347

Jeugdzorg liet steken vallen in zaak Yunus

Uitspraak Hof 2007: Geen bewijs voor mishandeling noch voor stelling dat ouders Yunus niet in staat zijn kinderen op te voeden ... Vonnis 2010: Yunus blijft bij pleegouders omdat terugplaatsing nooit werd onderzocht

In 2007 heeft de rechter in hoger beroep de beweringen van Jeugdzorg, dat de ouders van het Turkse kind Yunus, hem en zijn broers zouden hebben mishandeld, van tafel geveegd. Jeugdzorg kon bovendien niet bewijzen dat de ouders niet in staat zouden zijn hun kinderen zelf op te voeden. De rechter oordeelde dat zijn broers moesten terugkeren naar de biologische ouders. In 2010, wanneer de zaak wederom voor de rechter komt, oordeelt het hof dat Yunus bij zijn pleegouders mag blijven. Reden: er is teveel tijd verstreken om hem nog terug te kunnen plaatsen.

Update 16.40:

De advocaat van de ouders van Yunus heeft inmiddels via een persbericht laten weten dat de biologische ouders van Yunus terughoudend zullen reageren op de ontstane commotie. Wat betreft de uitlatingen van de moeder over de seksuele geaardheid van de pleegouders, schrijft de advocaat:

Voorts benadrukken de ouders dat zij nimmer de intentie hebben gehad om tegen sexuele gerichtheid van de pleegouders van Yunus te ageren. Reeds uit voornoemde uitspraak blijkt dat de ouders uitsluitend hebben gepleit voor een plaatsing van korte duur binnen een pleeggezin waarin tegemoet zou worden gekomen aan hun eigen identiteit en die van Yunus, nu terugplaatsing van Yunus het doel diende te zijn. De ouders hebben hierbij steeds de voorzienbare vervreemding of onthechting van Yunus voor ogen gehad c.q. dit willen voorkomen. Echter, in de inmiddels jarenlange strijd zijn de ouders tot de conclusie gekomen dat de Kinderbescherming/Jeugdzorginstelling er alles aan hebben gedaan om zich tegen hun belang en die van Yunus te blijven keren. De ouders hebben in het verleden de aandacht van de media gezocht om (als laatste redmiddel) dit te voorkomen.

De ouders keren zich niet tegen Nederlandse normen en waarden, zoals met name bepaalde politici suggereren in de media. Zij hebben zich altijd daarmee verbonden gevoeld naast het feit dat zij net zo goed ook een Turkse identiteit hebben waarmee zij zich verbonden voelen. Echter, voelen zij zich inmiddels door de Nederlandse instituten, zoals de Kinderbescherming en de Jeugdzorginstelling zeer diep in hun grondrechten aangetast tengevolge waarvan hun gezin nog immer moet lijden.

Update 16.10:
Naar aanleiding van het artikel op Joop.nl heeft Bureau Jeugdzorg besloten het gehele dossier van Yunus opnieuw te bekijken om de feiten op een rij te zetten. Jeugdzorg blijft van mening dat de ouders van Yunus in 2010 terecht uit hun ouderlijk macht zijn gezet.

Desgevraagd verklaart een woordvoerder van Bureau Jeugdzorg dat het altijd de insteek is van Jeugdzorg om kinderen weer bij hun ouders terug te plaatsen. Tenzij het echt niet kan. In het geval van Yunus speelde de hechting aan zijn pleegouders daarbij een rol.

Bureau Jeugdzorg benadrukt bovendien dat het wel een onderzoek wilde doen naar mogelijke terugplaatsing, maar dat de ouders van Yunus niet mee wilden werken. Dat in 2007 niet aangetoond kon worden dat de ouders van Yunus niet in staat waren om hem op te voeden, komt ook doordat ze weigerden mee te werken aan een onderzoek, aldus de woordvoerder.

Eerder:
De uitspraak is in zijn geheel online na te lezen. De namen van de ouders en kinderen zijn weggelaten, maar de advocaat van de ouders van Yunus bevestigt desgevraagd tegenover Joop.nl dat het de uitspraak over Yunus – in het vonnis ‘de minderjarige’ – en broers betreft. In het vonnis is te lezen:



Het hof acht het, gelet op de inhoud van alle overgelegde deskundigenrapporten niet aannemelijk dat de ouders de minderjarige, dan wel de twee andere kinderen in het verleden hebben mishandeld en/of een zodanig onveilige situatie hebben gecreëerd dat mishandeling heeft kunnen plaatsvinden.

Daarnaast staat de door Jeugdzorg aangevoerde grond dat de moeder, althans de ouders niet de pedagogische vaardigheid bezitten om de kinderen, met name de minderjarige, de verzorging en opvoeding te bieden die noodzakelijk is. Het hof stelt vast dat Jeugdzorg deze stelling niet onderbouwt met recente onderzoeksgegevens, hoewel de noodzaak tot onderbouwing al meerdere malen aan de orde was gesteld door de kinderrechter.

Dat de ouders, naarmate de tijd verstreek, steeds minder bereid waren om met Jeugdzorg samen te werken, kan hen, onder de achteraf bekend geworden feiten en omstandigheden, niet worden aangerekend. Het verzoek van Jeugdzorg om het onderzoek nu alsnog, onder handhaving van de uithuisplaatsing, te laten plaatsvinden, acht het hof een gepasseerd station. Dit zal tot een vertraging van een terugplaatsingstraject gaan leiden, die de uithuisplaatsing onomkeerbaar zou kunnen maken, hetgeen het hof niet in het belang van de kinderen acht.

Op 22 december 2004 was de enkele maanden oude Yunus samen met zijn broers bij zijn biologische ouders weggehaald om twee redenen: De ernstige vermoedens van mishandeling en de pedagogische onmacht van de moeder in die periode. Het hof besloot vanwege twijfels en gaten in het onderzoeksrapport dat de broers in 2007 weer bij de ouders geplaatst moest worden. Het hof onderbouwde dat als volgt:



Uit geen enkel gegeven is gebleken dat de ouders niet in staat zijn om de kinderen de vereiste verzorging en opvoeding te geven. De situatie in 2004, die aanleiding was voor de ondertoezichtstelling, is hierbij niet maatgevend, nu de moeder er toen alleen voorstond en een aantal zeer traumatiserende gebeurtenissen te verwerken had.

Volgens het hof moesten de ouders, Jeugdzorg en de pleegouders overeenkomen wanneer Yunus en zijn broers weer verzoend konden worden met de biologische ouders. Naar Yunus moest eerst een speciaal onderzoek gedaan worden om na te gaan of hij niet al teveel gehecht was aan het pleeggezin:



Ter zitting is gebleken dat de datum haalbaar is, uitgaande van medewerking van de ouders, Jeugdzorg en de pleegouders. De moeder heeft een netwerk van hulpverleners en familieleden om zich heen verzameld, op wiens steun en hulp zij kan rekenen. De ondertoezichtstelling loopt door en zowel de gezinsvoogd als de moeder hebben toegezegd met elkaar samen te zullen werken, ook en met name in de situatie dat de kinderen weer thuis zullen wonen.

De twee oudere broers zijn wel teruggekeerd naar de biologische ouders, maar het broertje Yunus niet. De advocaat, mr. M.N.R. Nasrullah, legt uit dat het de bedoeling was dat Yunus gefaseerd terug zou keren, vanwege zijn jonge leeftijd. Nasrullah benadrukt in het gesprek bovendien dat Jeugdzorg geen gronden had om Yunus weg te houden bij zijn ouders:

De rechtbank zegt heel duidelijk: Jeugdzorg heeft stukken achtergehouden. Terugkeer naar huis is de opdracht van de rechter. De twee anderen gaan na deze uitspraak wel terug naar huis. Dat was een bekrachtiging van de uitspraak.

Hoe het dan toch heeft kunnen gebeuren dat Yunus niet terug is geplaatst bij zijn ouders? Daar zegt de advocaat over:

Het komt door hoe het jeugdbeschermingsbeleid en de processen in Nederland zijn geregeld. We hebben een enorme strijd gevoerd met Jeugdzorg en de kinderbescherming. Die waren het van meet af aan oneens met de ouders en rechter. Op het moment dat rechter zegt ‘ze moeten terug’, krijgt Jeugdzorg het weer voor het zeggen. Jeugdzorg heeft zich zo vastgezet in deze zaak, dat ze alles zullen doen om hun gelijk te behalen.

Hoewel twee broers weer onder toezicht van de ouders werden gesteld, is Yunus dus bij de pleegouders blijven wonen. Tot nu toe werd aangenomen dat de ouders niet in staat zouden zijn om hem op te voeden. Daar bovenop leverde de moeder ook nog eens kritiek op de geaardheid van de pleegouders. De kritiek dat haar kind opgevoed wordt door lesbische ouders voerde tot nu toe de boventoon. Nasrullah hierover:

Het jeugdbeschermingsbeleid is absoluut niet modern. Men moet leren om interculturaliteit ook te betrekken in jeugdbescherming. De kinderbescherming is heel erg verstart. Men voert die discussies niet en op beleidsniveau gebeurt er niets. Het mag ook eigenlijk niet. “Onze normen en waarden” wordt er gezegd, die moeten de boventoon voeren. Het geheel wordt versimpeld. Dat is het probleem.

Het gaat niet om het wel of niet lesbisch zijn van de ouders, maar of de ouders recht hebben om hun kinderen in een eigen achtergrond op te laten voeden. Bovendien heeft het Europees Hof in 1993 al een uitspraak gedaan waarin bepaald werd dat een kind van Jehova ouders niet in een christelijk gezin terecht mocht komen.

Drie jaar later, in 2010, komt de zaak weer voor de rechter. Er was al die tijd gewacht op een rapport van Jeugdzorg over de hechting van het kind. Jeugdzorg heeft dat rapport nooit gemaakt. Volgens de woordvoerder omdat de ouders van Yunus niet mee wilden werken. In het vonnis uit die zaak, waar Joop de hand op wist te leggen, stelt de rechter dat Yunus in het pleeggezin moet blijven omdat er inmiddels teveel tijd is verstreken.

Bureau Jeugdzorg en de Raad van Kinderbescherming verzoeken de ouders zich vrijwillig te laten ontheffen van het ouderlijk gezag. De ouders verzetten zich daartegen, wat vervolgens aanleiding is om een nieuwe uitspraak in de zaak te doen. De rechter oordeelt vervolgens:

De ouders hebben de rechtbank alsnog verzocht een onderzoek te laten doen naar de draagkracht van de ouders, de mogelijkheid van terugplaatsing en naar de hechting van Yunus. De rechtbank overweegt echter dat de relevantie aan een dergelijk onderzoek is komen te vervallen, nu door een tijdsverloop en de lange duur van het verblijf van Yunus bij de pleegouders het belang van een voortgezette hechting van Yunus in dit gezin zwaarder is komen te wegen dan het belang van de ouders bij terugplaatsing van Yunus bij hen.

De moeder van Yunus verloor haar kind dus niet als gevolg van mishandeling of onbekwaamheid, maar gewoon als gevolg van bureaucratie. Niemand die de zaak interessant vond, totdat de vrouw begon te klagen over de geaardheid van de pleegouders.

Lees hier de hele uitspraak van het hof

(met dank aan Çilay Özdemir)

Geef een reactie

Laatste reacties (347)