121

‘Kabinet kan niets doen aan handel met illegale nederzettingen Israël’

Palestijnse politica Hanan Ashrawi: 'Onbegrijpelijk en onaanvaardbaar' 

Bedrijven uit illegale Israëlische nederzettingen die via een koppelwebsite van de ambassade in Tel Aviv in contact worden gebracht met Nederlandse ondernemingen, kunnen vrijwel hun gang gaan. Het kabinet kan het niet voorkomen. Dat schrijft minister Timmermans woensdag aan de Tweede Kamer.

Maandag werd bekend dat verscheidene Nederlandse ondernemingen via een koppelwebsite van de Nederlandse ambassade in Tel Aviv in contact zijn met Israëlische bedrijven die ofwel opereren in, of vanuit illegale nederzettingen in bezet Palestijns gebied. In het kader van het eerste samenwerkingsforum dat Nederland met Israël zondag houdt, vindt de koppeling plaats.

Het officiële standpunt van de regering is dat die nederzettingen illegaal zijn en een bedreiging vormen voor de vrede en dat het ondersteunen van samenwerking met Israëlische bedrijven op de nederzettingen in strijd is met het Nederlandse beleid. Desalniettemin kan het kabinet niet uitsluiten dat de Nederlandse ambassade de koppeling tot stand brengt.

De bekende Palestijnse politica Hanan Ashrawi noemt het ‘onbegrijpelijk en onaanvaardbaar’:

Het officiële beleid van Nederland is het ontmoedigen van economische relaties tussen Nederlandse bedrijven en Israëlische nederzettingen. Hoe kan de Nederlandse regering dan een samenwerkingsforum opzetten dat die relaties faciliteert?

Open brief

Dertien hoogleraren hebben de minister naar aanleiding van de handel met illegale nederzettingen een open brief geschreven, waarin zei erop wijzen dat Nederland wel degelijk middelen heeft om hier iets aan te doen. Sterker nog, Nederland is dat verplicht. 

Aanleiding voor deze brief van 13 Nederlandse hoogleraren internationaal recht is het recente debat over de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarin kwam de relatie tussen het op te richten Nederlands-Israëlisch samenwerkingsforum en Israëlische nederzettingen aan de orde.

In dat debat maakte u kenbaar dat de regering haar beleid zal voortzetten om Nederlandse bedrijven te ontmoedigen economische relaties met Israëlische nederzettingen aan te gaan. Dat beleid verwelkomen wij als hoogleraren internationaal recht en achten wij uiterst relevant.

Met het ontmoedigingsbeleid houdt de verantwoordelijkheid van de regering echter niet op. Dat merken wij op naar aanleiding van uw kanttekening dat de regering zich alléén kan richten op de Nederlandse deelnemers aan het Nederlands-Israëlisch samenwerkingsforum.

De Nederlandse regering heeft de intensivering van de bilaterale betrekkingen met Israël oorspronkelijk geïnitieerd, waaruit het Nederlands-Israëlisch samenwerkingsforum voortvloeit. Zij formaliseert, ondersteunt en (co-)organiseert dit forum en draagt daarom verantwoordelijkheid voor het forum in zijn geheel.

Het staat buiten kijf dat het Israëlische nederzettingenbeleid een continue schending van ook voor Nederland geldend internationaal recht vormt, zoals vastgesteld door de VN-Veiligheidsraad. De nederzettingen maken inbreuk op het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen, een recht dat, zoals het Internationaal Gerechtshof in Den Haag in 2004 heeft bevestigd, erga omnes is en dus bindende verplichtingen voor álle landen behelst. Als tijdelijk EU-voorzitter speelde Nederland een cruciale rol bij de totstandkoming en aanvaarding, met 150 stemmen tegen 6, van de resolutie van 20 juli 2004 van de Algemene Vergadering van de VN inzake de uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van 9 juli 2004.

De Nederlandse regering is volkenrechtelijk verplicht om bij te dragen aan de verwezenlijking van het Palestijns erga omnes recht op zelf-beschikking en om het Israëlische nederzettingenbeleid niet te faciliteren. In dat kader behoort de regering vóóraf het beperkt territoriaal bereik van het Nederlands-Israëlisch samenwerkingsforum conform het internationaal recht te definiëren en te expliciteren, bij voorkeur in samenspraak met de Israëlische regering, of desnoods eenzijdig.

De omstandigheid dat het samenwerkingsforum geen formeel-juridische vorm zal hebben en niet via een verdrag tot stand zal komen, vormt daarvoor geen beletsel. Ook bij een 2 Memorandum of Understanding of een Joint Statement kan Nederland overeenkomstig de geldende statenpraktijk zijn interpretatie van het territoriaal bereik van het forum specificeren en op passende wijze formaliseren.

Indien dat niet zou gebeuren, zou Nederland niet adequaat handelen conform duidelijke en norm-gebaseerde spelregels die óók van toepassing zijn op het samenwerkingsforum. Dit zou de kans vergroten dat entiteiten uit Israëlische nederzettingen bij het forum betrokken raken en zou de mogelijkheden verkleinen om daar effectief tegen op te treden. Aangezien de regering direct verantwoordelijk is voor het forum, zou dat kunnen neerkomen op het faciliteren en ondersteunen van de volkenrechtelijk illegale nederzettingen, hetgeen tot volkenrechtelijke aansprakelijkheid van Nederland zou kunnen leiden. Immers, het verklaarde doel van het forum is het bevorderen van samenwerking.

Zover mag het niet komen, ook omdat Nederland een voorbeeld-functie vervult op internationaalrechtelijk gebied en haar reputatie heeft hoog te houden met Den Haag als internationale Hoofdstad van Recht en Vrede. Wij vragen u dan ook met klem om ervoor te zorgen dat Nederland vóór de lancering van het Nederlands-Israëlisch samenwerkingsforum op gepaste wijze formeel kenbaar zal maken dat het territoriaal bereik van dit forum zich niet zal uitstrekken tot de bezette Palestijnse gebieden (inclusief Oost-Jeruzalem) en daarin gelegen Israëlische nederzettingen en de Israëlische autoriteiten daar formeel en publiekelijk van in kennis zal stellen.

Hoogachtend,

Prof. mr dr. K. Arts Erasmus Universiteit Rotterdam
Prof. mr dr. P.H.F. Bekker University of Dundee (V.K.)
Prof. mr. Th. C. van Boven Maastricht University
Prof. dr. M.M.T.A. Brus Rijksuniversiteit Groningen
Prof. mr I. Dekker Universiteit Utrecht
Prof. dr. J. Dugard Universiteit Leiden
Prof. mr. C. Flinterman Universiteit Utrecht
Prof. dr. M.T. Kamminga Maastricht University
Prof. mr B.E.P. Myjer Vrije Universiteit Amsterdam (emeritus)
Prof. dr. P. de Waart Vrije Universiteit Amsterdam (emeritus)
Prof. dr. R.A. Wessel Universiteit Twente
Prof. dr. W.G. Werner Vrije Universiteit Amsterdam
Prof. dr. L. Zegveld Universiteit van Amsterdam

Lees ook op Joop: ‘Nederland steunt bedrijven in illegale nederzettingen Israël’

cc-foto: Israel1091

Geef een reactie

Laatste reacties (121)