die krachten zouden we moeten bundelen in plaats langs elkaar heen te werken, zoals nu het geval is.”

Politieke besluiteloosheid
Op dit moment worden de vluchtelingen het slachtoffer van politieke besluiteloosheid en een wirwar van regels en wetten die het haast onmogelijk maken om op een legale manier te vluchten, een veilig heenkomen te zoeken en een juridische status te verkrijgen. Daarnaast worden vluchtelingen ook nog eens ongelijk behandeld. Mensen uit Syrië, die vaak goed Engels spreken en hoogopgeleid zijn worden voorgetrokken ten opzichte van vluchtelingen uit bijvoorbeeld Afghanistan en Eritrea.

Het is een situatie die onhoudbaar is volgens Justine:

In de hele EU zie je het vertrouwen in het systeem afbrokkelen. Zelfs in Kiev, waar bloed vergoten is om er maar bij te kunnen horen, gelooft men er steeds minder meer in. Het is wellicht ook een erfenis van de crisis, maar de politiek is verlamd. Het beleid van Turkije en de EU houdt het systeem van ‘human trafficking’ in stand en ik vraag me oprecht af wiens kas deze crisis spekt.

Ik zou graag onderzoeken hoe die geldstromen zitten, maar dat vergt gedegen onderzoeksjournalistiek, waar helaas op bezuinigd wordt. De pers is losgeraakt van haar waakhondfunctie en houdt zich te veel bezig met de angsten van het volk. Eigenlijk moet het hele systeem op de schop. Daarom zie je ook dat mensen om de bestaande structuren heen werken en zelf initiatief gaan nemen. Zoals ik vaak zeg: Ikdoehetzelfwel.nl. Misschien voel ik me daarom net iets minder machteloos.

Foto: Justine aan het werk in een Amsterdamse kroeg

Geef een reactie

Laatste reacties (39)